Een feestje in versnellinkje 7

Hardstyle borduurt voort op het oude gabber. Tien jaar was het een vrij gesloten scene. Maar de feesten bereiken een steeds groter publiek.

Gabber: misschien wel het enige echt succesvolle Nederlandse export product naast tulpen, klompen, en kaas. In de jaren negentig gingen hordes kaalgeschoren koppen los in stadions op de supersnelle beats. Ze droegen glimmende trainingspakken van Cavello of Australian en ‘hakten’ op de tenen van hun Nike Air Max. Maar zoals de marktwaarde van een tulpenbol in drie maanden inzakte van een grachtenpand naar bijna niets eind zeventiende eeuw, verdween gabber sneller dan je hakken kan zeggen uit de hitparades midden jaren negentig. Toen ook de jeugd in Bloemendaal een van de vrachtwagen gevallen trainingspak droeg en ‘Daar is gabbertje’ de hitlijsten domineerde, verloor gabber zijn cool. Het verdween in de underground. Hardstyle vult de leegte die het achterliet.

Mainstream media lieten het fenomeen de afgelopen twaalf jaar links liggen maar nu bereikt het genre dat voortborduurt op hardcore en de hardere kanten van trance ook het grote publiek. In iedere grote discotheek buiten de randstad wordt tegenwoordig hardstyle gedraaid, zegt Q-dance general manager Rogier Werver. Dat is lastig te controleren, maar het aantal hardstyle dj's in de DJ Mag Top 100, de populariteitslijst die het gelijknamige Britse blad jaarlijks in oktober publiceert, groeide van 9 naar twaalf afgelopen jaar. Een van de snelste stijgers, van 80 naar 41, was de Nederlandse Joram Metekohy, ofwel Wildstylez. Een maand later was ook de eerste hardstyle ‘dance smash’ op radiostation 538 een feit. Het nummer ‘Year of Summer’ was van diezelfde Wildstylez. Zaterdag heeft hij zijn eerste solo-evenement in de Heineken Music Hall in Amsterdam. De 6.000 kaartjes zijn al uitverkocht.

Zo gaat het bijna altijd bij een hardstylefeestje. De afgelopen tien jaar ontwikkelde zich een vrij gesloten scene in Nederland rond de twintig feesten die ID&T’s zusteronderneming Q-dance jaarlijks organiseert. De feesten, allemaal met letter q in de titel, een verwijzing naar het ‘moederbedrijf’, zijn razend populair. Onder een breed publiek en zeker ook onder de ‘working class’ zoals hardstyle-producer Brennan Heart zijn publiek in een van zijn liedjes typeert. Stadionfeest Qlimax in het Anrhemse Gelredome verkoopt haar 28.000 kaarten binnen een half uur, de 55.000 kaarten voor zomerfestival Defqon zijn in een uur uitverkocht. Zelfs een festival als Lowlands heeft daarvoor nog altijd twee uur nodig.

Maar, hardstyle is niet hetzelfde als gabber. Op Q-dance feesten wordt nog steeds gehakt. De schakelketting is op Qlimax te zien, net als het blote bovenlijf. Maar, de sfeer is positief. Met vuurwerkshows en indrukwekkende decors die de dj's verkleinen tot playmobiel-proporties werkt een hardstylefeest toe naar een ‘Qlimax’, niet naar een apotheose. En daarin ligt het grote verschil met hardcore: als de grimmige en snellere gabberbeats al gepaard gingen met een stem, bereidde die het publiek meestal voor op hel en verdoemenis; bij hardstyle komt er na acht tellen doordreunen een refrein, waarin het ook over liefde of echte emoties kan gaan.

Daarmee maken producers zoals Wildstylez en Headhunterz (nummer 11 in de DJ Mag Top 100, de z staat voor meervoud, een eerbetoon aan zijn trouwe fans) het genre toegankelijk voor een breder publiek, nu ook in het buitenland. In Australië organiseert Q-dance al twee eigen festivals, en er komen steeds meer clubavonden met hardstyle bij. Afgelopen zomer had Q-dance een eigen podium op Electric Daisy Carnaval in Las Vegas, een festival met 300.000 bezoekers; woensdag maakte ID&T bekend dat het een joint venture aangaat met SFX Entertainment en LiveNation, de grootste concertorganisatoren in Noord-Amerika. Waarom hardstyle nu zo populair is? Q-dance manager Werver: „Het is natuurlijk toch een feestje in versnellinkje zeven.”

    • Rolinde Hoorntje