Fiasco in Algerije

Met een grote schok ervaart de wereld dat het gevecht tegen de terreur van moslimextremisten niet alleen hardnekkige volharding vergt, maar ook een ongewisse afloop kent.

De actie tegen de gijzeling van meer dan honderd mensen uit diverse landen bij een gascomplex in de woestijn van Algerije heeft geleid tot een onbekend aantal doden en gewonden, vermoedelijk onder zowel de gijzelnemers als onder de gegijzelden. Daarmee lijkt de bestorming, onder verantwoordelijkheid van de Algerijnse regering, een fiasco te zijn, met internationaal prestigeverlies voor Algerije op de koop toe.

De Britse premier Cameron zag af van de op voorhand veelbesproken toespraak die hij vandaag in Amsterdam over de Europese Unie zou houden. Hij heeft gezegd dat zijn land voorbereid moet zijn op slecht nieuws. Premier Abe van Japan onderbrak zijn reis door Zuidoost-Azië en richtte verwijtende woorden aan het adres van de Algerijnse autoriteiten. Ook de Amerikaanse regering wil opheldering van Algerije waarom het blijkbaar in isolement heeft besloten tot de actie.

Al valt niet te ontkennen dat de verantwoordelijkheid daarvoor ook primair toekomt aan de Algerijnse regering. Die is in een langdurige, zelden onderbroken strijd met moslimextremisten verwikkeld.

De gijzelnemers zeggen hun actie te hebben ondernomen uit protest tegen de Franse interventie in de burgeroorlog in buurland Mali, een conflict waar Algerije zich nadrukkelijk buiten wilde houden. Dat is dus niet gelukt.

De Franse president Hollande ziet in de gijzelingsactie een bevestiging van de noodzaak van de strijd die Franse troepen in Mali voeren tegen de aan Al-Qaeda gelieerde extremisten, die opereren vanuit het noorden, grenzend aan Algerije. Hij zal nu ook beseffen dat optimisme over een snel resultaat van de militaire actie in de voormalige Franse kolonie niet gerechtvaardigd is. Dat optimisme kan hij dan ook maar beter niet tentoonspreiden.

Te vrezen valt dat ook deze westerse interventie in een islamitisch land niet het resultaat brengt dat ervan werd gehoopt. De internationale strijd tegen moslimterreur vergt een voortdurend, maar moeilijk te geven antwoord op de dilemma’s of het middel niet erger is dan de kwaal. Of er langs diplomatieke weg of met gebruikmaking van informatie die inlichtingendiensten vergaren, niet effectiever kan worden geopereerd.

De situatie in zowel Algerije als Mali is te onduidelijk voor al te stellige oordelen. Maar de kans dat terreuracties zich ook elders in deze regio in Afrika zullen voordoen, valt allerminst te onderschatten.