God laat jou niet zomaar gaan

Wie de Katholieke Kerk wil verlaten, moet hemel en aarde bewegen om zich uit te schrijven. Dat zal makkelijker worden, belooft de Kerk.

Verslaggever

U raakt „in de eeuwige vergetelheid, waar niemand u ooit nog zal missen. Met pijn over het onheil, dat u over uzelf hebt afgeroepen, neemt de Kerk van u afscheid.”

Woorden uit een brief die april 2010 bij R. van Riet (41, hij wil niet met zijn volledige naam in de krant) op de mat viel. Grimmige maar bevestigende woorden, want het was hem wel mooi gelukt: hij had zich uitgeschreven uit de Rooms-Katholieke Kerk. Dat is niet altijd even gemakkelijk.

Dinsdag werd op de jaarlijkse Nederlandse bisschoppenconferentie, het adviserende orgaan van de Katholieke Kerk, afgesproken dat uitschrijven door kerkleden voortaan moet worden versimpeld. „Vanaf maart moet er één heldere procedure komen voor alle bisdommen en parochies van Nederland”, zegt woordvoerder Bert Elbertse.

Dat is weleens anders geweest.

Op de officiële website van de Katholieke Kerk is niets te vinden over hoe je je zou moeten uitschrijven. Verhalen over hoe moeilijk dit kan zijn, zijn er genoeg.

Van Riet, de ontvanger van de bewuste brief, richtte drie jaar geleden een website op om het uitschrijven voor anderen gemakkelijker te maken: stapuitdekerk.nl.

„Ik heb absoluut geen missie”, benadrukt hij herhaaldelijk. „Echt, ik wil mensen niet overtuigen om uit de Kerk te stappen. Ik wil ze gewoon duidelijk maken dat het mogelijk is – en hoe dat dan moet.”

Voordat hij zelf eenmaal lid-af was, had hij in totaal zes brieven gestuurd naar zes verschillende instanties: één naar de parochie, één naar het doopregister, naar het bisdom, de centrale administratie kerkgenootschap, de Stichting Interkerkelijke Leden Administratie (SILA) en de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). Dat ongemak wilde hij anderen besparen.

Op zijn website is een standaardbrief te downloaden voor elk van deze instanties. Hij ontvangt zo’n veertig unieke bezoekers per dag. Velen blijven lang rondhangen, zegt hij. „Het is niet 1-2-3 gedaan.”

Een kwart van de Nederlanders is officieel katholiek. 24,5 procent om precies te zijn, volgens de cijfers die het Kaski-instituut van de Radboud Universiteit begin dit jaar naar buiten bracht.

Katholiek wil zeggen: gedoopt.

De doop, als kind of volwassene voltrokken, betekent meer dan alleen een spirituele verbondenheid met de kerk. Het is je officiële inschrijving, die geldt tot de dood of tot uitschrijving. Kerkbezoek of contributiebijdragen zijn gewenst, maar geen voorwaarde. Volgens schattingen van de Rooms-Katholieke Kerk zelf gaat ongeveer 6 procent van de ruim vier miljoen leden ‘weleens’ naar de kerk.

Lidmaatschap heeft niet alleen betrekking op de kerkadministratie. Wanneer je bent gedoopt sta je ook als ‘kerklid’ te boek bij je gemeente. De interkerkelijke organisatie SILA heeft toegang tot gegevens van de basisadministratie. Achter de naam van elk kerklid – katholiek of protestant – staat in de GBA een aantekening, de zogeheten SILA-stip. Op die manier komen naam- en adresgegevens, burgerlijke stand en de naam van je partner, automatisch terecht bij de kerk waar je bent gedoopt.

De doop fungeert hier als handtekening. In Nederland hebben ongeveer 6,2 miljoen mensen een SILA-stip achter hun naam.

„Het is belangrijk dat mensen zich daar bewust van zijn”, zegt Van Riet. Ook daarom is hij zijn website begonnen. „Lidmaatschap is niet zomaar iets. Iedereen moet het helemaal zelf weten, maar het moet wél een doordachte keuze zijn. Veel mensen zijn zich er nauwelijks van bewust dat ze kerklid zijn. Tot ze verhuizen dan.” Als je verhuist naar een andere parochie dan krijgt de kerk dat door via de GBA en valt er vaak een welkomstbrief op de mat.

De ene parochie maakt het op dit moment een stuk gemakkelijker voor leden om zich uit te schrijven, dan de andere. Bij de één is een schriftelijke bevestiging genoeg, bij de ander moet je een heel traject afleggen. De ene pastoor accepteert de uitschrijving stilzwijgend, de ander stuurt een brief terug vol hel en verdoemenis – zoals Van Riet voor zijn kiezen kreeg.

Mariëlle Schoots (56) uit Hilversum besloot zich uit te schrijven omdat ze zich niet langer kon vinden in uitspraken van de paus. „Ik wilde daar niet meer bijhoren en stuurde een brief met het verzoek me te laten uitschrijven.” Een paar weken later stond er een pastoor aan de deur om hierover te praten. Weer een half jaar later kwam er een envelop in de brievenbus voor de jaarlijkse kerkbijdrage. „Na nog een aantekening gemaakt te hebben op die envelop is het verder stil gebleven. Maar ik zal nog steeds geregistreerd staan als katholiek.”

Een kerklid dat zich wilde uitschrijven in bisdom Roermond kreeg van de bisschop per brief te horen dat hij dit persoonlijk moest melden aan de pastoor van de parochie van Sittard – waar hij ooit was gedoopt. „Alleen daar kan de bedoelde ‘uitschrijving’ gebeuren”, schreef de bisschop, „zoudt u toch bij Uw besluit blijven.”

Aan dat soort praktijken komt nu een einde, zegt kerkwoordvoerder Elbertse. „Er komt één procedure die overal in Nederland hetzelfde is. Of je in Groningen of Limburg woont: je moet je op dezelfde manier kunnen uitschrijven.” Welke vorm dat uitschrijven precies moet krijgen, is nog niet zeker. Is één brief vanaf nu genoeg of komen er gesprekken aan te pas? Elbertse laat het nog even in het midden.

Uitschrijven uit het doopregister, de administratie waarin wordt bijgehouden wie er is gedoopt en waar, blijft overigens onmogelijk. Kerkverlaters zullen genoegen moeten nemen met de aantekening ‘uitgeschreven’ achter hun naam. Elbertse: „De doop heeft nu eenmaal plaatsgevonden. We gaan geen geschiedenis uitwissen.”

Op de website van de kerk komt een handleiding tot uitschrijving te staan, verzekert Elbertse, en ook op die van de zeven bisdommen. Net als trouwens de consequenties van dat uitschrijven: trouwen in de kerk of begraven worden vanuit de kerk is niet meer mogelijk.

Of brieven zoals Van Riet die kreeg, tot het verleden gaan behoren, laat Elbertse ook in het midden. „Eerst een procedure opstellen”, zegt hij. „Dan kijken we wel verder.”

Voor Van Riet is dat voldoende. „Ik heb geen missie”, herhaalt hij nogmaals. „Als het uitschrijven inderdaad gemakkelijk gemaakt wordt, dan is mijn website niet langer nodig.”

    • Thomas Rueb