‘De biermarkt zit op slot, dat klopt’

Heineken brouwt niet alleen bier, maar finan- ciert ook cafés. „Als wij daar morgen mee stop-pen, volgt een bloedbad”, zegt directeur De Ridder.

„Geld dat wij niet uitlenen, kunnen we voor overnames gebruiken”, zegt Philip de Ridder, directeur Heineken Nederland. Foto Roger Cremers

Of hij niet liever bankdirecteur was geworden? Philip de Ridder schiet in de lach. „Nee, zeker niet.” Maar als baas van Heineken Nederland financiert hij wel honderden cafés en speelt hij dus – hoewel hij dat niet wil – bankier.

Zo bezit bezit Heineken cafépanden. Bij 1.100 panden betaalt de brouwer de huur aan de vastgoedeigenaar en verhuurt ze vervolgens weer door aan een uitbater. Bij 98 procent van de cafés die Heinekenbier tappen, heeft het bedrijf de biertank in de kelder betaald.

Heineken verstrekt ook leningen. Bijvoorbeeld als een café het terras wil opknappen, of een sportvereniging haar bar wil vernieuwen. Vorig jaar honoreerde de brouwer 173 kredietaanvragen voor ruim 10 miljoen euro, inclusief borgstellingen en een paar grote herfinancieringen van miljoenenondernemingen. Tien jaar geleden leende Heineken nog 39 miljoen, verdeeld over 1.500 uitbaters.

Heineken is zijn financieringen fors aan het afbouwen, beklemtoont De Ridder. Neem die eigen panden. Dat waren er tien jaar geleden 750. Nu 180. Eind volgend jaar moeten het er 160 zijn. „Dat is ons cultureel erfgoed, die verkopen we niet.”

Waarom leent u al die miljoenen aan horecaondernemers?

„Banken verstrekken nu eenmaal geen krediet. Zij vinden horecaondernemingen te risicovol en zeggen aldoor nee. Van familie kan een uitbater meestal ook geen grote bedragen lenen. Daarom zijn brouwers dat gaan doen. Ik wil daar graag van af. Wij zijn liever brouwer dan bankier. Het is heel simpel: geld dat wij niet uitlenen, kunnen we gebruiken voor overnames wereldwijd.”

Maar u wilt ook weer niet helemaal van die leningen af.

„Terug naar nul is niet verstandig. Sterker nog, het is asociaal. Wij hebben heel goede klanten, soms al generaties lang. Door het rookverbod en de crisis zitten ze even moeilijk en hebben ze een overbruggingskrediet nodig. Dan ga ik toch niet zeggen: leuk dertig jaar zaken gedaan te hebben, zoek het nu maar uit. Die mensen laat ik toch niet failliet gaan?”

Er zijn te veel cafés in Nederland, constateert economisch onderzoeksbureau SEO nu. Dan is het toch niet zo raar soms een café failliet te laten gaan?

„De markt is verzadigd, dat klopt. Maar ik vind het de wereld op zijn kop dat brouwerijen worden gestraft voor hun financiële steun aan cafés. Als wij daar morgen mee stoppen, volgt een bloedbad. Dat wil de brancheorganisatie, Koninklijke Horeca Nederland, ook niet. We moeten zorgen dat de markt weer gezond wordt, maar kunnen niet zomaar de stekker eruit trekken. Sinds de deconfiture van Kooistra [de horecatycoon die een einde aan zijn leven maakte en Heineken achterliet met een verlies van bijna 40 miljoen euro, red.] bekijken we kredietaanvragen kritischer. Is de uitbater in staat zijn lening terug te betalen? Vroeger deden we dat niet goed genoeg. En we verkopen nu vaker nee. Als wij er geen gat in zien, zeggen we dat.”

In 2002 is op verzoek van Heineken de Europese Horeca Financieringsmaatschappij opgericht, een in horeca gespecialiseerde bank. Als een ondernemer financiering nodig heeft, schuift Heineken deze EHF naar voren. Als deze bereid is de lening te verstrekken en Heineken er ook heil in ziet, staat de brouwer garant voor 80 procent van de lening.

De Ridder had gehoopt dat ook andere brouwers met de EHF wilden samenwerken. „Dat is niet zo. Helaas. Het kan een oplossing zijn voor het financieringsprobleem op de biermarkt. Uitbaters zouden minder afhankelijk zijn van brouwers. Zeker als in de toekomst onze borgstelling niet meer nodig is.”

In het SEO-rapport staat dat de biermarkt ‘verziekt’ is en dat de consument daar de dupe van is.

„De markt zit op slot, daar ben ik het mee eens. Maar de suggestie dat de klant minder gaat betalen als cafés verschillende merken mogen tappen... Daar geloof ik niks van. Als uitbaters en brouwers liberale contracten afsluiten, gaat de ondernemer een betere boterham verdienen. Dat gun ik hem van harte, maar we moeten niet doen alsof de consument daar voordeel van heeft.”

De rapporteurs hebben ernstige twijfels bij de opzegbaarheid van Heinekencontracten. Op papier hebben ondernemers een opzegtermijn van twee maanden, in de praktijk niet. Klopt dat?

„Ondernemers kunnen altijd weg. Maar inderdaad, voor de meesten is dat niet haalbaar als ze niet overstappen naar een andere brouwer, die onze biertank of lening overneemt. Ze kunnen in twee maanden tijd geen duizenden euro’s terugbetalen. Dat een uitbater bij ons weggaat is zijn goed recht, maar wat ik écht niet begrijp is dat hij zich bij een ander voor vijf jaar vastlegt: van de regen in de stortregen.”

Heineken mag geen contracten voor vijf jaar afsluiten, de andere brouwerijen mogen dat wel – en doen dat ook. Kennelijk kiezen uitbaters daar bewust voor.

„Maar zij kunnen toch in opstand komen en die clausule niet tekenen! Zij hoeven echt niet naar Heineken te komen als zij dat niet willen, maar zij kunnen bij mijn concurrenten wel andere voorwaarden afdwingen. Zodat ze níét vijf jaar vastzitten. Let wel, je weet als uitbater niet wat er in die vijf jaar gebeurt. De leverancier kan de prijzen verhogen zonder dat je kunt onderhandelen.”

Het rapport roept de NMa op in te grijpen. Is dat de oplossing?

„Ik vrees dat de juridische weg jaren gaat duren. Volgens mij moet het van de ondernemers komen. Als die weigeren voor vijf jaar te tekenen, ontstaat er reuring. En een gelijk speelveld. Heineken kan nu eens in de vijf jaar op acquisitie, maar de concurrenten kunnen onze klanten non-stop verleiden. Met extra kortingen, met beloftes om het meubilair te vervangen, noem maar op.”

Iedereen wacht op iedereen. Moet u – als marktleider– niet in actie komen?

„Ik mág niet met andere brouwers praten. Het gaat al snel over concurrentiegevoelige informatie. Als de NMa zegt: ‘Kom allemaal aan tafel’, doe ik het. Meteen.”

    • Barbara Rijlaarsdam