Liever een ‘Hielke en Sietse’-jeugd!

Illustratie Angel Boligan

Hoogleraar economische geografie en planologie Pieter Tordoir van de Universiteit van Amsterdam wijt het overschot aan kleuters in de binnenstad van Amsterdam aan de economische crisis (NRC Handelsblad, 11 januari). En passant noemt hij het grote aantal mensen met een koophuis in onder meer Lelystad dat daar weg zou willen.

Ik denk dat er nog iets anders aan de hand is dan alleen de crisis.

De tegenwoordige generatie ouders denkt anders over het hebben van kinderen dan vroeger. Was voorheen de ‘Hielke en Sietse’-jeugd een ideaal, nu is het moderne ouderpaar vooral op zichzelf gericht. ‘Ik ga echt niets anders doen als er kinderen zijn. Ze gaan gewoon mee.’

En dus zie je zondagmiddag de kinderterreur in de cafés en restaurants waar hun ouders loungen met vrienden en waar de kinderen mogen genieten van een tosti met biologische geitenkaas. Worden hun kinderen van ervaring naar ervaring gesleurd en staan ze met anderhalf al te workshoppen in Nemo. Met drie eten ze sushi. Deze generatie ouders is zelf kind gebleven en doet vrolijk met de kinderen mee. Crisis of geen crisis – zij gaan niet weg uit de binnenstad. Die arme Theo Thijssenschool mag deze kinderen, die alles al hebben meegemaakt, onderwijzen. Hopelijk kunnen ze op maandag, doodmoe van hun weekend, tot rust komen.

Ik woon in Lelystad met mijn kinderen van zes en tien. Zij hebben wel een Kameleon-jeugd; ze vallen af en toe in sloten en fietsen zelf door de wijk. Kikkertjes en salamanders vinden ze zonder dat ik hen daarvoor naar een museum sleur. Ze zitten in kleine, overzichtelijke klassen, op scholen met riante buitenruimtes.

Als ik mijn huis te koop zet, is dat om een ruimer huis in Lelystad te kopen. Voor de nodige excitement zitten we binnen veertig minuten in Amsterdam.

Renée Geling-van Ballegooij

Lelystad