125-jarig KCO herinnert schandaaljaar 1913

Klassiek

Schandalig! Kon. Concertgebouworkest o.l.v. David Robertson. Gehoord: 17/1 Concertgebouw A’dam. Herh: 18/1. Radio 4: 27/1,14.15 uur.

Rumoer! Schandaal! Massale en heftige publieke bijval in het Concertgebouw voor de man die weigert om Stravinsky’s Le sacre du printemps te dirigeren. Luid zingend klaagt hij de politici aan die 500 musici hebben ontslagen en hun talent gesmoord.

Het was niet dirigent David Robertson die na de pauze van het eerste jubileumconcert van het Concertgebouworkest naar beneden kwam. Maar bariton Martijn Cornet leek sterk op hem, toen hij het applaus in ontvangst nam en Le sacre du printemps liet inzetten. Al snel draaide hij zich om en begon een felle anti-bezuinigingstekst van Carel Alphenaar, getoonzet door Willem Jeths.

Met de langdurige ovationele reactie was er iets terug van het publieke ongenoegen dat een eeuw geleden heerste in de klassieke muziek. Het 125-jarige orkest keek in het concert Schandalig! terug op het roerige jaar 1913. In Wenen werd een concert afgebroken met de Fünf Orchesterlieder nach Ansichtkarten van Alban Berg en de Sechs Gesänge nach Texten von Maurice Maeterlinck. In Parijs was er de moeder aller muziekschandalen: de wereldpremière van het ballet Le sacre du printemps op muziek van Stravinsky.

De twee liederencycli werden luisterrijk gespeeld, mezzo Anne Sofie von Otter transformeerde ze tot transparante aquarellen. Le sacre kreeg een memorabele uitvoering: langzame tempi, ingetogen lyriek en mystiek, niet te luid maar uiteindelijk vlijmscherp en verpletterend.

Het orkest bracht ook de in opdracht van het Concertgebouw gecomponeerde wereldpremière Era van Magnus Lindberg. Zijn exuberante en enerverende Kraft (1983-’85) voor orkest en o.a. radiatoren, lantaarnpaal en een autovelg baarde ooit veel opzien. Nu wilde hij alleen een plezierig stuk schrijven. Era bleek een typisch gelegenheidswerk, een expressionistische collage in retrostijl zonder veel structuur en met wat feestgedruis. Tijdens het slappe applaus klonk één keer „boe!”

    • Kasper Jansen