Ongemakkelijke animaties over vreemde tussenwereld

Ann Lislegaard: Speaking in Tongues. T/m 27 jan bij Galerie Paul Andriesse, Westerstraat 187, Amsterdam. Inl: www.paulandriesse.nl ***

Telkens als ik het werk van de Deense kunstenaar Ann Lislegaard zie, moet ik aan de ‘Uncanny valley’ denken. Dat is een fascinerend begrip uit de robotkunde of de 3D-animatie dat stelt dat wanneer men een mens namaakt in een robot of een animatie er een punt bestaat waar de gelijkenis opvallend ongemakkelijk wordt. Wijkt het getekende wezen ver genoeg af van een mens, dan vindt de toeschouwer dat prettig of grappig. Lijkt-ie heel perfect dan is het ook goed (knap!) Maar er is een tussengebied van ‘semigelijkenis’ waar toeschouwers zich verregaand ongemakkelijk voelen – daar worden getekende mensen ‘onmensen’ waar we niks mee te maken willen hebben.

Juist dat ongemakkelijke tussengebied waar we de greep op het leven verliezen, lijkt Lislegaard te fascineren. Ook op haar nieuwste tentoonstelling bij Galerie Paul Andriesse toont ze verschillende animaties waarin weliswaar geen mensen optreden, maar wel dieren die zich bevinden in een vreemde tussenwereld. Lislegaard is onder andere gefascineerd door sciencefiction en het werk van Philip K. Dick en J.G. Ballard: ze onderzoekt voortdurend wat voor effect afwijkingen van de norm op de werkelijkheid hebben en hoe we via die weg tegen onze wereld aankijken. Dat geeft je bij haar installaties vaak een ‘uncanny’ gevoel: hoe dicht nadert Lislegaards wereld eigenlijk de onze? Is het sciencefiction, een sprookje, of komt het stiekem dichterbij dan we willen? Soms werkt dat goed, bijvoorbeeld in het filmpje van een geanimeerde hond die zelf de grip op het leven al kwijt lijkt te zijn: niet alleen wordt hij geprojecteerd op een spiegel, zijn gezicht neemt ook allerlei vormen van expressie aan (onmacht, verwarring) die zo alledaags lijken dat je bijna vergeet dat ze bepaald niet bij het standaard emotierepertoire van een hond horen.

Daar staat tegenover dat Lislegaard zich soms wel erg makkelijk op haar eigen escapisme laat meevoeren. De animatie Oracle (2012) waarin twee identieke levensechte, zeer expressieve uilen te zien zijn, is prachtig van beeld, maar de orakeltaal die de dieren uitslaan wordt zo zacht afgedraaid in een mengeling van Deens en Engels dat je het nauwelijks kunt volgen. Dan voel je je als toeschouwer ook onmachtig, maar om de verkeerde reden. Daar had Lislegaard haar vreemde wereld wel iets toegankelijker mogen maken.