Gijzeling Algerije en oorlog Mali lopen uit op internationale crisis

De gijzeling van meer dan honderd buitenlanders en Algerijnen in een gascomplex in het Algerijnse grensgebied met Libië is op een internationale crisis uitgelopen. Buitenlandse leiders hebben zeer kritisch gereageerd op de bevrijdingsactie door het Algerijnse leger, waartoe het regime gisteren zonder enige ruggespraak met betrokken regeringen overging.

De gijzeling vormde het antwoord van moslimextremisten op de Franse militaire interventie in het buurland Mali, die eind vorige week begon. Daarmee maakten zij duidelijk dat president Hollandes verklaarde doel in Mali „de terroristen te vernietigen” veel complexer is dan aanvankelijk door Frankrijk is voorgesteld. Volgens Franse diplomaten realiseert Parijs zich dit nu ook. Door de gijzeling is de crisis in de Sahara nu ook een probleem van Frankrijks bondgenoten geworden.

Bij de Algerijnse legeroperatie ontstond een bloedige chaos. Er zijn doden en gewonden gevallen, maar vanochtend stond het aantal gedode gijzelaars – tussen de vier en de dertig – nog steeds niet vast. Het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken meldde dat de gijzeling bij Aménas zelfs nog doorgaat. Er zijn onbevestigde berichten dat extremisten van een aan Al-Qaeda gelieerde groep nog een aantal gijzelaars vasthoudt in een hoek van het uitgestrekte complex van BP, het Noorse Statoil en het Algerijnse Sonatrach.

De Britse premier David Cameron annuleerde de toespraak die hij vandaag in Amsterdam zou houden over de toekomst van Groot-Brittannië in Europa, om zich met de gijzeling bezig te houden.

Hij waarschuwde de bevolking voor slecht nieuws; er zijn Britten onder de gijzelaars, evenals onder anderen Amerikanen, Japanners, Noren en Fransen.

Via een woordvoerder liet Cameron weten dat hij bij voorkeur vooraf was geconsulteerd over de actie van het Algerijnse leger. Ook andere regeringen toonden zich openlijk boos. „De actie van de Algerijnse troepen was betreurenswaardig”, zei de Japanse kabinetschef Yshihide Suga, die onderstreepte dat Tokio niet was geïnformeerd. De Verenigde Staten waren evenmin op de hoogte. Een woordvoerder van het Pentagon zei dat militaire functionarissen actief op zoek zijn naar informatie.

Medewerkers van president Hollande waren aanvankelijk urenlang vergeefs bezig om de Algerijnse president Abdelaziz Bouteflika aan de telefoon te krijgen. Maar de Franse relaties met het voormalige gebiedsdeel Algerije zijn delicaat. Algiers heeft stilzwijgend wel zijn luchtruim voor de Franse operatie in Mali opengesteld. „Hoe minder gezegd, hoe beter”, zei Hollande later.

Het eenzijdige optreden van Algerije is te verklaren uit zijn oorlog met moslimextremisten in de jaren 90, die tussen 100.000 en 200.000 mensen het leven heeft gekost.

Het Algerijnse leger is gewend erg hard en zonder wachten op te treden. De Algerijnse minister van Communicatie Mohamed Said onderstreepte gisteren eens te meer de weigering van de autoriteiten om ooit met extremisten te onderhandelen. „Wanneer we worden geconfronteerd met terrorisme zeggen wij dat er geen onderhandelingen zullen zijn, geen chantage, geen respijt in de strijd tegen het terrorisme, gisteren, vandaag en morgen”, zei hij tegen het Algerijnse staatspersbureau APS.

Een woordvoerder van de regering voegde hieraan toe dat het leger geen keus had. „Toen de terreurgroep erop stond het complex te verlaten met de buitenlandse gijzelaars naar buurlanden, werd het bevel gegeven aan speciale eenheden om de positie aan te vallen waar de terroristen zich verschanst hadden.”