Marktwaarde of angstwaarde

De prachtige dramaserie The Hour speelt in het Londen van de late jaren vijftig en draait om een team jonge, ambitieuze televisiejournalisten die zich proberen te ontworstelen aan het slaafs-gouvernementele regime van de BBC, om echte, relevante journalistiek te bedrijven. De presentator van The Hour is een charismatische losbol die snel populair bij het Engelse publiek wordt, waarop de commerciële televisie, ITV, hem probeert weg te kopen met een vet contract. Zijn baas, gelouterd in het vak, legt het hem uit: ingaan op hun aanbod zou professionele zelfmoord op termijn zijn. Al die extra gage zou hij moeten verdienen met optredens in andere ITV-programma’s, dat zou ten koste gaan van zijn geloofwaardigheid en hij zou een tragisch einde vinden als dansende beer in het ITV-entertainmentcircus.

Zijn er Nederlandse radio- en tv-journalisten die met succes van de commerciële omroep overstapten naar de publieke? Zeker: Jeroen Pauw, Sacha de Boer, Mariëlle Tweebeeke, Bas van Werven, en er zullen er vast meer zijn. En omgekeerd? Lastig. Ton Elias en Feike Salverda gingen van de NOS en de VPRO naar de commerciële zender van Joop van den Ende en van beiden werd al snel niets meer vernomen. Jack Spijkerman – geen journalist, wel coryfee – probeerde met een succesvol programma van de VARA naar Talpa over te steken en leed lelijk schipbreuk.

Niettemin gaan er altijd verhalen dat PO-coryfeeën door een commerciële omroep zijn ‘benaderd’, dat er zelfs ‘gesprekken’ geweest zijn. Dit hoort bij het spel. De kaper in kwestie wordt doorgaans niet met name genoemd, dus het hoeft niet eens waar te zijn. Met zulke ‘aanbiedingen’ en ‘gesprekken’ bouwt een presentator ‘marktwaarde’ op, zoals het dan heet. Een term die juist zou zijn als er ook inderdaad een markt was. Dat wil zeggen: niet alleen vraag, maar ook aanbod. Het is als langs een kronkelende bergweg: als je aan de bergzijde rijdt, lijkt er weinig aan de hand, maar aan de dalzijde hangt de vangrail vol met bidprentjes en verdorde bloemstukken. Presentatoren kunnen blijkbaar wel verleid worden de harde omgeving van de commerciële omroep te verruilen voor het meer beschutte klimaat van de publieke, maar het omgekeerde traject vertoont weinig verkeer.

Lang geleden moest ik in het inmiddels gesloten studiocentrum De Plantage zijn, in Amsterdam, naast Artis, voor de opname van een programma van SBS. Bij de ingang sprak ik een jonge vrouw aan die net naar buiten kwam, of ze wist waar ik moest zijn. „S-B-S?!”, riep ze geschokt. „Onmogelijk! Dit is publiek!” Ze keek nog even achterom naar het gebouw, met een blik alsof het nu onherstelbaar verontreinigd was.

Niet alleen de rank and file van de publieke omroep ontleent prestige en voldoening aan zijn associatie met de publieke zaak, voor de boegbeelden geldt dat net zo goed. De Leeuw, Witteman, Pauw, Van Nieuwkerk, het zijn weldenkende mannen met verlichte ideeën over waar het met de wereld heen moet, en daar dragen zij op hun manier een steentje aan bij. Zij wíllen in publieke dienst, omdat het ook een immaterieel inkomen geeft. ‘Angstwaarde’ zou dus misschien een beter woord zijn dan ‘marktwaarde’, want een tactiek van flirten, maar nooit vrijen werkt alleen bij een opdrachtgever die doodsbang is dat je weggaat. Die niet de durf heeft het gewoon eens te proberen. Om met de ijzige rust van die BBC-baas in The Hour te zeggen: ‘Tja, dat moet je dan misschien maar doen. Praat eens met Jack Spijkerman. Of Ton Elias.’

En als zo’n publieke ster dan inderdaad overstapt? Dan is de publieke omroep een miljoen tv-kijkers per dag kwijt. Is dat erg? Hoe lang kan het duren voor een nieuw toptalent ze weer teruglokt? Of is het talent nu op en moeten de laatste exemplaren van dit uitstervend ras coûte que coûte binnenboord gehouden worden? Tja.

Wat zo’n transfer wél kost, zijn reclame-inkomsten. En dat verlies zal de manager die de ster liet gaan vermoedelijk niet in dank worden afgenomen. In zekere zin zitten die sterren dus al bij de commerciële omroep, alleen, en dat is het mooie, wij noemen hem ‘publiek’. En zo hebben zij het beste van twee werelden: de veiligheid en het prestige van de publieke dienst en het inkomen van de ‘markt’. Wie zou daar niet voor kiezen?

Jan Kuitenbrouwer is journalist, schrijver en directeur van de Taalkliniek.