Ach, daar is de geheime politie

In 1925 vertrok de Rotterdamse Wilhelmina Triesman naar de Sovjet-Unie. Daar maakte ze alle ellende mee die je onder Stalin kon overkomen.

Sommige mensenlevens zijn zo getekend door de geschiedenis, dat het lijkt alsof ze zich alleen in een film of roman hebben afgespeeld. Zo’n voorbeeld is Wilhelmina Triesman (1901-1982), een Nederlandse die zich in 1925 in Leningrad vestigde en daar tot haar dood zou blijven. Ze heeft er, zoals blijkt uit de boeiende biografie die historica Janine Jager onlangs publiceerde, zo ongeveer alle ellende meegemaakt die je in de Sovjet-Unie van Stalin kon overkomen.

Geboren in een Rotterdams arbeidersgezin groeit Triesman op in de eerste decennia van de 20ste eeuw. Ze wordt verliefd op een Russische zeeman, Timofej Rjazantsev, die als gevolg van de zeeblokkade in de Eerste Wereldoorlog in de Rotterdamse haven is gestrand. Na afloop van de oorlog laat Rjazantsev zich niet repatriëren. In plaats daarvan vindt hij werk op de scheepswerf van Wilton. Wanneer Triesman zwanger raakt, trouwen ze.

Doordat Nederland de nieuwe Sovjetstaat niet erkent, wordt Rjazantsev stateloos. Hetzelfde overkomt Triesman, die haar Nederlanderschap verliest omdat ze met een buitenlander is getrouwd. Het doet haar politieke bewustzijn ontwaken. Ze wordt lid van de communistische partij en zet zich samen met haar man in voor hulpbehoevende buitenlanders. Daarmee wekken ze de argwaan van de politie, die iedere vreemdeling die verdacht wordt van revolutionaire activiteiten het land uitzet. Als de politie in 1925 Rjazantsev wil arresteren, vlucht hij naar Rusland. Triesman en hun zoontje Misja volgen kort daarna. Het gezin wordt herenigd in Leningrad. De burgeroorlog is dan twee jaar achter de rug en de Russische bevolking kan even rustig ademhalen.

Als Rjazantsev geen werk kan vinden, vertrekt hij met zijn gezin naar zijn ouders in Oekraïne. Triesman kan er niet aarden en keert in haar eentje terug naar Leningrad. Volgens Jager heeft Triesman dan of spijt van haar Russische avontuur of van haar huwelijk. Want in die tijd vraagt ze een visum aan voor Nederland, dat ze niet krijgt, omdat ze haar vaderland onrechtmatig heeft verlaten.

Triesman, die inmiddels staatsburger van de Sovjet-Unie is, gaat op een fabriek werken en wordt lid van de Communistische Partij. Het stelt haar in staat Engels en Russisch te leren aan een ‘arbeidersfaculteit’, een middelbare school voor volwassenen.

Als in 1933 haar man zich weer bij haar voegt, blijkt hoezeer ze van elkaar vervreemd zijn geraakt. Triesman schrijft zich in bij het Oosters Instituut, waar ze medewerkers leert kennen van het Museum voor Antropologie en Etnografie (MAE), gevestigd in de Kunstkamera, het eerste museum van Rusland, dat in de 18de eeuw door Peter de Grote is opgericht.

Nieuwe liefde

Op het MAE ontmoet ze ook Andrej Danilin, met wie ze in 1936 trouwt en twee kinderen krijgt. De etnograaf Danilin, een klassieke Russische intellectueel, is haar grote liefde. Maar Stalins Grote Terreur, die in datzelfde jaar begint, maakt aan ieders geluk een einde. In Triesmans omgeving worden talloze geleerden gearresteerd, naar de Goelag verbannen of geëxecuteerd. Uit brieven die Jager heeft gevonden, blijkt dat iedereen zijn of haar lot met een onvoorstelbare gelatenheid accepteert, zo van ‘ach, daar heb je de geheime politie, wij zijn blijkbaar aan de beurt.’

Een volgende beproeving is de Tweede Wereldoorlog, die in Leningrad als gevolg van het 900 dagen durend beleg door de Duitsers aan bijna eenderde van de 3 miljoen inwoners het leven kost. Als de Duitse troepen nog in opmars zijn, wordt Triesmans dochtertje Lida geëvacueerd naar de stad Jaroslavl. Zodra Triesman in juli 1941 de kans krijgt om haar achterna te reizen, vertrekt ze op stel en sprong met haar zoontje Volodja, zonder afscheid te nemen van haar man. Het filmische moment is daar als de trein waarmee ze reist Danilin passeert, die langs het spoor loopgraven delft en niets in de gaten heeft. Ze zullen elkaar nooit meer terugzien. Wel schrijven ze tot op het laatst. Zo bericht Danilin dat ‘het leven nu zo interessant is’, een opmerking waar Triesman geen begrip voor kan opbrengen. Dat ‘interessante’ voorkomt niet haar zoontje een paar maanden later aan een darminfectie sterft en Danilin begin 1942 van honger en kou omkomt.

Na de oorlog krijgt Wilhelmina een baan op het MAE, eerst bij de afdeling Indonesië, waar ze iemand nodig hebben die Nederlands kent. Al gauw belandt ze bij de Kunstkamera en krijgt ze opdracht een Russische vertaling te maken van Noord en Oost Tartarye, een socio- en geografische beschrijving van Siberië, Centraal-Azië en Mongolië, geschreven door de 17de-eeuwse Amsterdamse burgemeester Nicolaas Witsen. Russische kenners konden dat in de Sovjet-Unie zeldzame boek niet lezen. De vertaling en bezorging ervan – een enorme klus voor iemand die geen 17de-eeuws Nederlands kende – zouden Triesman de rest van haar leven bezighouden.

Opvallend is dat ook hier de staatsterreur zich doet gelden, vooral als na 1945 de betrekkingen met het Westen verslechteren en er niet meer gesproken mag worden van wederzijdse culturele beïnvloeding van Rusland en Europa, zoals Witsen die beschrijft. Opnieuw worden er geleerden vervolgd, ook binnen de Kunstkamera. Voor Wilhelmina een teken om zich gedeisd te houden.

Levensteken

Wanneer Triesmans familie, die pas in 1945 weer een levensteken van haar ontvangt, wil dat ze naar huis komt, weigeren de Sovjetautoriteiten haar een uitreisvisum. Ze vraagt daarop een Nederlands paspoort aan bij de ambassade in Moskou. Maar zodra ze dat heeft, nemen de autoriteiten het in beslag. Pas in 1965 mag ze wel naar Nederland, tijdelijk, want haar dochter Lida is als gijzelaar in Leningrad achtergebleven en ook wil ze haar werk in het museum niet in de steek laten.

In de jaren zeventig vragen Sovjetgeleerden opnieuw om een vertaling van Witsens studie. Wederom krijgen ze hun zin niet, dit keer omdat Witsen zich niet altijd positief over Russen heeft uitgelaten. Totdat het werk tijdens de dooi van de jaren negentig alsnog in vertaling verschijnt, moeten ze het doen met een bezoek aan de Kunstkamera, waar ze met Triesmans hulp het manuscript kunnen raadplegen.

Ruslandspecialist Jager heeft zich voor haar boek gebaseerd op brieven, dagboeken, foto’s, krantenknipsels, treinkaartjes en officiële documenten die Triesman heeft nagelaten. Dat ‘archief’ heeft een reconstructie van een fascinerend leven opgeleverd. Haar biografie is dan ook een waardevolle aanwinst voor iedereen die wil weten hoe onmenselijk het dagelijks leven in de Sovjet-Unie was.