brieven

Ik ken wel degelijk alle feiten over Jansen Steur

Ik voel me genoodzaakt te reageren op het stuk van mijn collega Rien Vermeulen over de omstreden neuroloog Ernst Jansen Steur (Opinie, 15 januari). Helaas wordt de discussie over Jansen Steur gevoed door vele sentimenten. De roep om feiten is terecht. Het lezen van de beide rapporten van de commissie-Lemstra, die de zaak onderzocht, zou een goede basis hiervoor zijn.

Helaas blijkt ook collega Vermeulen dit onvoldoende te hebben gedaan. Hij schrijft dat een onderzoekscommissie van het ziekenhuis waar Jansen Steur werkte, alle door patiënten ondertekende formulieren – bedoeld voor wetenschappelijk onderzoek van hersenvocht door Jansen Steur – heeft gezien. „Het is opmerkelijk dat de neuroloog Scheltens – lid van de commissie-Lemstra – dit niet meer weet.”

Op pagina 29 en 30 van het rapport staat inderdaad dat een interne commissie van het Medisch Spectrum Twente de 115 ondertekende toestemmingsformulieren van patiënten heeft „aangetroffen”, maar de commissie-Lemstra 1 heeft, in een uitgebreide zoektocht naar toestemmingsformulieren en naar notities in het dossier dat patiënten wisten dat de lumbaalpunctie werd gedaan, niets gevonden (pagina 22 en 23). Op bladzijde 30 staat dat ook de vakgroep de formulieren „nimmer [heeft] gezien, ondanks herhaald verzoek”. Ook verder op deze pagina staat dat de kwestie van de toestemmingsformulieren niet is opgelost en is geëindigd vanwege dreigementen van de advocaat van Jansen Steur aan het adres van de vakgroep(coördinator).

Al met al is er dus voldoende twijfel aan de wetenschappelijke integriteit van Jansen Steur rondom dit onderzoek, zoals verwoord in het rapport. De suggesties van Vermeulen dat ik als lid van de commissie- Lemstra de feiten niet zou kennen, is derhalve aantoonbaar onjuist.

Prof. dr. Ph. Scheltens

Neuroloog, Amsterdam

Waren die politici maar puntjes aan de horizon

Van de zee worden mensen rustig, althans, zolang de zee er heerlijk naakt bij ligt en zolang je als nietig mens een vrije blik tot aan de horizon hebt. Als zulks niet meer het geval is, worden mensen juist ónrustig. Dit merk ik aan mezelf als ik op het strand tussen Bloemendaal en IJmuiden loop. Het zeezicht wordt verpest door windmolens die zo’n 25 kilometer uit de kust staan.

Vooraf was er van hogerhand verzekerd dat de molens vanaf de kust niet zichtbaar zouden zijn. Dit bleek een glasharde leugen.

Minister Kamp (Economische Zaken, VVD) noemt zelfs windmolenparken nóg dichter bij de kust „een reële optie” (NRC Handelsblad, 16 januari). De Engelsen zetten windmolens neer op 150 kilometer uit de kust, onzichtbaar voor Engelse kustbewoners. Dat is dus ook mogelijk. Jawel, zoiets kost meer geld, maar we moeten er toch alles aan doen om ons uitzicht over zee te behouden.

Ik vind de zee het mooiste schilderij ter wereld, ingelijst door de hemel en het strand. Ieder verstandig mens weet toch dat je nooit mag knoeien aan mooie schilderijen. Je zet toch ook geen streep met viltstift over het Joodse bruidje van Rembrandt! Al eerder hoorde ik politici bagatelliserend praten over de molens als ‘puntjes aan de horizon’. Waren zíj maar puntjes aan de horizon, kleine zwarte puntjes in de verte, heel erg in de verte.

Frans van Duijn

Haarlem

Die muts met Amsterdam droeg ik al in januari 1963

Tot mijn verrassing kwam ik in NRC Handelsblad (16 januari) de muts tegen die ik al heb gedragen tijdens de Elfstedentocht van 18 januari 1963, exact vijftig jaar geleden dus. Het was precies hetzelfde model, inclusief de speelse pompon en de gebreide ‘touwtjes’ aan de oorflappen. Om met Prediker te spreken: er is niets nieuws onder de zon.

De muts is sinds 1994 te bewonderen in het Eerste Friese Schaatsmuseum te Hindeloopen en staat ook op de foto waarop ik berijpt en besneeuwd ben afgebeeld voor de waterpoort in Sloten. Deze foto is te zien in het boek Mijn teen voor het kruisje, samen met een keur van andere exclusieve foto’s van de hand van Anneke Bleeker.

Dankzij de muts kwam ik met warme oren aan de finish. Mijn tenen waren een stuk kouder.

Tinus Udding

Uffelte

Servaes (PvdA) maakt zich terecht zorgen over veto’s

Alfred Pijpers herinnert Kamerlid Michiel Servaes (PvdA) aan het verkiezingsprogramma van die partij (Brieven, 16 januari). Het gaat dan om het overdragen van bevoegdheden aan Brussel. Net als de Britten winkelt Pijpers evenwel selectief. Inderdaad staat in het PvdA-verkiezingsprogramma: „Alleen zaken die niet net zo goed of beter op nationaal, regionaal of lokaal niveau kunnen worden geregeld, worden op Europees niveau aangepakt.” Meteen daaronder staat: „Omgekeerd betekent slagvaardigheid dat zaken die niet effectief op nationaal niveau geregeld kunnen worden, op Europees niveau worden aangepakt.” Terecht maakt Servaes zich er zorgen over dat Britse veto’s een slagvaardige EU in de weg staan.

Pieter van der Hoeven

Heemstede

Spekmans belager moet zich afvragen wie hij is

In haar artikel wijst Clara van de Wiel terecht op het gevaar van het uit de hand lopen van agressieve vormen van communicatie via Facebook en Twitter (Opinie, 16 januari).

We bevinden ons op Facebook in de publieke ruimte. Daarnaar moeten we ons gedragen. Het versturen van bedreigende of intimiderende e-mails of tweets is niet anders dan het sturen van een papieren brief met eenzelfde inhoud. Beide zijn strafbaar. Ook online pesten krijgt dezelfde behandeling als echt pesten.

Het is niet zo dat PvdA-voorzitter Hans Spekman zich heeft opgesplitst in verschillende persoonlijkheden: de politicus, Facebook-Spekman en de invoelende privépersoon, zoals Van de Wiel stelt. Hij is één persoon, die via uiteenlopende media communiceert met zijn achterban en critici. Daarop kan hij worden aangesproken. De redenering van Van de Wiel zou steekhoudend zijn als Spekman een acteur was die op het toneel de boef speelt en op straat als zodanig wordt behandeld.

Blijkbaar is het idee ontstaan dat het internet een vrijplaats is waar sociale normen niet gelden en waar je je onbeschoft kunt gedragen. Mogelijk is dit in de hand gewerkt door de downloadcultuur, waarin mensen auteursrechten op intellectueel eigendom kunnen omzeilen, terwijl ze er in de echte wereld voor zouden moeten betalen. Het probleem is dus niet Hans Spekman die schakelt tussen verschillende identiteiten schakelt, maar zijn belager ‘Gert Kruier’ die bij zichzelf te rade zou moeten gaan wie hij nu eigenlijk is.

Norbert van Diem

Haarlem

Wel inhoud op de podia

Poppodium Paradiso in Amsterdam begint binnenkort met een online-universiteit met „de beste professoren” die vijftien minuten college geven. Columnist Stine Jensen vreest dat dit niet meer zal gaan om „het centraal stellen van de kennis, maar om de geslaagde performance en mediagenieke amusementswaarde van de wetenschapper” (NRC Handelsblad, 15 januari).

Ik kan haar geruststellen. Het fenomeen van de oprukkende, nietszeggende like-knop van Facebook speelt geen enkele rol in de serie lezingen ‘Spinoza te Paard’ op het Haagse poppodium Paard van Troje. Dit centrum organiseert al sinds 2008 avonden met internationaal vermaarde wetenschappers. Zij hebben allemaal de Spinozapremie ontvangen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Deze premie is de hoogste Nederlandse onderscheiding in de wetenschap. De winnaars ontvangen een onderzoeksbudget van 2,5 miljoen euro. De besproken onderwerpen variëren van tweelingonderzoek tot het Majoranadeeltje en van psychologie op de werkvloer tot de opkomst van nanobiologie.

De onderzoeksleider bespreekt en toont het onderzoek voor de pauze. Daarna krijgt het publiek gelegenheid om te reageren. Vervolgens belicht een onderzoeksmedewerker de praktische kanten.

De uitgenodigde wetenschappers krijgen de prijs ook omdat ze jonge onderzoekers kunnen inspireren. Waarschijnlijk weten zij daarom hun presentatie – meestal – te houden in begrijpelijk Nederlands.

Alle voordrachten zijn terug te luisteren via de website van NWO. Als regelmatig bezoeker kan ik iedereen deze serie van harte aanraden.

Margriet Rutgers

Den Haag