De groei komt uit het buitenland, maar is dat genoeg voor herstel?

Vandaag trapt chipmachinefabrikant ASML het jaarcijferseizoen af. In het binnenland gaat het met de economie niet goed, de bouw is het grootste probleem. Maar de wereldhandel trekt aan, de angst voor de val de euro ebt weg. En de beurs loopt vooruit op betere tijden.

Wordt 2013 het jaar waarin het Nederlandse bedrijfsleven uit de crisis kruipt? Of zijn beleggers voorbarig als ze nu inzetten op aandelen van de grote bedrijven die aan het Damrak genoteerd zijn?

Duidelijk is in elk geval dat 2012 geen geweldig jaar is geweest. De angst dat de eurozone uit elkaar zou vallen, dat de Chinese economie hard zou afremmen en dat de Amerikanen in hun begrotingsafgrond zouden stappen, had zijn weerslag op de Nederlandse economie. Het Centraal Planbureau en De Nederlandsche Bank denken dat de economie in 2012 met een procent is gekrompen. Analisten verwachten dan ook dat de jaarcijfers die de grote bedrijven vanaf vandaag presenteren geen reden tot grote vreugde zullen zijn.

„Het grote beeld is duidelijk”, zegt Jacques van de Wal, hoofd sectorresearch bij ABN Amro. „Het binnenland doet het niet goed en de bouw is de kern van het probleem. De slechte situatie in de bouw heeft een enorm uitstralingseffect: van notarissen en makelaars tot bouwmarkten en tuincentra.”

Maar terwijl in Nederland de huizenprijzen blijven dalen, de werkloosheid oploopt en de bezuinigingen zorgen voor terughoudendheid bij consumenten, trekt de wereldhandel weer iets aan. De Amerikaanse huizenmarkt is verbeterd en de laatste groeicijfers uit China zijn gunstiger dan verwacht. Bovendien is door ingrijpen van de Europese Centrale Bank in het najaar de angst voor een ineenstorting van de euro flink afgenomen. Zijn dit tekenen dat de bodem in zicht is? Of is die misschien al bereikt?

De Duitse economie bevindt zich precies op het omslagpunt, ziet Jos Versteeg. Hij is aandelenanalist bij vermogensbeheerder Theodoor Gilissen. Dinsdag werd bekend dat de Duitse economie in het vierde kwartaal van 2012 is gekrompen, met 0,7 procent. „Dat komt doordat bedrijven terughoudend waren met investeringen”, legt hij uit. „Maar volgens de meest recente cijfers neemt de omvang van orders in het bedrijfsleven weer toe. Duitsland kan best nog een of twee kwartalen aan de onderkant van de economische cyclus blijven hangen, maar in de tweede helft van het jaar wordt het waarschijnlijk beter.”

Jacques van de Wal van ABN Amro is somber in zijn vooruitzichten voor Nederland. „De groei komt uit het buitenland. De industrie en de exporterende groothandel zullen daar van profiteren.” Maar dat zal niet voldoende zijn, denkt hij: „In voorgaande jaren was het zo dat de groei van de export de dalende binnenlandse afzet compenseerde. Maar in 2012 lukte dat niet meer. En de verwachting is niet dat het dit jaar zal gebeuren. Vorig jaar boekte de Rotterdamse haven een recordomzet, maar dat zal dit jaar niet voldoende zijn om de teruglopende binnenlandse bestedingen te compenseren.”

Volgens Auke Leenstra, Directeur Nederland bij het Amerikaanse Citibank, is de uitgangspositie van bedrijven veel gunstiger dan mensen voor ogen hebben. „Als je bedrijven vergelijkt met consumenten of overheden gaat het gewoon goed”, vindt hij. „De balansen zijn sterk, de winst is goed en de financieringskosten zijn laag.”

Waar dat verschil vandaan komt? „Bedrijven kunnen veel beter hun eigen lot sturen dan consumenten of overheden”, zegt Leenstra. „Als je bang bent voor je huis, je baan en je pensioen, ga je sparen en dat remt de economische groei. Bedrijven in Nederland proberen dat op te vangen door kosten te besparen.”

Vooral in de tweede helft van het afgelopen jaar hebben veel bedrijven reorganisaties aangekondigd, zag Jos Versteeg van Theodoor Gilissen. „Philips heeft bijvoorbeeld zijn reorganisatie uitgebreid. En staalproducent Arcelor-Mittal moet wereldwijd capaciteit afstoten. Voorlopig zijn de omzetten nog niet zo mooi en moeten bedrijven het hebben van kostenbesparingen.”

Versteeg denkt dat de eerste helft van dit jaar nog moeilijk zal zijn, maar aan het einde van het jaar verwacht hij dat de economie aantrekt. „Je ziet nu de beurskoersen daarop vooruitlopen. Zo werkt dat met effectenbeurzen: als je pas instapt als het herstel er eenmaal is, ben je te laat.”

Veel beleggers hebben de afgelopen crisisjaren hun aandelen ingeruild voor veiliger geachte, maar minder renderende staatsobligaties van stabiele landen als Duitsland, Nederland en de Verenigde Staten. „Er is een herwaardering van aandelen door het afnemen van risico’s, niet doordat men denkt dat het zo’n fantastisch jaar gaat worden”, zegt Wendy Veelenturf van ING Investment Managament. „Op de favorietenlijstjes van beurshandelaren voor dit jaar staan vooral bedrijven met een stabiele groei. Over het algemeen is de verwachting dat we voor een langere termijn lage groei gaan zien.”

Beleggers die nog wel in aandelen zaten zijn het afgelopen jaar op zoek geweest naar kwaliteit en veiligheid, zegt Arun Rambocus, analist bij zakenbank Kempen & Co. „Dat is de categorie ASML, Vopak en Unilever. Dit jaar moet dat wel ondersteund worden door een bepaalde winstverwachting.”

Veelenturf zegt dat de verwachting voor de winstgevendheid van Europese bedrijven – voor zover die te voorspellen is – veel positiever is dan de verwachting voor de omzetgroei. De handel trekt nog niet hard aan, maar door kostenbesparingen en lagere grondstoffenprijzen blijven bedrijven wel winst maken, is het idee.

Citibank denkt dat er in de tweede helft van dit jaar en in 2014 een tweedeling zal ontstaan tussen bedrijven die sterk afhankelijk zijn van de Nederlandse markt en bedrijven die op het buitenland gericht zijn, waaronder de meeste beursgenoteerde bedrijven. „Voor die laatste groep ziet het er veel beter uit dan vorig jaar”, zegt landendirecteur Auke Leenstra. „Ik denk echt dat bedrijven die meer kunnen en durven een verschil gaan maken. De risico’s op een harde landing in China en het uit elkaar spatten van de eurozone zijn echt van tafel. Er is nog maar een van de drie grote bedreigingen over: het begrotingsprobleem in Amerika. En zelfs daar durf ik positief over te zijn.”

Dus, zegt Leenstra, bedrijven hebben mooie marges om mee te beginnen, door de lage rente kunnen zij goedkoop geld lenen en de wereldhandel trekt aan. „Dan kun je wat gaan proberen. Ik ben benieuwd of ze dat ook gaan doen. Veel bedrijven hebben door de crisis goede ideeën twee of drie jaar uitgesteld. Misschien zoeken ze nu nog naar een omslagpunt, als houvast. In het tweede en het derde kwartaal, als er een oplossing is gevonden voor het schuldenplafond, gaan Amerikaanse bedrijven weer mensen aannemen en overnames plegen. Tegen die tijd heb je geen reden meer om niets te doen. Voor het eerst zul je dan ook weer echte omzetgroei gaan zien.”