Britten keren zich al tegen rede premier

Cameron zal met zijn Europarede kiezers, partij en kabinet verdelen.

Kan de Britse premier David Cameron morgen aan de hooggespannen verwachtingen voldoen? Het politieke belang van zijn langverwachte toespraak over de Britse toekomst in de Europese Unie is groot. Maar hij zal hoe dan ook een deel van zijn toehoorders teleurstellen.

Want allereerst moet hij de anti-Europese rechtervleugel van zijn Conservatieve partij laten inbinden. Die hield zich even koest nadat Cameron in december 2011 een verdragswijziging over meer begrotingsdiscipline vetode. Maar de hardliners rebelleren nu weer openlijk, stellen radicale eisen, en zullen dat blijven doen tot Cameron belooft het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie terug te trekken.

Dat zal hij morgen zeker niet aankondigen. De premier herhaalde deze week dat hij vindt dat het Verenigd Koninkrijk als handelsnatie lid van de EU moet blijven, en dat een referendum over een uittreding, de ‘Brixit’, „een valse keuze” biedt.

Maar hij moet de anti-Europeanen wel iéts geven. In november bezorgden ze hem in het Lagerhuis een pijnlijke nederlaag bij een stemming over de Europese meerjarenbegroting. Cameron ziet daarvan liever geen herhaling, of nog erger, een motie van wantrouwen als hij niet met een duidelijke belofte komt.

Aan de andere kant kan hij morgen ook niet te vijandig en eurosceptisch klinken. De premier leidt nog altijd een coalitieregering, en hij kan het zich niet veroorloven de pro-Europese Liberaal-Democraten van zich te vervreemden en een breuk te riskeren. Volgens peilingen zou oppositiepartij Labour de grootste partij worden als er nu verkiezingen werden gehouden.

Vicepremier Nick Clegg zei eergisteren bij de BBC al lichtelijk geïrriteerd dat wat hem betreft de prioriteit van de regering werkgelegenheid en groei is, niet „een debat voor ingewijden dat jaren, jaren en jaren gaat duren”. Hij waarschuwde Cameron geen onzekerheid te scheppen. Dat zou buitenlandse investeerders afschrikken. Ook een deel van het Britse bedrijfsleven vreest dat.

Aan Cameron dus morgen ook de taak de LibDems, investeerders en het bedrijfsleven, gerust te stellen.

Maar zijn EU-plan vergt tijd. Cameron wil een lossere, vooral op handel gebaseerde, relatie met Europa, en zijn toespraak moet de aanzet zijn voor onderhandelingen daarover. De Britse premier redeneert dat de eurolanden hunnerzijds de Unie veranderen en dat het Verenigd Koninkrijk daarom „als lid dat het volle pond meebetaalt aan de club” ook het recht heeft om veranderingen te eisen. Wat hem betreft zouden justitiële overeenkomsten en sociale verdragen kunnen worden opgezegd. Onder leiding van minister van Buitenlandse Zaken William Hague houdt het Verenigd Koninkrijk een kosten-batenanalyse, de zogenoemde ‘balans der bevoegdheden’.

Er schuilt gevaar in deze strategie. Wat gebeurt er als Londen geen bevoegdheden terugkrijgt? Of niet zoveel als de Britten zouden willen, of van onvoldoende substantie? EU-leiders hebben laten doorschemeren dat het Verenigd Koninkrijk niet kan deelnemen aan de interne markt zonder zich aan andere verdragsbepalingen te houden. Verdragswijzigingen moeten bovendien worden gesteund door alle 26 lidstaten. Dat betekent dat Cameron morgen ook nog moet opletten dat hij zijn Europese collega’s niet schoffeert, of hun het gevoel geeft dat ze worden gechanteerd tot het doen van concessies omdat anders de Britten zullen opstappen.

Anderzijds heeft een grote groep Conservatieve Lagerhuisleden – onder wie een aantal kabinetsleden – al aangegeven dat de status quo geen optie is en dat als het Verenigd Koninkrijk geen bevoegdheden terugkrijgt, het EU-lidmaatschap moet worden opgezegd. En een Brixit is nu net wat Cameron niet wil.

In zijn strategie schuilt nog een gevaar. Cameron wil het resultaat van de onderhandelingen voorleggen in een referendum. „Een nieuwe overeenkomst vraagt om nieuwe toestemming”, zei de premier deze week. Daarmee komt hij tegemoet aan de wensen van de kiezer. Die heeft alleen in 1975 mogen stemmen over het EU-lidmaatschap, en is in groeiende mate ontevreden over de Brusselse bemoeienis met Britse wetgeving. Maar uit de jongste peiling blijkt dat 42 procent de EU wil verlaten: opnieuw het resultaat dat Cameron niet wil. Zelfs als de vraagstelling bij een referendum genuanceerder is dan in/uit, zal een ‘nee’ worden geïnterpreteerd als een stem vóór een Brixit.

Bij een belofte kan hij het niet laten. Cameron beloofde al eerder – toen over het Verdrag van Lissabon – een referendum te houden zodra hij premier was. Lagerhuisleden hebben aangekondigd in opstand te komen als het referendum nu niet wettelijk wordt vastgelegd. En de kiezer eist duidelijkheid en een heldere visie op de Britse rol in de Europese Unie.

Maar de kiezer wil morgen óók een premier horen die zijn energie niet verspilt aan Europese kwesties. Peilingen geven aan dat ‘Europa’ voor de meeste Britten van ondergeschikt belang is. Uit een opmerkelijke peiling van ConservativeHome onder Tory-kiezers kwam zelfs dat 85 procent denkt dat Cameron deze toespraak alleen maar geeft in reactie op het groeiende euroscepticisme in de partij. Conservatieve kiezers die erover denken op de eurosceptische UK Independence Party te gaan stemmen, noemen de EU niet als belangrijkste onderwerp.

    • Titia Ketelaar