Foto-jager in grimmig Amsterdam

Onlangs kwam die anderhalve minuut uit 1912 op YouTube weer even voorbij. Een Oostenrijkse kleermaker dacht met een ongetwijfeld zelfgemaakt, wijd gewaad een sprong van zestig meter vanaf de Eiffeltoren te kunnen maken. Hij fladderde een paar seconden en plofte als een aangeschoten duif op het asfalt. Dood.

Niet zijn val houdt je blik vast, maar het treuzelen dat er aan vooraf ging. Stapje naar voren, stapje naar achteren, weifelen op de rand, nog even omkijken. Ergens in het lijf wist hij dat het niet goed zat. Die jas zat wel goed, maar die sprong niet. Twee stemmen gaven hem bevelen: ‘Doe het! Je kan voor je fatsoen niet meer terug!’ En die andere: ‘Waar ben je mee bezig, houd ermee op, man, wat kan jou dat publiek nou schelen!’ Vluchten kan niet meer, was zijn conclusie.

Op een foto in het net verschenen Code Willem 1980-2000 Amsterdam komt zo’n zelfde stuntman in zo’n zelfde gemoedstoestand voorbij – zo lijkt het althans. De Belg Alain Vincx wilde met zijn laag-bij-de-grondse Chevrolet Camaro op Zandvoort in 1985 in één grote sprint door vier aaneengeregen passagiersbussen razen. Een drang om te vliegen begrijp je nog, maar deze act neigt naar krankzinnigheid. Je ziet hem op de ene foto peinzen en misschien wel stoeien met die stemmen in zijn hoofd. Van de auto bleef de onderste, horizontale helft over. Op de tweede foto verraden de gezichten van zijn familieleden de afloop.

Het is maar één van ruim tachtig zwartwit-opnamen, vooral actiefoto’s, die de voormalige fotojournalist Willem Middelkoop (1962) in het rumoerige Amsterdam van de jaren tachtig en negentig maakte en bundelde. Net als Weegee (1899-1968), de legendarische fotojournalist die op de Lower East Side in New York het liefst lijken fotografeerde (die lagen tenminste stil), luisterde ook Middelkoop, toen modestudent, het radioverkeer van politie en brandweer af. Om dan rap, op de fiets, als een opgefokte newsgetter naar de crimescene te sjezen. Hij kon goed van zijn foto’s rondkomen en betaalde later een legertje scannerluisteraars voor hun tips, om zodoende vaker te kunnen scoren. Codes over plaats, ernst van het delict, soms dader wisten ze feilloos te decoderen.

Weegee werkte in New York vaak ’s nachts en met een stevige flits. Dat licht spookt nog steeds in zijn beelden, het scherpt contrasten aan en vergroot de schrik van schrikkende omstanders bij de zoveelste liquidatie, kijk maar naar de tentoonstelling van zijn werk in het Antwerpse Fotomuseum.

Middelkoops beelden zijn panoramischer, minder scherp, maar de hitte van het moment zindert nog op het papier. Heet was het toen zeker in Amsterdam. Werkloosheid, crisis, een groot tekort aan woningen. Het ene na het andere kraakbolwerk werd ontruimd. De politie was zichtbaar niet ‘je beste vriend’ en trok in nevels van traangas en cocktails met een overmacht, uitgerust met paarden, schilden en knuppels, op de krakers af. Geen luxe, want die krakers waren ook geen lieverdjes. Zitacties mondden uit in scheld- en smijtacties. Door een omgetrapte dieseltank kon zo maar een complete tram op de Van Baerlestraat in de fik vliegen.

Naast een flink aantal opnamen van deze grimmige ontruimingen, legde Middelkoop ook de nodige ongelukken, fatale afrekeningen, branden en andere rampspoed vast, zoals een kind met een arm in een toverballenautomaat of het executeren van een dolle pitbull. Ronduit grappig is de Jiskefet-figuur, in slobberpak, die op een grijze voorjaarsdag met een koffertje vol gestolen juweliersbezittingen de benen denkt te kunnen nemen. Twee agenten houden hem zo voorbeeldig onder schot dat je denkt dat je naar een brave, dus mislukte film take van een Krimi zit te kijken.

Maar Middelkoop is er ook bij als een verdronken verslaafde net op de oever is getrokken, als een jongen in de goot sterft na messteken van zijn bonkige vader. En als de politie ’s nachts polshoogte neemt bij een gruwelijk auto-ongeluk waarbij de inzittenden, dood of bijna dood, op de voorkap of achterbank liggen, staat de camera weer in de aanslag. Gezien de huidige opvattingen over privacy zou niet alleen het fotograferen maar ook het publiceren van zo’n dramatische close-up lastiger zijn.

In de inleiding van het nogal oubollig vormgegeven boek komt Middelkoop over zijn rauwe fotojachten zelf niet aan het woord. Jammer. Want ouder, wijzer en inmiddels ex-goudhandelaar, financieel expert, publicist en BN’er, zou je best willen lezen wat hij zelf beleefde aan dat ‘jongehondenvak’, zoals hij het noemt. Was het de zucht naar sensatie? Ging het om het geld, ging het om concurrerende alfamannen voor te zijn, om het flitsende fotoresultaat, om maatschappelijke betrokkenheid? Geen idee.

Dat er inmiddels geen eer meer te behalen is aan het vak, aldus journalist Arjen Ribbens in de inleiding, geloof ik niet. Goed, een legioen aan gsm-eigenaren staat bij menig incident in de startblokken, maar er valt toch nog genoeg af te luisteren en uit te rukken en het is bovendien niet iedereen gegeven op het moment suprême bij nacht en ontij of tussen traangaswolken een goeie plaat te schieten. Of zijn de codes van de politieradio niet meer te breken?

Tentoonstelling: Weegee: Murder is my business. Tot 27/1 in Fotomuseum Provincie Antwerpen.

    • Marianne Vermeijden