Tarantino vertilt zich aan de slavernij

De 150ste herdenking van de Emancipatieproclamatie van de Amerikaanse president Lincoln in 1862, waarin hij de Amerikaanse slaven ‘voor altijd vrij’ verklaarde, heeft de nodige aandacht opgeleverd van filmmakers. Biopic Lincoln van Steven Spielberg is de grote favoriet bij de komende uitreiking van de Oscars. Quentin Tarantino kreeg met zijn slavernijfilm Django Unchained een gevoelige tik op zijn neus met een bescheiden aantal Oscarnominaties. Wel genomineerd voor beste film, buiten de boot gevallen in de categorie beste regisseur en zonder veel nominaties in de acteurscategorieën.

Tarantino is zich de laatste jaren meer met serieuze historische thema’s gaan bezighouden. Eerst de Tweede Wereldoorlog in Inglourious Basterds, nu het Amerikaanse slavernijverleden in Django Unchained. Het procedé is hetzelfde. Wraak staat centraal. Geef de slachtoffers van de geschiedenis het heft in handen, zodat ze er moreel gelegitimeerd op los kunnen rossen in orgiastische geweldsuitbarstingen.

Django Unchained is opgebouwd als spaghettiwestern en zit vol met verwijzingen naar Tarantino’s voorbeelden in het genre, zoals de westerns van Sergio Leone en Sergio Corbucci. Tarantino wentelt zich weer in zijn trash- en pop-sensibiliteit én hij probeert een statement te maken over een Belangrijk Onderwerp. De film voldoet nauwelijks als onderhoudende B-film, en wat de film precies wil zeggen over slavernij en de Amerikaanse geschiedenis blijft incoherent. Tarantino spreekt niet zonder pretentie over zijn film als een ‘rite de passage’ voor jonge zwarte mannen, die zich kennelijk via zijn film moeten bevrijden van de psychologische last van het historisch slachtofferschap. De lengte van de film (165 minuten) is geheel in lijn met die forse pretenties.

Goed en slecht geweld

Het geweld is zoals altijd de kern bij Tarantino. Het goede, legitieme geweld komt van ex-slaaf Django (Jamie Foxx) die aan de zijde van de paternalistische premiejager Dr. Schultz (Christoph Waltz) poogt zijn vrouw te bevrijden uit handen van de duivelse plantagehouder Calvin Candie (Leonardo DiCaprio) en diens collaborerende huisslaaf (een bejaard gemaakte Samuel L. Jackson). Django als premiejager: „Killing white people and getting payed for it, what’s not to like?”

Het probleem is dat het slechte geweld er bij Tarantino bijna even appetijtelijk uitziet als het goede. Slecht geweld komt van slavenhouder DiCaprio die in een lang uitgesponnen, weerzinwekkend ‘Mandingo-gevecht’ twee van zijn slaven met elkaar laat vechten op leven en dood. Veelzeggend: zulke gevechten hebben volgens historici niet plaatsgevonden, maar zijn wel vast onderdeel van de blaxploitation-films waar Tarantino verzot op is. Op de vraag welke research hij deed naar het slavernijverleden voor zijn film, antwoordde hij: „Nul. Het zit allemaal al in mijn hoofd.” Maar dat hoofd is vrijwel exclusief gevuld met film.

Geweld, al het geweld, in een film van Tarantino, is primair vermaak, voorzien van een bijna erotische lading. Uiteindelijk maakt het onderscheid tussen goed en kwaad nauwelijks verschil. Dat maakt de Django Unchained vlak en nogal futloos. Doordat goed en kwaad zo weinig geprononceerd zijn, pruttelt, sputtert en suddert de film voort.

Django Unchained heeft zijn momenten en zelfs complete geslaagde scènes. Maar te weinig om bijna drie uur lang te kunnen boeien. Net als eerder bij de Tweede Wereldoorlog vertilt Tarantino zich aan het slavernijverleden. Zware jongens die met elkaar discussiëren over Big Macs of over Madonna, of rondhangen in een stripteasebar vol vampiers, dat is en blijft toch meer zijn wereld.