Asscher: loonstijging kan koopkracht stimuleren - vicepremier ontkent pleidooi

DEN HAAG - Koningin Beatrix ontvangt de President van Senegal Macky Sall op Paleis Huis Ten Bosch in Den Haag. ANP JERRY LAMPEN Archieffoto vicepremier Asscher. Foto ANP / Jerry Lampen

Vicepremier Lodewijk Asscher denkt dat het goed zou zijn als mensen in Nederland door loonstijgingen weer meer geld te besteden hebben. Dat zegt hij vandaag in het Financieele Dagblad. Asscher denkt dat loonstijging de koopkracht weer kan aanzwengelen.

De consumentenbestedingen dalen al een tijd en dat remt de economie. Gisteren meldde het CBS dat het aantal werklozen in de laatste drie maanden vorig jaar met 10 procent is gestegen. In het interview zegt de minister van Sociale Zaken:

“Het is niet aan mij om de looneisen te formuleren, maar het zou wel helpen als Nederlanders weer wat meer koopkracht krijgen. Dat kan onder meer via de loonontwikkeling.”

Volgens Asscher kunnen loonsverhogingen de situatie verbeteren:

“We weten dat meer koopkracht vooral van hogere lonen of van meer economische groei moet komen. Dit kan niet alleen uit Den Haag komen.”

Zijn pleidooi is natuurlijk koren op de molen van de bonden. Maar de vicepremier sluit zich met zijn pleidooi ook aan bij verschillende economen die al langer zeggen dat de slechte economische groei in Nederland onder andere door de loonmatiging en lastenverzwaringen komt.

Update 9.29: Asscher heeft in reactie op het artikel in het FD ontkend dat hij deze uitspraken heeft gedaan over loonmatiging. Een woordvoerder verklaart aan de NOS:

“Asscher heeft gezegd dat aan loonmatiging soms ook nadelen kleven, maar dat is ook alles wat hij heeft gezegd. De vicepremier is van mening dat het nu niet aan hem is om looneisen te formuleren.”

Kamp: bezuinigingen zijn noodzakelijk

In het programma Pauw en Witteman zei minister Henk Kamp van Economische Zaken in reactie op de daling van de koopkracht dat de bezuinigingen nu eenmaal nodig zijn:

“Als we doorgaan met het uitgeven van geld dat we niet hebben dan zeggen de financiele markten op een gegeven moment daar gaan we geen risico meer nemen.”