Als een botsautootje door de Cyclamenstraat

Wie: Esperanza D. (34)

Waar: politierechter Amsterdam

Verdacht van: schade aan auto’s en het weigeren van alcoholonderzoek

Er stond die nacht geen auto in de Cyclamenstraat waar Esperanza níét tegenaan is gereden.

In de vroege ochtend van 8 augustus 2010 vertrok de 34-jarige vrouw uit Burundi halsoverkop van een feestje bij een vriendin in Aalsmeer. Ze had eigenlijk willen blijven slapen. Haar kinderen lagen er al in bed.

Maar midden in de nacht maakte Esperanza haar drie kinderen wakker, snoerde ze in op de achterbank van haar auto en reed weg. Ver kwam ze niet. Volgens de politierechter ging ze „als een botsautootje” door de Cyclamenstraat. Ze ramde zes auto’s en een lantaarnpaal voor ze tot stilstand kwam, met haar kinderen in een auto vol opgeblazen airbags. Toen de politie haar liet blazen, bleek dat ze te veel had gedronken. Voor controle werd Esperanza naar het ziekenhuis gebracht, waar ze een aanvullende bloedproef weigerde waarmee het alcoholpercentage in bloed vastgesteld kan worden.

Wat bezielde Esperanza?

De 34-jarige vrouw spreekt zacht, maar goed Nederlands. Ze vertelt aan de officier dat ze lijdt aan posttraumatische stressstoornis. Door „mijn geschiedenis in mijn land”.

In Burundi woedt al jaren een burgeroorlog. Esperanza is als asielzoeker naar Nederland gekomen en mocht blijven. Hier is ze gescheiden van de Burundese vader van haar kinderen. Ze werkt nu parttime als assistente van een apotheker.

Op het feestje in Aalsmeer, vertelt ze, was een man uit Burundi. Hij was er al vanaf het begin, maar sprak haar pas laat die nacht aan. Hij zei „iets” over Burundi, vertelt Esperanza. Er was een connectie, met de oorlog. Hij bedreigde haar, zegt ze. „Hij zei dingen als: ik maak jullie af.” En toen spuugde hij op haar. Ze raakte in paniek. „Ik wilde alleen nog maar weg.”

Het gebeurt wel vaker dat verdachten tijdens de zitting met allerlei ontlastende omstandigheden op de proppen komen. Meestal levert dat geen strafvermindering op omdat de beweringen niet worden ondersteund door feiten in het dossier.

In dit geval zegt de officier: „Ik durf wel van mevrouw aan te nemen dat ze in paniek was.” Maar het doet volgens de officier niet af aan het feit dat ze haar kinderen in gevaar heeft gebracht. „Ze is doorgereden, ook na de eerste botsing.”

Ook de politierechter zegt „best te willen geloven” wat Esperanza vertelt, maar ze kan niet begrijpen waarom Esperanza vervolgens de bloedproef weigerde.

Esperanza kijkt naar de sleutelbos in haar handen. Ze snikt en zegt dat ze dat zelf ook niet begrijpt. „Ik was mezelf niet.” Ze begreep die nacht de bedoeling van „het prikken” ook niet. „Ik hád toch al geblazen?”

De officier zegt dat ze volgens de richtlijnen een boete van duizend euro zou mogen opleggen. Maar Esperanza heeft een leeg strafblad. De officier weegt ook in haar voordeel mee dat ze uit zichzelf alle schade vergoed heeft aan de auto’s (in totaal zo’n 5.000 euro). Ze heeft direct de driedaagse cursus ‘alcohol en verkeer’ gevolgd bij het CBR (800 euro). De officier eist daarom alleen dat Esperanza de kosten van de lantaarnpaal vergoedt die de gemeente Aalsmeer heeft geclaimd: 617 euro, en negen maanden ontzegging van de rijbevoegdheid. Van dat laatste zal Esperanza niets merken, zo lang is ze haar rijbewijs al kwijt geweest. Als de politierechter zich terugtrekt om na te denken, kijkt Esperanza op naar de officier. „Bedankt.”

De politierechter vertelt bij terugkeer dat ook zij „geen twijfel” heeft aan wat Esperanza vertelt. Ze vindt dat Esperanza „verantwoordelijkheid heeft genomen” voor haar daden. Daarom ziet ze het „nut” niet in van een boete. Wel legt ze negen maanden ontzegging van de rijbevoegdheid op en Esperanza moet de schade aan de lantaarnpaal vergoeden.

Esperanza mag gaan. Maar nu begint ze pas echt te snikken. De politierechter zegt: „Doe voorzichtig buiten, het sneeuwt.”

    • Merel Thie