Dit is net Irak

Airsoft is oorlogje spelen met wapens die niet van echt te onderscheiden zijn. Lange tijd verboden in Nederland, maar sinds deze week legaal.

‘Om zes uur zijn we vertrokken uit Nederland. Eerst naar de opslag in België om onze uniformen, wapens en magazijnen op te halen en vanavond gaan we in omgekeerde volgorde weer terug.”

Chris Humblet (42) controleert een ‘airsoftapparaat’: een replica, nauwelijks van een echt wapen te onderscheiden. Er zit een ‘pinneke’ los „want het is en blijft speelgoed”.

Speelgoed, dat per stuk tussen de 80 en 3.000 euro kost; en dat vanaf deze week ook in Nederland mag worden gebruikt, tijdens een potje Airsoft.

We staan in een vervallen loods onder de rook van Antwerpen. Het bouwvalig domein doet vandaag dienst als oorlogsterrein. Er is geen water of elektriciteit en plassen kan bij de Pizzahut even verderop. Buiten liggen hopen vuilnis – glas, papier en flessen, maar ook verroeste stellingkasten en archiefmappen.

Humblet: „Precies een slagveld, dat heb je niet in Nederland.” Zijn ogen glimmen. „Dit is de realiteit. Als je naar Irak gaat, weet je ook niet wat je tegenkomt.”

Het is negen uur ’s ochtends. De enige dame aanwezig staat uien te bakken in de loods. Voorwerk, zoals ze zelf zegt, zodat er in de pauze straks tachtig hamburgers klaar zijn. Die zijn voor de meer dan zestig deelnemers aan het ‘combatsimulatiespel’. Deelnemers zoals Kevin Karnebeek (23), die een veiligheidsbril op sterkte draagt en van onder tot boven in Duits camouflagepak is gestoken. Hij speelt Airsoft sinds een jaar fanatiek, zo’n drie keer per maand. „Ik heb nu ook zelf kleding gekocht en een eigen replica. Als je wapen zegt, klinkt het zo anders…”

Ruim zestig jongens in vol ornaat stellen zich in twee teams op aan weerszijde van de enige begaanbare weg op het terrein. De helft krijgt een stuk rood-wit gestreept lint om de bovenarm geknoopt. Jo Bovens (46) medeorganisator van het evenement, legt de spelregels uit. Hij schreeuwt om de hele groep te kunnen bereiken: „Jullie blijven binnen de bouwhekken, je schiet alleen single shot. Niet rennen, er ligt overal glas. Speel eerlijk, en als je bent geraakt roep je duidelijk ‘HIT!’ en steek je je arm in de lucht. Niet op de daken klimmen en binnen vijf meter van een ander geldt de ‘Pang-regel’. Je roept keihard ‘PANG!’, en de ander is geraakt. Heeft iedereen zijn disclaimer getekend? Als het uit de klauwen loopt, gaan we pauzeren.”

De teams verspreiden zich over de gebouwen met gesneuvelde ramen. Deuren ontbreken en onveilige plekken zijn afgezet met hetzelfde rood-witte lint dat team A draagt rond de arm. De witte balletjes vliegen over en weer. Hit!, wordt er geroepen. En PANG!

Jongens kruipen in opperste concentratie over de grond of verschansen zich achter gipswandjes om de vijand te verslaan. Het zweet staat op hun voorhoofd. Via de portofoon wordt gemeld dat iemand een stuk tand kwijt is. Bovens: „Je moet altijd uitkijken voor je tanden, zoveel mogelijk je mond dicht houden. Of bescherming dragen.”

Na afloop van de missie neemt Roland de Jager (58), voormalig chauffeur van het Belgische leger, een hap van zijn hamburger. „In het leger heb ik nooit een wapen aangeraakt en nu speel ik zo’n twee keer per maand, in mijn eigen tempo want, ach, ik ben ook al wat ouder.” Hij veegt zijn snor af. „Als Airsoft in Nederland legaal wordt, zal dat wel een aderlating worden voor België. Overal waar hier wordt gespeeld ziet het zwart van de Nederlanders.”

In Nederland was Airsoft tot voor kort namelijk verboden. De replica’s zijn realistisch, het bezit ervan was in strijd met de wet Wapens en Munitie. In landen als Engeland, Duitsland, Roemenië en België is het al langer populair onder mannen als René van Gyzel (44). Hij heeft zijn dienstplicht vervuld en daarna „een tijd gesurvivald”. „Maar dat is niet hetzelfde. Ik miste de militaire connectie. Airsoft heeft dat wel. Ze zeggen vaak: het zijn kortaangebonden militaristen, bierdrinkend met blote wijven op de muur. Maar dat is het dus niet, hè? Airsoft is een sport. 95 procent van de Airsofters is zeer gedisciplineerd.”

De praktijk blijkt soms anders.

Spelleider Bovens krijgt een oproep via zijn portofoon. „Blowen?! Hoe weet je dat zo zeker?”

„Nou, kom maar even ruiken”, kraakt de portofoon terug.

Jo reageert verbouwereerd: „Alcohol en drugs zijn verboden tijdens het spel. Dan ben je wel redelijk getikt. Toch? Ik vind dit niet normaal…”

De organisatie pleegt overleg. Ze beëindigen de missie met een toespraak van Chris: „Ik vind het heel lullig dat iemand zich heeft misdragen. Wijs hem maar aan, dan krijgt diegene een verbod voor het hele jaar.”

De mannen zwijgen. Plukken wat aan de uitrusting en staren voor zich uit.

Chris legt zich er bij neer. „Als je wilt blowen, blijf dan thuis. Laten we er verder een leuke dag van maken. Volgende missie!”

De mannen gaan op zoek naar een plutonium bom en een plastic dynamietstaaf. Ze hebben een fantastische dag.