Vrouwen zouden later kinderen moeten krijgen

De wereldbevolking blijft groeien en hulpbronnen zijn schaars, maar praten over geboortebeperking blijkt uit den boze, betreurt Pieter Pauw.

Praten over het aanpakken van wereldwijde overbevolking is een taboe. Dit is raar en niet slim, want er zijn makkelijke oplossingen. Minder kinderen krijgen – dat snapt iedereen. Het zou ook helpen als mensen rond hun dertigste kinderen zouden krijgen. Overheden kunnen dit zelfs stimuleren.

Maar niemand roert zich als de Russische president Poetin zegt dat een modelgezin drie kinderen heeft en dat hij het krijgen van een derde kind stevig zal subsidiëren. Er is nauwelijks discussie over het doel van Serious Request, dat geld ophaalde waarmee de bevolkingsgroei wordt gestimuleerd. Wie zegt dat er in ontwikkelingslanden iets aan geboortebeperking gedaan moet worden, is al gauw neokolonialist.

Er is maar één aarde en die moeten we delen met steeds meer mensen. De grootte van de stukken is oneerlijk verdeeld, maar iedereen streeft altijd naar een groter stuk. Demograaf en econoom Thomas Malthus schreef aan het eind van de achttiende eeuw al dat bevolkingsgroei vroeger of later zou leiden tot hongersnoden en conflicten.

Zitten wij al op dit punt? We putten de aarde in rap tempo uit. Zeeën worden leeggevist. Kunstmest raakt langzaam op. De voedselproductie moet de competitie aangaan met biobrandstoffen. Intussen groeit de wereldbevolking nog steeds. Elke avond zitten er weer 219.000 nieuwe mensen aan de eettafel – vaak met een leeg bord voor zich.

Een enkeling waagt het om te spreken over overbevolking. Pieter van Vollenhoven bepleitte vorig jaar een regeling die gedwongen anticonceptie mogelijk maakt voor bijvoorbeeld verslaafden en geestelijk gehandicapten. Ook burgemeester Freddy Thielemans van Brussel wil een debat over geboortebeperking, want de grote gezinnen in zijn stad veroorzaken problemen. Maar het grote plaatje wordt niet bekeken. Nederland kent bijvoorbeeld geen hoogleraar ‘mondiale overbevolking’. De politiek houdt zich stil.

Innovatie biedt oplossingen. Dankzij de uitvinding van de landbouw hoefde de mens niet meer te jagen en verzamelen. Door zelf voedsel te produceren, was er ruimte voor vijfhonderd keer meer mensen. Recentere voorbeelden van innovatie zijn irrigatie en kunstmest. Het wordt evenwel een steeds grotere uitdaging om nog een uitvinding te doen die duurzame bevolkingsgroei mogelijk maakt. Het vergroten van de voedselproductie mag niet leiden tot een hogere CO2-uitstoot en innovatie moet samengaan met een lager verbruik van water en fosfor.

Overgaan op een vegetarisch dieet of minder vliegen helpt, maar is geen innovatie. Genetische modificatie van gewassen zal evenmin het grote verschil maken. Kweekvlees waar geen dieren aan te pas komen of directe energieopwekking uit fotosynthese klinkt nog te veel als toekomstmuziek. Minder mensen lijkt meer voor de hand te liggen.

Het taboe moet worden doorbroken. Er zijn stevige debatten nodig over recht op kinderen, immigratie, demografie en innovatie.

Hier volgt alvast een eenvoudige berekening over de rol van het individu in het terugdringen van de overbevolking. Stel dat iedereen op zijn tachtigste overlijdt en dat één startgezin en al hun navolgers luisteren naar Poetin, en drie kinderen krijgen. Als de ouders hun kinderen rond hun twintigste krijgen, zijn er na 120 jaar 59 mensen bijgekomen. Als de ouders daarentegen kinderen krijgen rond het dertigste levensjaar, komen er maar 21 mensen bij.

Als ieder stel slechts twee kinderen krijgt, verlaagt de bevolkingsdruk zelfs. Er zijn immers per stel 2,1 kinderen nodig om de bevolking op peil te houden. Overheden zouden heel eenvoudig kunnen stimuleren dat mensen later kinderen krijgen, of zouden alleen kinderbijslag kunnen geven voor de eerste twee kinderen.

De economische recessie heeft in Europa overigens al geleid tot een trendomkeer. Voor de crisis nam het aantal kinderen per Europees gezin toe, maar volgens het Vienna Institute of Demography krijgen Europeanen sinds 2008 gemiddeld minder en later kinderen.

Nu maar hopen dat overbevolking en overconsumptie als tweelingprobleem ook op de wetenschappelijke en politieke agenda een belangrijke plek krijgt.

Pieter Pauw is onderzoeker bij het Deutsches Institut für Entwicklungspolitik.

    • Pieter Pauw