Een klootzak en een filantroop

Nederland, Venray, 18-05-07 Peter Winnen. © Foto Merlin Daleman

Het leek hem erg makkelijk af te gaan, bekennen. Van Oprah hoefde hij alleen met ja of nee te antwoorden. Had hij aan de epo gezeten? Yes. Had hij bloedtransfusies ondergaan? Yes. Had hij zich bediend van testosteron en groeihormonen? Yes. Had hij al die dingen gedaan om de Tour te winnen? Yes. Na anderhalve minuut was het gepiept.

Natuurlijk speelde Armstrong dat het makkelijk was. Maar diep in zijn ogen lag de schaduw van weerzin, van verdwazing, verbazing en verbijstering. Alsof hij nog steeds niet kon geloven dat ooit een dag zou aanbreken waarop hij zich moest vastklampen aan de profane priesteres Oprah Winfrey. Dat strategische zelfvernedering nodig zou zijn om het merk Armstrong ook maar het begin van een (nieuwe) toekomst te geven. Koel bekennen, maar vooral niet meer dan wat al bekend is, was de insteek van de gevallene.

Zou Armstrong de laatste weken zijn team advocaten met elk een uurtarief van duizend dollar of meer verfoeid hebben? Je zou kunnen zeggen dat zij in strategisch opzicht behoorlijk wat steken hebben laten vallen. Oprah als strohalm is geen benijdenswaardig resultaat.

Armstrong spreekt alleen over zichzelf als het over strategische fouten gaat. Zijn opstelling naar Usada, nadat het haar onderzoek was gestart, was te agressief geweest. Hijzelf had uit een gevoel van onaantastbaarheid die inschattingsfout gemaakt.

Armstrong poogde zichzelf neer te zetten als iemand die groteske fouten heeft begaan, maar achteraf niet zo goed snapt waarom hij het zo heeft gedaan. Het moest allemaal in een roes gebeurd zijn. Een verlangen naar totale controle of regie. Ja, onuitstaanbaar was het eigenlijk geweest.

Armstrong snapt nu donders goed dat de mensen die hij zo belazerd en vernederd heeft hem moeilijk of niet kunnen vergeven. Ja, hij snapt zelfs dat mensen niet kunnen geloven wat hij in dit interview allemaal te berde brengt.

Vrij koeltjes maar juridisch noodzakelijk loog hij er dus op los toen hij stelde niemand van zijn ploeggenoten te hebben gedwongen tot wat voor medisch regime dan ook. En dottore Ferrari was gewoon een fijn mens, en niet de medische architect van zijn Tourzeges.

Hij was een klootzak en een filantroop, zo kwalificeert hij zichzelf in het begin van het gesprek. Hij was niet de totaal slechte en verziekte mens waar hij nu voor gehouden wordt. En die epo, ach dat hoorde erbij als water in een bidon. Dat was de cultuur in die dagen. Hij kon er een sportief en zakelijk imperium op bouwen. Die overweldigende focus op zijn persoon met bijbehorende veroordelingen had hij echt niet voorzien.

Nee, dé zakelijke misser van zijn leven was zijn comeback. Zonder comeback was er geen Floyd Landis geweest die rancuneus uit de school klapte omdat die geen plek kreeg in de ploeg waar Armstrong mede-eigenaar van was.

In maart 2009, het jaar van de comeback, brak Armstrong zijn sleutelbeen in een lullig koersje ergens in Spanje. Hij die nooit viel. Het ongeloof op zijn gezicht: hoe kan dit nu? De god van het opportunisme liet hem op dat moment in de steek.

Peter Winnen is oud-wielrenner en columnist van NRC Handelsblad

    • Peter Winnen