Hoop op terugkeer gouden tijden

De kwartaalcijfers van twee vooraanstaande banken in de VS deed hun koers stijgen. De winst komt deels door lagere beloningen.

De gouden tijden lijken terug te keren bij de grote banken in de Verenigde Staten, dankzij toenemende leningen wegens het economische herstel. Beloningen bij de financiële instellingen aan Wall Street staan echter onder druk.

Dat was de teneur bij de presentatie van kwartaalcijfers van de vooraanstaande banken JPMorgan Chase en Goldman Sachs, gisteren in New York. Beide banken rapporteerden ondanks het onzekere economische klimaat miljardenwinsten, die de verwachtingen van financiële analisten ruimschoots overtroffen – maar deden tegelijkertijd concessies op het gebied van loonkosten en bonussen.

Meest in het oog springend was de halvering van de beloning van Jamie Dimon, de uitgesproken topman van JPMorgan, de grootste Amerikaanse bank naar activa. Hij ontvangt over 2012 een bedrag van 11,5 miljoen dollar (8,7 miljoen euro), de helft van de beloning die hij opstreek in 2011. De beloning bestaat uit een salaris van 1,5 miljoen dollar, gelijk aan het jaar ervoor, en een bonus van 10 miljoen.

Dimon, een van de langstzittende bankbazen van Wall Street, moet daarmee boeten voor een verlies van meer dan 6 miljard dollar dat zijn bank vorig jaar leed als gevolg van speculatie door een derivatenhandelaar in de Britse investeringstak van het bedrijf, die wegens de omvang van zijn transacties bekend staat als de ‘London Whale’. Dimon levert zijn toppositie als best betaalde topman van Wall Street in; die eer komt nu toe aan de topman van concurrent Wells Fargo.

Hoewel Dimon heeft gezegd niet van tevoren van de misstap op de hoogte te zijn geweest, concludeerde een interne onderzoekscommissie dat hij als bestuursvoorzitter eindverantwoordelijkheid draagt voor gebrek aan controle. „Hij had zijn afhankelijkheid van wat hem werd verteld beter op de proef kunnen stellen”, aldus het rapport.

De kwestie vormt een vlek op de reputatie van Dimon, die wegens het schandaal het ontslag heeft aanvaard van enkele bestuursleden van de bank, onder wie Ina Drew, het voormalige hoofd van de Chief Investment Office. De voormalige directeur risicobeheer van JPMorgan, Barry Zubrow, is ook vertrokken. Beiden kregen in het rapport het grootste deel van de schuld voor de kostbare misser, samen met ex-financieel directeur Doug Braunstein.

Eerder deze week kwam JPMorgan onder vuur van toezichthouders wegens lakse controles op riskante transacties. Dimon zei tijdens een

teleconferentie met analisten het besluit over zijn honorering „te respecteren”.

Hij kon echter ook pronken met goed nieuws, want JPMorgan Chase boekte in het vierde kwartaal een winst van 5,7 miljard dollar – een sterke stijging ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Over het hele jaar maakte de bank, ondanks de ‘London Whale’, een recordwinst van 21,3 miljard dollar, dankzij een krachtige groei van leningen en tegoeden.

Evenals andere banken profiteert JPMorgan van het verruimende beleid van de Federal Reserve, het Amerikaanse stelsel van centrale banken. Wegens recordlage rentetarieven kunnen de banken uiterst goedkoop lenen en een groot aantal leningen uitschrijven, waaronder herfinanciering van hypotheken.

Ook de zakenbank Goldman Sachs verraste de markt met sterke cijfers. In het vierde kwartaal van 2012 boekte de bank een winst van 2,9 miljard dollar, een verdrievoudiging ten opzichte van dezelfde periode in 2011. Over het hele jaar bedroeg de winst 7,5 miljard. De groei was onder meer te danken aan stijgende waarden van aandelen en obligaties, en hogere omzetten in alle divisies van de zakenbank.

De winstgroei heeft echter ook te maken met lagere uitgaven aan salarissen en bonussen – doorgaans de grootste kostenpost voor financiële instellingen aan Wall Street. Goldman drong uitgaven aan beloningen terug tot minder dan 38 procent van de omzet; de afgelopen jaren was sprake van een gemiddelde van 42 procent van de omzet. Deze krap 38 procent is een van de laagste proporties sinds de bank in 1999 een beursgenoteerde onderneming werd.

Die bezuiniging werd geheel bereikt door ontslagen: in 2012 kromp Goldman zijn werknemersbestand in met 3 procent.

Echter: de gemiddelde beloning van bankiers bij Goldman steeg juist, van ruim 367.000 dollar in 2011 tot bijna 400.000 dollar vorig jaar. Sommige waarnemers verwachten dan ook dat wanneer de goede tijden helemaal zijn hersteld, de beloningen ook weer zullen oplopen.

De markt reageerde positief op de resultaten van de twee banken. Het aandeel JPMorgan steeg een half procent in waarde aan Wall Street, Morgan Stanley ging 4 procent omhoog.