Frankrijk moet investeren in werk van de toekomst

Renault stond vroeger bekend als het ‘sociale laboratorium’ van Frankrijk.

De machtige vakbonden, en het feit dat de autoproducent staatseigendom was, stonden garant voor hoge salarissen, royale secundaire arbeidsvoorwaarden en een korte werkweek. Zo nu en dan vonden er – legendarisch geworden – stakingen plaats.

Maar inmiddels hebben de globalisering, de privatisering en een vijf jaar durende inzinking van de Europese autoverkopen ervoor gezorgd dat dit laboratorium onbetaalbaar is geworden.

In de jongste van een lange rij saneringsbesluiten heeft Renault aangekondigd vóór 2016 7.500 arbeidsplaatsen te willen schrappen, ofwel 14 procent van het Franse werknemersbestand. Het concern hoopt dit te kunnen doen zonder gedwongen ontslagen, op voorwaarde dat de nog steeds machtige vakbonden van het bedrijf instemmen met een productiviteitsimpuls.

De Franse trots zal gekrenkt worden, omdat de bekendmaking twee maanden komt na het besluit van Renault om ruim duizend nieuwe banen te creëren in het naburige Spanje – een teken dat de hervormingen in de periferie van de eurozone beginnen te werken.

De Franse regering heeft zich tot nu toe onthouden van commentaar op dit besluit van Renault. Die stilte is een welkome verrassing in een land dat nog steeds gefixeerd is op de gedachte dat de industrie een uitdrukking is van economische macht.

Renaults concurrent Peugeot-Citroën, die een Franse fabriek sluit, en staalproducent Arcelor-Mittal, die gedurende korte tijd werd bedreigd door een mogelijke overname door de staat wegens de voorgenomen sluiting van een verlieslijdende vestiging, hadden dat geluk niet.

De Franse president François Hollande heeft erkend dat er een probleem is met de Franse concurrentiekracht. Hij probeert daar nu iets aan te doen, zij het op bescheiden schaal.

Het eind vorige week bereikte akkoord tussen vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers opent de weg voor enige liberalisering van de arbeidsmarkt. Maar de regering heeft meer belangstelling getoond voor het behoud van de huidige industriële structuur – en minder voor het bevorderen van een klimaat waarin bijvoorbeeld een hoogwaardige dienstensector tot bloei zou kunnen komen.

Frankrijk moet niet geobsedeerd raken door het behoud van werkgelegenheid uit het verleden, maar proberen de werkgelegenheid van de toekomst te scheppen. Anders zullen zijn ‘sociale laboratoria’ veranderen in musea.

Breakingviews is het dagelijkse financieel commentaar vanuit het buitenland. Vertaling Menno Grootveld.

    • Pierre Briançon