'Goinoavend, hier zet ik even mijn klokje neer'

Marcel Hensema mengt zijn eigen geschiedenis met de ‘soundtrack van het leven in het hoge noorden’ van streektaal-zanger Ede Staal.

Marcel 100304- 0096

„In de ziel van elke Groninger schuilt de zanger Ede Staal”, zegt acteur Marcel Hensema (42). „Iedereen heeft wel een herinnering aan hem, al was het omdat zijn songs vaak op begrafenissen worden gespeeld. Of in cafés. Hij heeft het Gronings een eigen stem gegeven.” In de theatervoorstelling Mijn Ede, uitgebracht door het Noord Nederlands Toneel, brengt Hensema een hommage aan de streektaalzanger Staal (1941-1986), die bekendheid verwierf met liederen als Mien Toentje, ´t Het nog nooit zo donker west en Credo - mien bestoan.

Om een misverstand weg te nemen, voegt Hensema eraan toe: „De toeschouwer is gewaarschuwd: het is geen liedjesprogramma waarin de hoogtepunten uit zijn oeuvre voorbij komen. De voorstelling heet niet voor niets ‘mijn Ede’. Ik voeg mijn persoonlijke geschiedenis toe aan Edes liederen.” In tekst en muziek verklankt Ede Staal de weidsheid van het eenzame Groningse land, de rauwheid van het bestaan en de beangstigende beslotenheid van het dorpsleven. Zijn muziek vormt „de soundtrack van het leven in het hoge noorden”, zoals Hensema zegt. Hijzelf werd in Winschoten geboren en groeide op in Sappemeer. Hier hadden zijn ouders een snackbar annex café. „Ik herinner me de kroegklanten die vanaf hun barkruk op mij als jongetje neerkeken”, vervolgt hij. „Ik zie nog de mannen met hun zware lijven en de vrouwen, belust op sjans. Ze lieten hun hoge hakschoenen ongeduldig op een teen balanceren. Het is dezelfde sfeer als in de songs van Ede Staal, met hetzelfde sentiment: zoekende, eenzame mensen.” In Sappemeer vormde Hensema met een vriend het zangduo Dr. Haring en Marmot. Cafégangers stopten hem laat in de avond weleens vijftig gulde toe en vroegen met „een betraand gezicht boven het bierglas om nog een liedje”, vertelt Hensema.

Afgelopen maandagavond bracht Hensema in het NNT-theater in Groningen de eerste uitvoering van Mijn Ede. De zaal is omgetoverd tot een kroegruimte met bar, witte piano, tafeltjes en stoeltjes. Hensema komt op. „Goinoavend”, zegt hij, en vervolgt: „Even mijn klokje op de piano zetten.” Een ‘klokje’ is een jeneverglaasje. Het zijn dezelfde woorden waarmee Staal zijn lied Credo - mien bestoan tijdens een van de zeldzame live-uitvoeringen introduceerde. „Ik ben opgegroeid met schlagermuziek”, zegt Hensema. „In het café klonken Koos Alberts, Holland Duo, Roy Black en New Four. Die muziek kwam het café binnen via zendpiraten. In Mijn Ede houd ik een pleidooi voor deze anarchistische radio-amateurs, die helaas zijn verdwenen. Een van hen was Oompje Koerier. Die kon je bellen en muziek aanvragen.”

Ook Ede Staal heeft zijn bekendheid aan de radio te danken. In 1981 ontdekte Radio Noord hem met Mien Toentje. „Aan zijn muziek heb ik de voorliefde voor toegankelijkheid te danken. Dat verwacht ik van theater ook. We luisterden in het ouderlijk café naar de zendpiraten en naar Ede Staal in een sfeer van koffie, drank en sigaretten. Daarom breng ik deze voorstelling in een ambiance van de kroeg, hier bij het NNT als theaterkroeg. Maar we gaan ook de echte kroegen langs in de Ommelanden, en ook verder in het land. ”

Mijn Ede van Marcel Hensema. Regie: Ola Mafaalani. Tekst: Rik van den Bos. Vanaf 16/1 Theater De Machinefabriek, Groningen. T/m 23/2. Inl: nnt.nl