In de auto met een vrij meisje

De snelweg naar het zuiden van Irak is geblokkeerd. Een stalen constructie die de eerste aanzet had moeten zijn voor een flyover ligt voorover in de modder, geknakt door de ijzige wind. Murad trekt aan het stuur, en zucht. „Dit bedoel ik dus”, zegt hij terwijl hij zijn auto om de Koerdische soldaten stuurt die langs de wegomleiding hebben postgevat. „Weet je wat ze in de tijd van Saddam Hussein hadden gedaan met die ingenieur? Tegen de muur. En niet alleen de ingenieur. Iedereen op deze bouwplaats.”

„Mijn god”, zeg ik. „Mijn god?” Murad kijkt verbaasd. „Nee, dat was juist goed. Dan kreeg je tenminste geen broddelwerk. Al het werk was goed en op tijd. Those were the days.”

Het land verandert. En Murad leeft met zijn 27 jaar midden in die dynamische ommezwaai, die hij soms afkeurt en soms omarmt. Neem de prijs van benzine. „Onder Saddam betaalde ik voor een volle tank een dollar. En nu? Een dollar per liter. Onbetaalbaar.”

Het zijn veranderingen waar hij maar moeilijk aan kan wennen. Murad werkt voor het Amerikaande persbureau Reuters maar het liefst praat hij over auto’s. Hij is de jongste van vijf broers, maar hij heeft de grootste. Een Hummer, modelletje 2012. Een benzinevreter, maar zoals Sacha Cohens alter ego Borat al zei : a pussymagnet.

Ook dat is veranderd in dit land. De meisjes zijn vrijer geworden. De tijden zijn voorbij dat je na een date de broer met geladen pistool op bezoek kreeg die de keuze voorlegde: trouwen of sterven. „Nu vragen de meisjes bij de eerste afspraak niet alleen: wat voor auto rijd je? Maar ook: welk jaar? Welk model? En: hoeveel kilometers op de teller?”

Status is alles hier in het Koerdische noorden van het land. Nergens rijden zoveel SUV’s op een vierkante kilometer als in de hoofdstad van autonoom Iraaks Koerdistan, Arbil. De stad is in rap tempo veranderd in een nieuw Dubai. Winkelcentra concurreren met elkaar in grootte en luxe. Showrooms vol sportwagens en modieuze meubels verleiden wulps het nieuwe geld. Het beeld van armzalige vluchtelingen, vergast en vermoord in de tijd van Saddam, dat beeld is geschiedenis. De toekomst is hier al lang begonnen.

Murad laat zijn iphone zien. Zijn nummer begint met 0750 445. Ik kijkt hem aan met de blik van een Hollander: nou en? „Dat betekent dat ik een van de eerste was in Arbil met een mobiele telefoon. Weet je wat dit nummer waard is? Tienduizend dollar. Ik word geregeld gebeld door een zakenman die dit telefoonnummer wil hebben.”

Hetzelfde met de nummerborden. Wie een nummerplaat kan krijgen dat gelijk is aan zijn telefoonnummer is koning in Arbil. „Duizenden dollars voor dat ene nummertje op de nummerplaat.”

Murad geeuwt. „Koerdische meisjes...” Met zo’n auto, zo’n telefoonnummer en zo’n nummerplaat doet hij geen oog meer dicht. Vermoeiend land.