China wordt niet groen

Zonne- en windenergiebedrijven in China zijn zwaar verlieslijdend. In eigen land is overcapaciteit en door de Verenigde Staten en Europa worden ze beschuldigd van dumping. Het regime in Beijing wil de sector gezond maken om ‘groene doelen’ te halen, maar dat zit tegen.

This photo taken on January 14, 2013 shows the downtown covered by heavy smog in Nanjing, east China's Jiangsu province. Shares in a Chinese face mask manufacturer soared on January 15 as investors looked for opportunities to cash in on the severe air pollution that has blanketed large swathes of China. CHINA OUT AFP PHOTO AFP

Absurder kan het ogenschijnlijk niet, zelfs niet in China. Terwijl over Beijing en wijde omgeving opnieuw een giftige deken van kolendampen en uitlaatgassen hangt en de ‘Beijing hoest’ net zo bekend is geworden als de ‘Beijing eend’ en de ‘Beijing opera’, gaat de overheid eindelijk de zonne- en windenergiesector saneren.

Tientallen, zo niet honderden, verlieslijdende bedrijven zullen dit en volgend jaar niet langer op subsidies en overheidsopdrachten kunnen rekenen en worden gedwongen te stoppen of te fuseren.

Tegelijkertijd worden, om nieuw leven in de zwaar verlieslijdende duurzame energiesector te pompen, de lagere overheden aangemoedigd meer te investeren in zonne- en windenergieparken en zal de productie van zonne-energie nog dit jaar met 1,1 miljard euro worden uitgebreid van de huidige zeven naar tien gigawatt.

In verstikkend Beijing werd begin deze week ook aangekondigd dat ernst zal worden gemaakt van modernisering van het elektriciteitsnet, zodat ‘schone’ stroom naar de metropolen aan de oostkust en de industriegebieden in het zuiden en westen kan worden getransporteerd.

Het gaat echter nog vele jaren duren voordat deze maatregelen de luchtvervuiling zullen verminderen, want kolen, olie en gas blijven nog zeker twintig jaar de belangrijkste energiebronnen voor China.

Met bestrijding van de bruingele, ziekmakende mist die over het noordoosten van het land hangt, hebben de maatregelen dan ook weinig te maken. Ze zijn er vooral op gericht om enkele grote en vele kleinere op export gerichte bedrijven van de ondergang te redden.

Zo zou, blijkens een via de Financial Times uitgelekte lijst van de China Development Bank, binnen drie jaar het aantal van 300 bedrijven dat windturbines, zonnepanelen en bijbehorende technologie maken, moeten zijn teruggebracht tot twaalf grote spelers die ook de wereldmarkt bedienen.

Het werd tijd dat de autoriteiten in actie kwamen, zo reageerden bedrijven, analisten en investeerders. Maar er zijn veel twijfels over de haalbaarheid, omdat de situatie zo chaotisch is. Bovendien, ook bedrijven die geacht worden de crisis te overleven, komen om in de schulden. Yingli Solar bijvoorbeeld torst een schuld van 1,5 miljard euro en lijdt 800 miljoen euro verlies, mede door hoge rentelasten.

Feit is dat sinds de tweede helft van 2011 vrijwel alle particuliere zonne- en windenergiebedrijven aan het infuus liggen. „Geen enkele onderneming kan bestaan zonder enige vorm van hulp van de banken en van de overheid. 2012 was een chaotisch jaar voor beide sectoren die in een perfecte storm terecht zijn gekomen”, legt Ma Xuelu van de Windenergieassociatie in Shanghai uit.

Leek vier, vijf jaar geleden de ‘Gouden Zon’ in het oosten te zijn opgegaan, aan het begin van 2013 verkeert de sector duurzame energie in moeilijkheden, en niet alleen wegens aanhoudende milieuschandalen. Ondernemingen als Yingli Solar, Trina Solar, Suntech zagen in 2012 hun internationale afzet krimpen, hun aandelen nagenoeg waardeloos worden en hun schulden en kosten oplopen als gevolg van loonsverhogingen en duurdere grondstoffen. Wall Street heeft enkele Chinese bedrijven gewaarschuwd dat zij dit jaar hun notering op de New Yorkse beurs verliezen als de waarde van hun aandelen onder de 1 dollar per stuk zakt.

China Ming Yang Wind Power, Goldwind en vele andere bouwers van de steeds goedkoper geworden windturbines zagen hun omzetten (meer dan) halveren en zijn ook het nieuwe jaar begonnen met winstwaarschuwingen.

De enorme windparken in Noordwest-China draaien op halve kracht en de juichende toon over de opkomst van ‘Groen China’ is verdwenen. Hoe kan het ook anders na het recente smogalarm in Beijing en nog 77 andere metropolen met meer dan vijf miljoen inwoners.

De belangrijkste oorzaak van de neergang is dat Amerikaanse en Europese overheden zonne- en windenergie sinds 2004 eerst zwaar hebben gesubsidieerd en die steun vanaf 2010 geleidelijk aan hebben verminderd.

Aanvankelijk bleven vraag en aanbod nog in evenwicht, maar vanaf 2008 raakten de verhoudingen uit het lood, vooral door de enorme toename van Chinese leveranciers. Bovendien lijken in de VS en Europa de prioriteiten verschoven.

Wereldwijd is er, volgens Bloomberg New Energy Finance, als het om zonne-energie gaat een vraag van 35 gigawatt en een aanbod van 50 gigawatt. Dat betekent, simpelweg, dat ongeveer de helft van de bedrijven die zonnepanelen maken, moet sluiten. In de VS en Europa vinden al saneringen plaats; in China gaat dat nu ook gebeuren.

Behalve overcapaciteit – zelfs een drogisterijketen schakelde over op de verkoop van windmolens – zijn er ook handelsconflicten met de VS en Europa. Beide kwamen vorig jaar in actie tegen dumpingpraktijken van Chinese producenten van windturbines en zonnepanelen.

De VS verhoogden hun importheffingen op windturbines naar 77 procent. En deze week voerde Europees commissaris Karel De Gucht (Buitenlandse Handel) de druk op Beijing op, door te zinspelen op sancties. Een handelsoorlog dreigt als de Europese Unie ondernemingen als Yingli Solar, nu een van de belangrijkste leveranciers aan Zuid-Europa, de voet dwarszet.

Vooral de makers van zonnepanelen proberen de sancties te omzeilen door de productie te verplaatsen naar Canada, Midden-Oosten en Japan. Dan vallen echter de relatieve voordelen van productie in China (lage lonen, gunstige belastingen en gratis grond) weg. Voor de kleinere bedrijven is verhuizen sowieso geen optie.

Bovendien, de vraag in Noord-Amerika en de Europa naar duurzame energietechnologie stijgt nauwelijks als gevolg van het schrappen van subsidies in landen waar stevig wordt bezuinigd.

En ten slotte, zo constateerde directeur Ma Jinru van Goldwind deze week in de China Daily, hebben talloze bedrijven nagelaten te investeren in technologische vernieuwing. „Sommige kochten simpelweg tekeningen, bouwden een fabriekje en begonnen te produceren. Die windturbines waren en zijn natuurlijk ver onder de internationale maat”, aldus Ma, die voorstander is van een grote sanering waar Goldwind ongetwijfeld als een van de winnaars uit te voorschijn zal komen.

Kleinere bedrijven die de sanering zagen aankomen, hebben zich nerveus gewend tot lokale overheden, die zich in China steeds vaker gedragen als ondernemers en projectontwikkelaars. Grote steden en provincies, met uitzondering van metropolen als Shanghai en Dezhou, zijn niet werkelijk geïnteresseerd.

In tegenstelling tot de olie-, kolen-, en gasbedrijven zijn zonne- en windenergiebedrijven in overgrote meerderheid particuliere ondernemingen. Dat betekent dat zij moeilijker toegang hebben tot de staatsbanken en de vergunningverleners.

Lokale overheden doen om praktische en partijpolitieke redenen liever zaken met staatsbedrijven. Bovendien kampen lokale overheden zelf ook met grote schulden die hen verhinderen belangen te nemen in kwakkelende producenten van windturbines en zonnepanelen.

Timothy Lam, analist duurzame energie van Citibank in Hongkong, onderstreept de betekenis van deze belemmeringen. „We horen wel veel over de groene ambities van China en er zijn zeker interessante projecten opgezet, maar we zien in de energiemix in de komende decennia nauwelijks verschuivingen van fossiele brandstoffen naar duurzame energie”, antwoordt hij per e-mail.

Kolen, olie en gas blijven voor de afzienbare termijn de belangrijkste bronnen (voor 75 tot 80 procent) van energie. De bouw van kerncentrales is weliswaar hervat en ook wordt vanuit Beijing de aanleg van zonne- en windenergieparken gestimuleerd om „groene doelen” (20 procent van de energie moet in 2015 uit duurzame bronnen komen) te bereiken, maar in de praktijk zal dat niet zo snel lukken. Dat komt, schrijft Lam, omdat vooral de regionale overheden alleen geïnteresseerd zijn in groeicijfers en zolang zij die cijfers produceren, worden zij niet lastig gevallen door hogere autoriteiten.

Tekenend is volgens analist Lam, dat de autoriteiten in sommige regio’s wel hebben geïnvesteerd in zonne- en windenergieparken, maar hebben verzuimd het elektriciteitsnet te moderniseren. Dat levert namelijk minder groei op. Daardoor is het elektriciteitsnet in grote delen van het land nog ongeschikt voor het transport hoge voltages.

Hoe dringend het is dat China grote haast maakt met de opbouw van een binnenlandse zonne- en windenergiebedrijven is inmiddels ook doorgedrongen tot de door de staat gecontroleerde media. „De ‘airpocaliptische’ toestanden in Beijing maken duidelijk, dat er voor onze zonne- en windenergiebedrijven een binnenlandse markt is. Laten we het vijfjarenplan voor een groen en schoon China snel omzetten in daden”, mochten de commentatoren van de Beijing Times en zelfs het Volksdagblad schrijven.

    • Oscar Garschagen