Gewetenloos optimisme

Al in de eerste minuten gaf Lance Armstrong dus zijn gebruik toe van epo, bloeddoping en testosteron. Daarna: ruim baan voor draaien, ontkenningen en verzachtende omstandigheden. Lance had geen toegang tot middelen die anderen niet hadden. Lance dwong niemand doping te nemen. Lance gebruikte geen doping bij zijn laatste tour. Voer voor wielerkenners, maar wat onmiskenbaar zichtbaar was: hoe Armstrongs persoonlijkheid door de mand viel.

Het gebeurde na een uur, toen Armstrong vertelde dat hij had gebeld met Betsy Andreu, de vrouw van Armstrongs ploeggenoot Frankie Andreu. Betsy waagde het in het openbaar te spreken over Armstrongs dopinggebruik, die er daarna alles aan deed om haar kapot te maken.

„Je hebt haar de meest vreselijke dingen genoemd”, zei Oprah.

Niet, vond Armstrong.

Wel, zei Oprah.

Toen vertelde Armstrong lachend een grap na, die hij aan de telefoon tegen Betsy had gemaakt: „Ik zei dat je gestoord was, en een teef, maar dík heb ik je nooit genoemd!”

Haha!

Grijnzend zei Armstrong het nog eens, tegen de ronde Oprah, die zich zichtbaar inhield: nóóit dik.

Als vannacht ergens bleek hoe weinig geweten over is onder het acteren van Lance Armstrong, dan toen. Een bedrieger had hij zich dan ook nooit gevoeld. Dat noemde Armstrong zelf „het engst”.

Hoe kan zoiets?

De Tsjechische schrijver Milan Kundera liet al in 1968, in zijn roman De Grap, een personage een briefkaart versturen met de tekst: „Optimisme is opium voor het volk.” Waarop deze werd veroordeeld tot dwangarbeid. Positief denken is een vorm van terreur, liet Kundera zien.

Als optimisme ergens opium werd, dan toch in Amerika, niet in de laatste plaats dankzij Oprah zelf, de koningin van de self-help. De Amerikaanse Barbara Ehrenreich schreef daar een goed boek over: Bright-sided. How the relentless promotion of positive thinking undermined America. Niet toevallig citeert zij naast Kundera ook Armstrong, die kanker immers „het beste” noemde dat hem was overkomen. Ehrenreich legt verbanden tussen zulke uitspraken, de blije roze borstkankermaffia, de financiële crisis en onze toenemende neiging om de onderklasse de schuld van haar eigen positie te geven. (Ook in Nederland gebeurt dat: zie de gretigheid waarmee sommigen constateren dat arme mensen hoge ziektekosten uitsluitend aan zichzelf te danken hebben.)

Vannacht zei Armstrong nog eens tegen Oprah dat hij besloot om wat dan ook te doen voor het overwinnen van zijn kanker. En dat hij die houding „meebracht naar het wielrennen.”

Met toegeknepen ogen vroeg Oprah: „So what made you a bully?”

Het antwoord is: gewetenloos optimisme.

Als het interview met Oprah iets duidelijk maakt, dan dat verliezen dus voortaan maar beter wél een optie is. Om het ook eens van de zonnige kant te bekijken.

Margriet Oostveen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Arjen van Veelen.

    • Margriet Oostveen