Geachte trollen van de pers, ik ben een wonder

Vannacht gaf Lance Armstrong deel 1 van zijn dopingbiecht. Sportjournalist Walsh zit hem al 13 jaar op de hielen. Zijn boek ‘Seven Deadly Sins’ doet hiervan verslag.

Er staat een man op het erepodium. Hij draagt een gele trui, in zijn rechterhand heeft hij een microfoon. De man heeft zojuist voor de zevende maal de Tour de France gewonnen. Nog een keer spreekt hij het publiek, de fans, de journalisten toe. En dan richt hij zich nog een laatste maal tot de ‘trollen’, tot hen die hem nooit geloofd hebben en die hem ten val wilden brengen: ‘Het spijt me dat jullie niet in wonderen geloven. Maar dit is een fantastische wedstrijd, jullie zouden ernaar moeten kijken en geloven wat je ziet. Jullie moeten deze atleten geloven, deze mensen. Zo lang ik leef, zal ik gek blijven op de Tour. Er zijn geen geheimen – dit is een zware sportwedstrijd waarin hard werk overwint.’

Applaus. Ergens tussen die mensen onder hem, staat een kleine journalist, de ergste trol van allemaal.

De man op het podium heeft het tegen hem.

Het verschijnen van het USADA-rapport waarin Lance Armstrong als een legendarische oplichter werd ontmaskerd, leverde David Walsh – sportjournalist van de Sunday Times – twee maanden geleden de eretitel British Journalist of the Year op. Echt blij is Walsh niet met de val van zijn vijand; de Ier heeft nooit aan Armstrongs schuld getwijfeld. En bovendien, vindt Walsh, staat er in het rapport maar weinig dat hij niet acht jaar eerder al stelde, maar niet hard kon maken.

In Seven Deadly Sins, Walsh’ memoires over de dertien jaar dat hij Armstrong op de hielen zat, vat hij zijn strijd nog eens uitvoerig samen. Dertien lange, eenzame jaren zijn het geworden.

In feite is Seven Deadly Sins het verslag van een obsessie die ontstond in 1999.

David Walsh had in de jaren voordien onder meer geschreven over dopinggebruik in de atletiek en het zwemmen. In 1998 nog was de Ierse zwemster Michelle Smith na wel zeer plotselinge successen betrapt op vals spel. Dat geval had van Walsh een sceptische journalist gemaakt, een man die zich niet langer knollen voor citroenen wilde laten verkopen.

Toevallig was 1999 ook het jaar van de renaissance-Tour. Na een van schandalen vergeven Tour de Dopage behoefde het image van de wedstrijd enig herstel. Er waren vooral nieuwe, onbezoedelde helden nodig, de oude voldeden niet meer. En toen was daar Lance Armstrong, de man met een Disney-levensverhaal waar iedereen behoefte aan had.

Walsh beschrijft het ongeloof dat hij voelde toen Armstrong de proloog van die Tour won. Hij kon niet geloven dat een ex-kankerpatiënt zich in enkele jaren zo uitzonderlijk verbeterd kon hebben. Zijn argwaan werd verder aangewakkerd door de incidenten rond Christophe Bassons, de Franse Tourrenner die in zijn columns in Le Parisien suggereerde dat er niets veranderd was en dat het peloton gemiddelde snelheden reed die deden vermoeden dat het Franse wegennet uit een lange afdaling bestond.

Armstrong voelde zich bedreigd door Bassons en intimideerde hem net zo lang tot de Fransman, mentaal uitgeput en genegeerd door al zijn collega’s, de Tour verliet.

Dit was voor David Walsh het sein. Immers, wie geen doping gebruikte, zou Bassons toejuichen, niet wegpesten. Armstrong kon eenvoudigweg niet clean zijn. Het zijn niet dit soort eenvoudig te weerleggen redeneringen (wanneer Armstrong wel clean zou zijn geweest, had Bassons hem immers vals beschuldigd en was Armstrongs boosheid voorstelbaar en terecht geweest, etc.) die van Seven Deadly Sins een boeiend verslag maken. Hetzelfde geldt voor zijn nogmaals opgewarmde en eindeloos voortemmerende getuigenissen van Walsh’ bronnen voor zijn geruchtmakende boek L.A. Confidentiel. Betsy Andreu (vrouw van ex-ploegmaat), Emma O’Reilly (ex-masseuse) en Stephen Swart (ex-ploegmaat) zijn weliswaar de eersten geweest die spraken, maar hun verhalen zijn inmiddels ingehaald door de overdonderende waarheid van het USADA-rapport.

Seven Deadly Sins kan geen nieuwe ontdekkingen overleggen, zoals Walsh’ eerdere boeken. Vragen over recente mysteries blijven onbeantwoord: waarom gaf bijvoorbeeld de beruchte onderzoeker Jeff Novitzky, de man die sprintster Marion Jones en honkballer Barry Bonds van hun sokkel duwde, zijn onderzoek tegen Armstrong begin 2012 op? Walsh weet het niet, en het lijkt hem ook niet zo veel te kunnen schelen. Hij jaagt niet langer. Andere, machtiger krachten hebben het stokje van hem overgenomen. Hem rest nog slechts het incasseren van de complimenten, inclusief die van hemzelf. De bewondering die hem ten deel valt omdat hij altijd pal voor zijn vermoedens is blijven staan. Toch?

De kracht van Seven Deadly Sins zit ’m in de vraag die voortdurend boven het boek cirkelt: wanneer wordt de wielerjournalist die zich geen rad voor ogen laat draaien een zeurpiet? Wanneer wordt grondig onderzoek een obsessie? Wanneer wordt het eenvoudigweg opschrijven van de rituitslag plichtsverzuim?

Walsh herinnert zich hoe hij in Luik door collega’s met wie hij al jaren de Tour in een volgauto volgde langs de kant van de weg werd achtergelaten. Het was net na publicatie van L.A. Confidentiel; Walsh en Armstrong hadden elkaar even daarvoor ontmoet op een persconferentie. Walsh was de Bassons van het journaille: tegen beter weten in strijdend voor een schonere sport. Alleen. Eenzaam ook: wie naast hem zat, kwam op de zwarte lijst. Wie positief over hem sprak, werd genegeerd door het Armstrong-kamp. Wie hem in z’n auto duldde, kon al helemaal inpakken.

Tijdens die persconferentie ebde het laatste restje steun weg. Walsh luisterde naar de vragen van de journalisten, die vroegen of de controversiële aantijgingen Armstrongs voorbereiding niet hadden verstoord. Geen bocht zo scherp of de journalisten wrongen zich erin om Lance niet te ontrieven.

Die scènes, waarin Don Quichot Walsh als laatste blijft strijden tegen iets wat schijnbaar niet te bestrijden valt, tonen aan dat de verhouding tussen sporter en journalist grondig uit de rails gelopen is. Pierre Ballester, Walsh’ Sancho Panza bij het schrijven van L.A. Confidentiel, formuleert het in een brief aan Walsh als volgt: ‘Ze waren laf toen Lance won en ze allemaal niets liever wilden dan zijn vriend zijn en nu, nu ze hem met z’n allen willen vernietigen, zijn ze dat weer.’

Dertien jaar lang werd het leven van David Walsh beheerst door een man. Het leverde hem talloze vijanden en dit boek op. En voor iedereen de wetenschap dat er altijd geheimen zijn, ook als eindeloos wordt benadrukt dat er geen geheimen zijn.

David Walsh: Seven Deadly Sins Simon & Schuster, 320 blz. € 25,99 ***