En ineens zit je in een isolement

Door de gladheid durven veel ouderen hun huis niet uit. Hun kinderen hebben vaak geen tijd. Misschien kunnen de buren wat hulp bieden?

Kipfilet, druiven, kwark, aardappelen. Wil Versteeg (78) kijkt met een gelukzalige blik naar de berg boodschappen op tafel. „Wat heerlijk dat ik weer wat vers eten in huis heb”, zegt ze. „Ik was van plan voorlopig uit de vriezer te eten.”

Nederland telde in 2011 2,6 miljoen 65-plussers, van wie een kwart 80 jaar of ouder is. Velen durven bij sneeuw en gladheid hun huis niet uit. „Informeer eens of ze nog hulp nodig hebben”, twitterde het Nationaal Ouderenfonds deze week. „Kleine moeite: boodschappen meenemen voor je oudere buurvrouw.”

Cora de Kievid (29) gaf gehoor aan de oproep. Met het boodschappenlijstje van Wil Versteeg, die ze kent via haar werk, reed ze naar de supermarkt. Daarna zette zij de kliko buiten. „Ik heb twee oma’s, van 90 en 98”, zegt ze. „Ik ben opgevoed met het idee dat je ouderen helpt. Voor mij is het een automatisme.”

Veel ouderen zijn bij slechte weersomstandigheden bang uit te glijden. Ze breken snel iets en het herstel duurt dan lang. Wil Versteeg: „Mijn dochter gaf mij overschoenzolen met spikes cadeau. Ik heb een boodschappenkar bij een abonnement op de Plus gekregen. Toch blijf ik bang voor valpartijen. Ook ’s nachts als ik naar het toilet moet.”

Hoe lastig gladheid voor ouderen kan zijn, weten ze bij een klusjesdienst in Kampen, een gratis dienst voor 55-plussers en mensen met een beperking. Coördinator Eddy Bremer kent ouderen die soms weken hun huis niet uitkomen.

„Laatst veegden wij de stoep schoon van een dame die haar invalidenparkeerplaats niet kon bereiken met de rollator. Ze voelde zich afgesneden van de buitenwereld.”

Het valt Bremer op hoeveel ouderen geen contact meer met hun kinderen hebben. „Met Kerst sprak ik een vrouw wier kinderen in dezelfde plaats wonen. ‘Ik heb ze al driekwart jaar niet gezien’, vertelde zij. Op mijn vraag of ze ruzie hadden, zei ze ‘Nee, ze zijn gewoon te druk’.”

Volgens het Nationaal Ouderenfonds krijgen 200.000 ouderen in Nederland maar één keer per maand bezoek. „Het probleem wordt onderschat”, zegt een woordvoerster.

Wil Versteeg is weduwe. Ze heeft zich nooit eenzaam gevoeld. Eén keer per maand maakt zij wenskaarten met een groepje vriendinnen. „Zó gezellig”, zegt zij wijzend op de twee leeftijdsgenoten aan de keukentafel. Haar kinderen ziet ze weinig, want ze hebben alle drie een drukke baan, maar het contact is warm. „En toch kan ik mij goed voorstellen dat ouderen zich nu eenzaam voelen. Ik denk wel eens: als je er aan toegeeft, is het einde nabij.”

    • Danielle Pinedo