Fatsoensoffensief

Agressie tegen conducteurs in de trein, tuig dat ambulancepersoneel in elkaar trapt, rotjochies die een grote bek opzetten tegen de buschauffeur, volgens minister Plasterk van Binnenlandse Zaken is dat een simpel probleem. Ouders moeten hun kinderen gewoon beter opvoeden. Dat zei hij als reactie op het gisteren verschenen rapport over geweld tegen mensen met een publieke taak. Hij roept op tot een fatsoensoffensief.

Een mooi woord. Het is een oxymoron, omdat het oorlogszuchtige begrip ‘offensief’ gekoppeld wordt aan het fatsoen om geweld achterwege te laten. Zoiets als een frontale aanval van zachtaardigheid tegen agressie. Pure poëzie in feite.

Toch moest ik even in mijn wang knijpen om te controleren of ik niet aan het dromen was over de goede oude tijd van de vleesgeworden fatsoenlijkheid Balkenende, die toen een leraar was neergeschoten door een leerling, de geschokte natie toesprak met de memorabele woorden: „Dit is typisch zo’n voorbeeld van hoe we niet met elkaar moeten omgaan in de samenleving.” Zelfs zíjn fatsoensoffensief heeft niets geholpen, dus ik geef Plasterk weinig kans.

Plasterk heeft natuurlijk gewoon gelijk als hij zegt dat ouders hun kinderen beter moeten opvoeden, dat is het punt niet. Het punt is dat hij dat als minister niet mag zeggen. Hij gaat niet over de opvoeding. Zijn taak is nu juist precies om oplossingen te verzinnen voor die gevallen waarin de opvoeding tekort schiet.

Coalitiegenoot de VVD zoekt het antwoord zoals altijd in harder en sneller straffen. Volgens Plasterk is dat „symptoombestrijding”. Daaruit blijkt dat hij een verkeerde opvatting heeft van zijn functie. Elke vorm van correctief ingrijpen, zoals bekeuringen voor snelheidsovertredingen, boetes voor belastingfraude en celstraffen voor moordenaars, is feitelijk symptoombestrijding, maar desalniettemin een kerntaak van de overheid.

Ook criminelen hadden beter opgevoed moeten worden, dat is waar. Maar het gaat wat ver om de schuld van alle misdaad in de samenleving in de schoenen te schuiven van ouders. En het is een gevaarlijke reflex omdat de overheid daarmee haar handen van het probleem aftrekt in plaats van na te denken over wat zij werkelijk in preventief opzicht zou kunnen doen. En dat is nog niet zo makkelijk. Het is namelijk helemaal geen simpel probleem.

    • Ilja Leonard Pfeijffer