Antisemitisme

Hans Spekman, voorzitter van de PvdA, oogst nogal wat meewarigheid sinds hij het beledigende, vaak antisemitische karakter van aan hem gerichte mails aan de kaak heeft gesteld. Tut-tut-tut, Spekman, kijk eens naar jezelf, heb je niet gezegd „Nivelleren is een feestje” en „Leers heeft Mauro het mes op de keel gezet en half doorgesneden”?

Bij Pauw & Witteman, waar hij met deze uitlatingen werd geconfronteerd, zei Spekman dat zijn woorden, hoewel grof, niet vergeleken konden worden met de bagger die via internet – duizend mails per maand – over hem wordt uitgestort. Toen de beledigingen op een scherm geprojecteerd werden, konden we zien wat hij bedoelde. Er was ondermeer iemand die vond dat „die jodenkliek in je partij” terecht was afgevoerd. Bij een andere gelegenheid was hij een ‘reïncarnatie van Hitler’ genoemd.

Discussie overbodig, zou je zeggen, maar we hadden buiten een andere gast, schrijver Leon de Winter, gerekend. Zijn gezicht, af en toe in close-up genomen, vertoonde grote afstandelijkheid, soms ging een wenkbrauw sceptisch omhoog. Toen het zijn beurt was, bleek waarom. Nee, hij keek nooit naar wat op internet over hem geschreven werd, en ach, die vergroving was niet zo zorgelijk, het was maar ‘een gebiedje’, het was allemaal emotie, mensen die een knop indrukten, we moesten nog aan het medium wennen, hij was hoopvol, het kwam allemaal wel goed. Kortom, Spekman, waar maak je je druk om?

Toevallig had ik tijdens de uitzending mijn twee boerenklompen aan en ik hoorde ze tegelijk met een scherp krák breken. Wat kregen we nou? Leon de Winter die antisemitisme relativeert?

Ik herinnerde me hoe geschokt en verontwaardigd – en terecht – De Winter zo’n dertig jaar geleden reageerde op de antisemitische beschimpingen aan zijn adres door Theo van Gogh. En hoe hij een proces (dat hij won) begon tegen Propria Cures toen dat in 1992 een fotocollage publiceerde waarin hij met een bot in zijn hand bij een massagraf in Vilna stond afgebeeld met de tekst: „Elke schrijver ligt bij Libris. En waar lig ik?”

Nooit heb ik De Winter in die jaren horen zeggen: „Ach, die Van Gogh moet je negeren, het is allemaal emotie, hij is kwaad omdat ik wel subsidie voor mijn films krijg en hij niet.” En: „Ach, Propria Cures, ze schrijven voor een gebiedje, ik lees dat allemaal niet.” Maar Spekman mag zich niet zo druk maken. Heeft-ie niks beters te doen? Duizend hatemails per maand – wat zou het?

Goed, je kunt zeggen: de mens is veranderlijk, gun De Winter z’n verandering. Vroeger was hij erg links, tegenwoordig is links een scheldwoord voor hem en haat hij die partij van Spekman uit het diepst van zijn ziel. Maar dat antisemitisme verandert toch niet – dat blijft toch antisemitisme, van wie het ook afkomstig is en voor wie het ook bestemd is?

Maar dat zien we verkeerd, zo bleek aan het slot van de uitzending. De Winter wil zijn belasting voor een deel niet betalen, omdat het geld in handen komt van president Morsi, een antisemitische moslimschavuit die zionisten „afstammelingen van apen en varkens” noemt. „Dat had ook in een e-mail voor jou kunnen staan”, zei De Winter tegen Spekman.

Hád het maar in een e-mail voor Spekman gestaan, ondertekend door Morsi zelf. Want dan, en alleen dán, was De Winter boos geworden. Antisemitisme is tegenwoordig bij hem pas antisemitisme als het afkomstig is van een moslim; de rest telt niet meer mee.