In een kramp als het om kampers gaat

Gemeenten bemoeien zich liever niet te veel met woonwagenkampen, maar besteden het beleid uit aan externen. Experts: ga het weer zelf doen.

Nederland, Maastricht, 03-07-2003 Veiligheidsinspecteurs van het energiebedrijf waren vandaag aan het werk op woonwagenkamp Vinkenslag, daarbij terzijde gestaan door 400 man politie en ME. Afgelopen maandag werden de inspecties vroegtijdig afgebroken omdat tientallen bewoners dat verhinderden. Daarom had burgemeester Leers vandaag een noodverordening ingevoerd: alle woonwagenbewoners moesten binnen blijven, niemand mocht het kamp op of af. Om dat mogelijk te maken en om de inspecteurs hun werk te laten doen, moest een grote politiemacht uitrukken. Een journalist werd gearresteerd omdat hij met bewoners praatte. Ook dat was verboden volgens de verordening. Foto: Chris Keulen Chris Keulen

Het is niet alleen Eindhoven. Ook andere gemeenten blunderen als het om woonwagencentra gaat. Dat zeggen onderzoekers Sjaak Khonraad en Wim Vos, mede-opstellers van respectievelijk Eigentijds omgaan met woonwagenbewoners en Woonwagenbewoners in Nederland 2011. Deze rapporten werden geschreven in opdracht van de rijksoverheid.

Khonraad: „Ik zie te vaak onhandigheid, angst, onbenul. Ons woonwagenbeleid heeft ondanks goede bedoelingen tot veel ellende geleid.”

Gisteren kwam naar buiten dat Eindhoven zeker 2,2 miljoen euro heeft uitgegeven aan de verhuizing van een woonwagenkamp, zonder dat die kosten verantwoord of onderbouwd kunnen worden. Een inhuurkracht bepaalde het beleid, superieuren tekenden blindelings overeenkomsten met woonwagenbewoners, bestuurders schoten tekort in toezicht. Khonraad kijkt er niet van op.

Op veel woonwagencentra gaat het goed, nuanceert hij. Hij schat dat er in 50 van de ruim 300 Nederlandse gemeenten met woonwagencentra problemen zijn. Toen de Woonwagenwet in 1999 werd ingetrokken, werden gemeenten verantwoordelijk voor het woonwagenbeleid. Uit Woonwagenbewoners in Nederland 2011: „Negatieve voorbeelden laten zien dat een aantal gemeenten niet goed was voorbereid op die taak en geen oplossing heeft voor problemen.”

Khonraad: „Zodra gemeenten stuiten op ingewikkelde woonwagenproblematiek, hebben ze de neiging deskundigen van buiten in te huren.” Uit zijn rapport blijkt dat het beheer op 70 procent van de kampen is uitbesteed. Commerciële bureaus hebben een belangrijke functie, benadrukt Khonraad. Zij hebben tenminste contact met de woonwagenbewoners. Het probleem is dat gemeenten zich bij moeilijkheden graag achter de inhuurkracht verschuilen. Ze willen hun vingers niet branden aan de taaie problematiek.

Bestuurders willen geen last hebben van woonwagencentra, zegt Khonraad. „Wat je niet ziet, bestaat niet, denken ze.” Ze schieten tekort in toezicht. Ondertussen kunnen problemen op woonwagencentra zich ongemerkt opstapelen. En als ingrijpen onvermijdelijk wordt, verzinnen gemeenten alsnog een scala aan uitvluchten, staat in het rapport van Vos. Ze zijn bang voor bedreiging. Ingrijpen is duur. Bovendien: de groep is maar klein, dus electoraal niet interessant.

De positie van ambtenaren die met woonwagenbewoners werken, is lastig. Of ze nou in vaste dienst zijn, of ingehuurd. Ze heten frontlijnwerkers; een veelbetekenende benaming. Vos’ rapport schrijft dat frontlijnwerkers die een goede relatie met woonwagenbewoners weten op te bouwen, vaak steeds meer gemeentelijke woonwagentaken naar zich toegeschoven krijgen. Ondertussen raken zij geïsoleerd en kwetsbaar. Veel frontlijnwerkers hebben het gevoel dat zij alleen staan.

Khonraad: „Zonder goede sturing, ondersteuning en helder mandaat zijn frontlijnwerkers kansloos. Ik vind het eigenlijk verwonderlijk dat het niet veel vaker fout gaat.”

Je moet de druk waaronder deze mensen werken niet onderschatten, zegt Khonraad. Aan de ene kant staat de wethouder, die zegt: ‘zorg dat het goed komt en dat ik er geen last van heb’. Aan de andere heb je te maken met kampers, van oudsher rasonderhandelaars, waar je dag in, dag uit naartoe moet. Dan is de verleiding groot om af te kopen. Ze denken: ‘wethouder gelukkig, kampbewoners gelukkig’. Alleen de belastingbetaler is de dupe.

Zoiets is in Maastricht gebeurd. Vorig jaar bleken een vader en zijn zoons een miljoen euro te hebben gekregen voor de verhuizing van drie woonwagens die een ton kostte.

Het advies van Khonraad en Vos aan gemeenten is: ga je weer zelf met woonwagenbewoners bezighouden. Vos: „Gemeenten schieten vaak in een kramp als het om woonwagenbewoners gaat. Maar woonwagenbewoners zijn in wezen gewone burgers.” Pak woonwagencentra aan zoals achterstandswijken, raadt het rapport van Vos aan.

Het opleidingsniveau op woonwagencentra is over het algemeen laag. Relatief veel bewoners hebben geen baan en beschouwen een uitkering niet als tijdelijk. Daarom is voor een aantal van hen de verleiding groot om zwart te werken of zich aan te sluiten bij georganiseerde criminaliteit. Richt je niet alleen op repressie van criminaliteit, adviseert het rapport, maar ook op werk, scholing, financiën, opvoedondersteuning. Vos: „Twee weken geleden werd Woonwagenbewoners in 2011 in de Tweede Kamer behandeld. Dan gaat het toch weer alleen over repressie.”

Nederland voert nu 150 jaar een minderhedenbeleid als het gaat om woonwagenbewoners, zegt Khonraad. „En al het geld, de inzet, de wetten, de warmte hebben geleid tot veel frustratie. Woonwagenbewoners voelden zich opgejaagd en werden steeds wantrouwiger. De overheid werd moedeloos en voelde zich gedwongen tot repressie. De afstand tussen overheid en kampbewoners is op een aantal plekken groter dan ooit. Gemeenten moeten daar werken aan wederzijds vertrouwen.”