Cardioloog: preventie niet altijd doelmatig

De kosten van preventieve zorg wegen niet altijd op tegen de opbrengsten voor de gezondheid. Dit zegt hartspecialist Martin Schalij, hoofd van de afdeling cardiologie van het Leids Universitair Medisch Centrum en voorzitter van de wetenschappelijke vereniging voor cardiologen.

Schalij noemt als voorbeeld 800 mensen die een verdikte hartspier hebben, een erfelijke afwijking. Daarvoor krijgen ze preventief een onderhuidse defibrillator (ICD) ingeplant die 20.000 euro per stuk kost en elke vijf jaar wordt vervangen. Het apparaat moet de drager automatisch een schok geven bij een (dodelijke) hartritmestoornis. Er zijn hele families die zo’n apparaat dragen, ook de gezonde familieleden.

„Bij sommige van deze families”, zegt Schalij, „heeft de defibrillator in tien jaar niet één keer een terechte schok gegeven.”

Dat zou betekenen dat er voor een familie van bijvoorbeeld veertig mensen in tien jaar tijd 1,6 miljoen euro voor niets is besteed. „Probleem bij alle preventieve zorg is dat je nooit weet of er een probleem ontstaat, als je het níét doet.” De preventieve gezondheidszorg is een van de oorzaken van de stijgende kosten in de ziekenhuiszorg.

Een defibrillator geeft ook vaak complicaties. Schalij: „Het kastje geeft soms een onterechte schok. Dat is heel pijnlijk. Soms gaat er een draadje stuk en dan moet de patiënt naar het ziekenhuis.”

In totaal krijgen elk jaar zo’n 4.500 mensen een ICD. Dat zijn bijvoorbeeld patiënten die eerder een hartritmestoornis overleefden. Van hen krijgt één op de vier wel een terechte schok, zegt Schalij. „Dat is een goede score: die duizend patiënten zouden anders zijn gestorven.”

    • Frederiek Weeda