Treurspel met een woonwagenkamp

De verhuizing van een klein woonwagenkamp in Eindhoven liep faliekant mis. Een ingehuurde eenling deelde de lakens uit, gemeentelijke controle schoot tekort.

Dit is het verhaal van de verhuizing van een woonwagenkampje in Eindhoven naar een plek een paar honderd meter verderop in de wijk. Vijf jaar lang ging alles mis wat mis kon gaan. Alleen aan vergoedingen voor transport, verhuiskosten en schade werd 2,2 miljoen euro uitgekeerd, zonder goede onderbouwing, Het einde van de rampspoed is nog niet in zicht.

Dit is het verhaal van een gemeente waar een ingehuurde parttimer zijn eigen beleid kon bepalen. Blindelings tekenden superieuren de overeenkomsten met woonwagenbewoners die hij hun voorlegde. Toezicht van het gemeentebestuur schoot tekort.

Treurspel in twee bedrijven. Gebaseerd op zeven rapporten die de gemeente Eindhoven liet maken. En op een aantal gesprekken.

Eerste bedrijf. Het is niet meer dan logisch dat de gemeente Eindhoven in 2007 bij het zoeken naar een projectleider voor de verhuizing van een woonwagenkampje binnen de wijk Tongelre terechtkomt bij Marco. Zijn achternaam blijft ongenoemd, omdat de gemeente vorige maand aangifte tegen hem heeft gedaan. Voor valsheid in geschrifte. Maar Marco lijkt destijds de ideale man voor het project. Hij heeft vaker voor gemeentes met woonwagenbewoners gewerkt. Zoals in Weert en Breda.

Daarbij komt dat geen van de vaste ambtenaren dit werk wil doen. De administratie van het project is een chaos. Verantwoordelijkheden zijn niet goed geregeld. En woonwagenbewoners staan als lastig bekend.

Maar haast is geboden. Het kamp aan de Joost de Momperstraat met 31 plaatsen moet wijken voor nieuwbouw. De bouw is al begonnen. Wat een bof dat Marco via een detacheringsbedrijf parttime kan worden ingehuurd.

Als uitvoerend projectleider krijgt Marco vrijwel carte blanche. Hij onderhandelt met bewoners over verhuiskosten en over vergoedingen voor bouwsels die ze moeten achterlaten. In sommige gevallen gaat het om complete woonwagens die te groot zijn voor de nieuwe locatie aan het Orgelplein. Het aantal huishoudens is inmiddels gegroeid van 31 tot 37.

Basis voor vergoedingen zijn taxatierapporten van de firma Viveka. Bij de meeste huishoudens adviseert Marco vergoedingen te betalen die boven de taxatiewaarde liggen. Hij past de taxatierapporten eigenmachtig aan. Zijn rechtvaardiging: Viveka heeft fouten gemaakt.

Begin 2010, een jaar later dan gepland, verhuizen de eerste woonwagens naar het Orgelplein. Ze krijgen meteen te maken met verzakkingen die tot schade leiden. In een aantal gevallen neemt Marco zelf de schade op. De rapporten die hij opstelt, maakt hij onder de naam van een erkend bedrijf. Ter verdediging voert hij later aan dat het project af moest en dat hij onder druk stond van gemeentebestuur en woonwagenbewoners.

Sommige toegekende schadevergoedingen roepen vragen op. Zoals een vergoeding van ruim 20.000 euro voor het schoonmaken van een dak. Zoals ook een vergoeding van bijna 10.000 euro voor inbraakschade waar de gemeente niet verantwoordelijk voor was. En dan was er nog een vergoeding van 5.850 euro voor een kroonluchter en een tv, die door trillingen van bouwverkeer onherstelbaar zouden zijn beschadigd.

De eindverantwoordelijke ambtenaren, de superieuren van de projectleider, het sectorhoofd en de budgethouder, tekenen telkens voor akkoord. Zonder controleren. Eén van hen verklaart later: „Ik tekende wekelijks soms wel honderd stukken, dus dan moet je op het projectteam vertrouwen.”

Tweede bedrijf. Bij het Meldpunt Integriteit van de gemeente Eindhoven komt in mei 2011 een melding binnen. Marco zou „exorbitant hoge” vergoedingen toekennen aan woonwagenbewoners. Het Meldpunt, waar burgers kunnen klagen over sjoemelende ambtenaren en bestuurders, schakelt Hoffman Bedrijfsrecherche in.

Het bureau vindt geen bewijs dat Marco zichzelf heeft verrijkt ten koste van de gemeente. Het stuit wel op „opmerkelijke betalingen”. En Marco maakt zich schuldig aan belangenverstrengeling, stelt het onderzoek vast. Hij brengt de gemeente in contact met het bedrijf Viveka, waarmee hij zakelijke banden onderhoudt. Om die reden beëindigt de gemeente midden 2011 zijn contract. Einde van een incident, zo lijkt het. Opening van een beerput, blijkt achteraf.

Er liggen nog wat onbeantwoorde vragen. Hoe betrouwbaar zijn de taxatierapporten op basis waarvan de gemeente forse vergoedingen heeft uitgekeerd? Werken de ambtelijke controleprocedures afdoende? Zijn ze nageleefd?

Een controleafdeling binnen de gemeente licht de procedures door. De deugdelijkheid van de taxaties laat de gemeente onderzoeken door bureau Grant Thornton Forensic & Investigation Services (GT). De conclusies zijn ontluisterend. De taxatierapporten zijn niet betrouwbaar. Er is mee geknoeid. Ambtelijke controle heeft „niet goed gefunctioneerd”.

In het voorjaar van 2012 dringt in zijn volheid door tot Staf Depla, wethouder van financiën en verantwoordelijk voor integriteit, dat wat hier is misgegaan, het hart van de gemeentelijke organisatie raakt. Als ambtenaren bij het ene project zitten slapen of hun plicht verzuimen, hoe zit het dan bij al die andere projecten? Als de financiële controle bij het woonwagenkamp faalt, welke onheilstijdingen staan het gemeentebestuur dan nog te wachten?

De gemeente doet opnieuw een beroep op Grand Thornton. Ze schakelt ook haar accountant PricewaterhouseCoopers in. Het ene onderzoek roept het andere op. En net als B en W in het najaar op het punt staan de gemeenteraad te informeren, duikt in een archiefkast een lang gezocht dossier op. Dat noopt tot weer een onderzoek.

Epiloog. Drie jaar na het begin van de verhuizing klagen bewoners van het nieuwe kamp nog steeds over verzakking van hun wagens. De gemeente heeft de grond onder de meeste wagens met kunsthars laten injecteren. Daarmee zouden de klachten moeten zijn verholpen. Niet dus. Half november 2012 kondigt Eindhoven een grondig onderzoek aan.

De gemeente heeft de bedrijfsvoering verbeterd en de financiële controle verscherpt. Zo’n opeenstapeling van fouten als bij de verhuizing van het woonwagenkamp heeft zich bij andere gemeentelijke projecten niet voorgedaan, blijkt uit onderzoek van de accountant. Dat is het goede nieuws.

Tegen Marco, die nu voor een andere gemeente werkt, is aangifte gedaan. Hij voelt zich als zondebok behandeld. „Ik krijg het gevoel dat aan het einde van de rit de laagste in rangorde alle schuld naar zich toegeschoven krijgt.”

    • Esther Wittenberg
    • Dick Wittenberg