De laatste grote verzamelaars

Christie’s veilt in april de collectie hedendaagse kunst van Piet en Ida Sanders. „Verzamelen was voor hen in de eerste plaats plezier.”

Met een verbaasde blik loopt Martijn Sanders door het depot van Christie’s in Amsterdam Buitenveldert. Waar je ook kijkt, overal hangt, staat of leunt kunst. Omdat een deel van de vloer vol ligt met geweien en andere jachttrofeeën heeft de opslag van het veilinghuis iets weg van een kringloopwinkel, maar dan wel eentje met Picasso’s en meubels van Rietveld in het schap.

Tussen de stellingkasten is een provisorische fotostudio, waar vier vroege werken van Karel Appel en Constant naast elkaar zijn opgehangen. Sanders knikt goedkeurend en blijft even staan om de schilderijen in zich op te nemen. Daarna leidt Jetske Homan van der Heide, specialist moderne kunst bij Christie’s, hem naar twee kasten met tientallen kleine sculpturen. Sanders neemt een bronzen beeld van Jean Arp in handen, bekijkt twee paardenbeelden van Marino Marini en een fragiele draadconstructie van Naum Gabo, een model voor het grote beeld van de Russische beeldhouwer naast De Bijenkorf in Rotterdam.

„Dit waren lievelingen van mijn ouders”, verzucht Sanders op de vraag hoe hij dit bezoek ervaart. „Van sommige kunstwerken kan ik mij nog herinneren hoe mijn vader ze als trofeeën ons huis binnendroeg. Heel raar om zoiets privaats, iets wat zo bij ons gezin hoorde, nu in een opslag te zien met genummerde labels eraan.”

Martijn Sanders (67), de oud-directeur van het Concertgebouw in Amsterdam, is door zijn vader aangewezen om mede namens zijn zuster Frederieke (72) en broer Pieter (74) toezicht te houden op de verkoop van de kunstcollectie. Eind september, zes dagen na zijn honderdste verjaardag, overleed Piet Sanders, een vermaard jurist die samen met zijn in 2010 overleden echtgenoot Ida meer dan zeventig jaar kunst heeft verzameld. Een collectie hedendaagse kunst die zo grensverleggend is, dat het Amerikaanse vakblad Art News het in Schiedam wonende echtpaar jarenlang schaarde onder de tweehonderd belangrijkste collectioneurs ter wereld.

Dat deze privécollectie half april bij Christie’s wordt geveild heeft iets ironisch, beaamt de jongste van de drie kinderen. Zijn ouders meden veilingen en verbaasden zich in interviews dikwijls over de hoge prijzen die daar voor kunst worden betaald. „Verzamelen was voor hen in de eerste plaats plezier”, zegt Martijn Sanders. „Ze hielden ervan om jonge kunstenaars te steunen. Het persoonlijke contact met hen was misschien wel net zo belangrijk als het werk zelf. Ze hadden een limiet voor aankopen [aanvankelijk 1.500 gulden, daarna 5.000 gulden en ten slotte het equivalent van dat bedrag in euro’s, red.], en daar hielden ze zich aan. Als een kunstenaar beroemd werd, en de prijzen kwamen buiten hun bereik, dan vonden ze wel weer een andere veelbelovende kunstenaar.” Maar er was een tijd, zoals blijkt uit het door Ida Sanders nauwgezet bijgehouden aankooparchief, dat je voor 100 pond (destijds 1.200 gulden) bij Henry Moore een beeld kon kopen, en dat de Britse beeldhouwer zo blij was met de verkoop dat hij er nog een tekening bij cadeau deed.

Piet en Ida Sanders beseften uiteraard dat veel van hun kunst extreem in waarde was gestegen. Martijn: „‘Weet je wat dat nu waard is en hoe weinig ik daarvoor heb betaald?’ zei mijn vader eens over zo’n beeld van Moore. Daar was hij wel trots op, geloof ik. Hij zag het als een vorm van gelijk krijgen. Maar het was beslist geen reden om iets naar de veiling te brengen. Mijn ouders hebben nooit kunst verkocht.”

Hij was dan ook verbaasd, toen zijn vader besloot dat zijn lievelingsstukken geveild moesten worden. Martijn Sanders: „Het merendeel van hun collectie Afrikaanse kunst hadden mijn ouders al geschonken aan musea. En dat geldt ook voor grote delen van hun collectie hedendaagse kunst. Vele honderden werken, alle grote musea van Nederland hebben wel wat van ze in huis. Toch wilde hij dat de kunst waar ze zo intens aan waren gehecht weer onder de mensen zou komen. Het moesten weer trofeeën voor andere liefhebbers worden. Als kinderen hebben wij daar vrede mee.”

Dat bevestigt zijn broer Pieter. „Het is de eerlijkste manier om de nalatenschap te verdelen. En als een van ons ergens een oogje op heeft, kunnen we mee bieden.”

Tijdperk

De veiling markeert het einde van een tijdperk, zegt Martijn. „Mijn ouders waren de laatste grote verzamelaars uit de pre-industriële periode van de kunstmarkt. Toen zij begonnen met kunst kopen, had je nauwelijks galeries en veilingen met moderne kunst bestonden niet. Kunst en commercie hoorden nog niet bij elkaar. Het is een familiale verzameling, zonder museale pretenties en met veel stukken met een unieke herkomst, namelijk uitgezocht op het atelier of in opdracht gemaakt.” Pieter voegt daaraan toe: „Het is een collectie grote namen voor ze groot werden. Zo’n verzameling was in de jaren vijftig overigens makkelijker aan te leggen dan nu; er was minder kunst.”

Piet en Ida Sanders hadden zendingsdrang, zeggen de zonen. Martijn: „Ze hielpen kunstenaars met aankopen of met juridische bijstand. Musea werden geholpen met verzamelen. En ze nodigden thuis veel mensen uit, van studenten tot hoogleraren. Die kregen een boterham en daarna een rondleiding langs de kunst. Op die manier hoopten ze nieuwe verzamelaars te kweken. De kunst had hen zelf veel gebracht, en dat gunden ze anderen ook.”

De verzameldrift is als vanzelf overgegaan op de kinderen. Martijn Sanders herinnert zich hoe hij als kind op feestjes thuis zoutjes en drankjes aanbood aan kunstenaars en museumdirecteuren. En Pieter roept de vakanties in herinnering waarbij het gezin op museum- en atelierbezoek ging. „Ja, dat vond ik geweldig interessant. Kunst, leerden wij, was iets waar je enthousiast en blij van kon worden.”

Zijn zuster Frederieke maakt daarbij wel een kanttekening. „Ik was een meisje. Als mijn ouders op atelierbezoek gingen, moest ik vaak op de kinderen van de kunstenaar passen. Ik besefte drommels goed wat die kunstenaars wilden. Ik leefde verschrikkelijk met hen mee en terwijl ik op hun kinderen paste, hoopte ik altijd zo verschrikkelijk dat mijn ouders niet met lege handen terugkeerden.”

Frederieke is de enige Sanders die door Art News niet tot de belangrijkste tweehonderd verzamelaars ter wereld wordt gerekend. Maar ook zij heeft „een klap van de molen gehad”, zegt ze. Ze drijft in New York namelijk de Frederieke Taylor gallery, gespecialiseerd in hedendaagse kunst. Met een lach: „Dat komt ervan als je van Karel Appel, een vriend van mijn ouders, voor je studentenkamer een werk cadeau krijgt.”

Veiling ‘The Piet and Ida Sanders Collection. A tribute to art’ op 15 en 16 april bij Christie’s, Cornelis Schuytstraat 57 in Amsterdam. Kijkdagen 12 t/m 15 april. Inl: www.christies.com

    • Arjen Ribbens