Er zijn te veel kleuters

Je moet naar school als je 4 bent. Maar wat nou als de school al vol zit? In de grote steden zijn steeds langere wachtlijsten.

Nederland Den Haag , 16 augustus 2004 De allereerste schooldag van een 4-jarig kind. thuis aan ontbijt al beginnen, volgen naar school, het afscheid, 1e moment in de bankjes, lunch, einde schooldag . Luca ten Elshof Na school in de rij. foto: Arie Kievit / Arie Kievit/Hollandse Hoogte

Correspondent Amsterdam

Zenuwslopend, vinden Angelika en Markus Winkler uit de Amsterdamse Jordaan het. Hun zoon Jurian wordt in september vier jaar – dan gaat hij naar school. Maar er is geen plek voor hem op de openbare school in de buurt. De Theo Thijssenschool, op vijftig meter van hun huis, zit vol. „Straks moet hij naar een verre of slechte school.”

In december kreeg de familie te horen dat er op de Theo Thijssenschool zou worden geloot. Er moest een strookje worden ingeleverd om mee te dingen naar een plek. De loting was op een avond in een kantoortje van het schoolbestuur. „Het was heel spannend. Er waren veel ouders bij. Een bestuurlid mengde de strookjes en trok één voor één de lootjes. Als een soort bingo”, zegt Markus Winkler.

Zijn zoon viel bij de loting niet in de prijzen.

Jurian staat nu op een wachtlijst. Ze verwachten dat het stadsdeel met een oplossing komt. „We konden hem maar voor één openbare school in de buurt inschrijven, omdat de scholen in hun toelatingsbeleid werken met postcodegebieden”, zegt moeder Angelika Dietrich-Winkler. Ze gaf haar zoon al op toen hij zes weken oud was, „omdat het al een heel gedoe was een goede crèche te vinden. We wilden die stress niet nog een keer meemaken. Maar deze school let niet op de inschrijftijd. Wel op eventuele broertjes en zusjes die al op school zitten. Maar die heeft Jurian niet.”

Wachtlijsten voor basisscholen in de grote steden zijn niet nieuw. Maar het gaat nu wel heel hard, zeker in de binnenstad van Amsterdam en in Zuid. Komend schooljaar kunnen in die twee wijken 74 kinderen niet terecht op de basisschool van hun keuze, van wie 58 in de binnenstad.

„Zo groot is het probleem nog nooit geweest”, zegt Roeland Rengelink, portefeuillehouder onderwijs van stadsdeel centrum. „Voorheen konden we nog wel plekken voor de kleuters vinden. Maar toen ging het nog om een tiental kinderen.”

Volgens het stadsdeel zijn er vanaf 2009 verspreid over de bestaande scholen 13 extra klassen gerealiseerd in het stadsdeel. Daar moeten dit jaar nog twee groepen bijkomen. Dat is een groei van ruim 13 procent. „Dit valt niet meer met improviseren op te lossen.”

Rengelink verwacht dat in de hele stad het aantal uitgelote kinderen de komende jaren alleen maar zal stijgen. „In de prognoses was al te zien dat het geboortecijfer in Amsterdam-centrum stijgt. Maar het lijkt erop dat door de crisis ook steeds minder gezinnen verhuizen”, zegt hij.

Rengelink zegt dat daarnaast meer ouders er bewust voor kiezen hun kinderen op te laten groeien in de binnenstad. „Mensen vinden het hier prettig wonen.”

De lokale politiek is verantwoordelijk voor voldoende aanbod van openbare scholen. Ouders verwachten daarom dat Rengelink snel met een oplossing komt. „Ze zeggen: sticht gewoon een nieuwe school. Maar dat gaat zomaar niet. Er is wel een leerlingenoverschot, maar niet genoeg voor een hele nieuwe school. Daar zijn regels voor. We moeten uitkijken naar een andere oplossing.”

Intussen heeft de dochter van Marjorie Langereis wél een plekje op de populaire Theo Thijssenschool. Zij werd ingeschreven voordat het lotingsysteem werd geïntroduceerd.

Heeft zij geluk gehad? „Mijn dochter zit toevallig hier op school, maar er zijn tig leuke scholen in Amsterdam waar ze naartoe had gekund”, zegt Langereis. Mensen moeten niet moeilijk doen over een kwartiertje fietsen.”

Directeur Eric Molenveld van de Theo Thijssenschool adviseert ouders toch te kijken naar minder populaire scholen, zoals de nabijgelegen Aloysiusschool, een katholieke school. „Maar”, voegt hij toe, „ook als we ouders kunnen overtuigen met een groepje naar een andere school te gaan, blijft er een klein tekort aan plekken.”

De school verder uitbreiden? Nee, zegt hij „Onze school heeft al twee locaties. Een derde komt de overzichtelijkheid en het karakter niet ten goede.”