De bulldog van de Pioniers

Bayron Cornelisse zet alles opzij voor een profcarrière in de VS. De jonge pitcher kan zich in maart bij het nieuwe WK honkbal al meten met hedendaagse wereldsterren.

Bayron Cornelisse: „Als ik eenmaal ga gooien, zit ik in een tunnel.” Foto Rien Zilvold

Voordat Bayron Cornelisse (19) de heuvel op stapt, volgt altijd hetzelfde ritueel. Met zijn schoenen schrijft de pitcher ‘Greg’ in het gravel. Als eerbetoon aan de in 2011 overleden Gregory Halman. Cornelisse hoopt op een dag in de Amerikaanse Major League in diens voetsporen te treden. „Spelen op het hoogste niveau. Dat is mijn droom. Daar richt ik nu alles op”, zegt Cornelisse voor een training van het Nederlands honkbalteam.

Cornelisse en Halman hadden veel gemeen. Beiden groeiden op als zoon van een honkbalgekke vader uit Curaçao en een Nederlandse moeder in Haarlem. Halman leefde zijn droom bij de Amerikaanse profclub Seattle Mariners en had vrijwel dagelijks contact met Cornelisse totdat hij twee jaar geleden door zijn broer Jason werd doodgestoken. „Ik voel nog altijd de connectie tussen Greg en mij”, zegt Cornelisse. „Op mijn kamer hangen zijn foto’s nog. Hij blijft in gedachten altijd bij me.”

Van jongs af aan speelde Cornelisse al met een knuppel, een handschoen en een bal. Als zoon van de Curaçaose honkballer Hensley Jandroep zat de sport naar eigen zeggen in zijn bloed. „Honkbal is mijn spelletje. En dat zal het altijd blijven. Op Curaçao kennen ze me ‘als de zoon van’. In Nederland werk ik nu keihard aan mijn eigen loopbaan. Wat ik zou moeten doen om mijn vader te overtreffen? Ik weet het niet. Hij deed vroeger alles. Slaan, pitchen, honkbal, softbal; totdat hij geblesseerd raakte aan zijn knie en enkel.”

De gedrongen pitcher (werper) geldt al enige tijd als een groot talent. Oud-honkballer Tjerk Smeets haalde Cornelisse in 2011 naar RCH en coachte hem een seizoen in de overgangsklasse. „Ik noem hem altijd the bulldog”, zegt Smeets lachend. „Cornelisse kan goed slaan en goed pitchen. Hij is heel allround. Hij gooit heel makkelijk en is mentaal sterk. Hij past zich snel aan en is bereid veel te geven.”

Smeets zag Cornelisse vertrekken naar de Hoofddorp Pioniers, waar hij vorig seizoen als werper in de hoofdklasse zijn doorbraak kende. Als closer (laatste werper) hoefde Cornelisse geen enkel punt te incasseren en tijdens de Haarlemse Honkbalweek maakte hij tegen Cuba zijn debuut in het Nederlands team. „Dat ik in mijn debuutjaar als pitcher in de hoofdklasse geen run tegen heb gehad, zie ik toch wel als mijn hoogtepunt”, zegt Cornelisse.

Hij heeft besloten zich helemaal te richten op het pitchen. „Het is belangrijk om je te specialiseren”, legt hij uit. „Ik denk dat ik met pitchen verder kan komen. Daar ben ik beter in. Ik vind de variatie mooi. De ene keer gooi je hard. De andere keer met een curve. Als closer moet je er altijd klaar voor zijn om in actie te kunnen komen. Je moet de stand vasthouden. Als het goed gaat ben je er zo doorheen.”

De zenuwen gierden door zijn keel toen Cornelisse in juli vorig jaar in het shirt van Nederland de heuvel van het Pim Mulier Stadion op moest en oog in oog stond met Cubaanse wereldtoppers. Cornelisse hield stand. „Als ik eenmaal ga gooien, zit ik in een tunnel. Dan zie of hoor ik niets meer. Ik kijk alleen maar naar de catcher. Als je niet honderd procent geconcentreerd bent, dan kan je in de problemen komen. Dat gebeurde me tijdens de All Star Game. Phil Ortez sloeg direct een homerun. Daar leer je wel van.”

Als het aan Cornelisse ligt, heeft hij zijn laatste bal voor de Hoofddorp Pioniers al gegooid. Hij brak een opleiding voor sportleraar af en probeert als honkballer een beurs te krijgen bij de Eastern Oklahoma State College in de Verenigde Staten. „Maar het zou nog mooier zijn als een profclub zich zou melden”, stelt Cornelisse. „Ik heb een agent die voor me op zoek gaat. Ik besef dat de weg naar de top niet eenvoudig is. Tallozen willen naar de Major League.”

De loopbaan van Cornelisse kan in een stroomversnelling komen nu bekend is dat hij met het Nederlands team mee mag naar de World Baseball Classic. Cornelisse behoort tot de 28-koppige selectie voor het WK waaraan ook de beste profs meedoen. Hij is de jongste honkballer op de lijst van bondscoach Hensley Meulens. Zijn naam staat nu tussen profpitchers als Jair Jurrjens, Kenley Jansen en Shairon Martis: Nederlanders die hun debuut in de Amerikaanse Major League al hebben gemaakt.

Cornelisse lacht als de World Baseball Classic ter sprake komt. „Natuurlijk zou het fantastisch zijn om in maart in Taiwan in actie te komen”, zegt hij. „Ook dat is een droom. Vier jaar geleden heeft Nederland wel wat losgemaakt met overwinningen tegen de Dominicaanse Republiek. Daar was Gregory Halman nog bij. En nu sta ik er straks zelf. Ik wil steeds een stapje verder komen op weg naar het hoogste. Ik wil er niet aan denken dat het me niet zal lukken.”

    • Koen Greven