Thuis is prettig en goedkoper

Laagopgeleiden leven ongezonder en worden eerder ziek, meldde het CPB vorige week. Wijkverplegers kunnen de kosten drukken.

Bob legt zijn hoofd naast dat van Pien, op het kussen, en zegt: „Gaat ’t mop? Hou je nog van me?” Pien begint te huilen. „Aaa”, zegt ze, „aaa”. Pien (75) kan niet meer praten sinds een herseninfarct, drie jaar geleden. Haar rechterkant is verlamd. Ze kan niet lopen, niet gaan zitten. Maar haar man Bob (78), oudmarktkoopman, begrijpt ze. Dat ziet hij gewoon. En wat wonderlijk is: ze kan zingen. Als bewijs begint Bob een lied te zingen van Tante Leen en Pien zingt elk woord mee: „Oh Johnny, zing een liedje voor mij alleen.”

Mensen met een lage opleiding gebruiken gemiddeld meer zorg dan mensen met een hoge opleiding, concludeerde het Centraal Planbureau (CPB) vorige week. Ze leven ongezonder – roken, eten te vet, bewegen te weinig, doen ongezond werk – en krijgen dus eerder kanker en hart- en vaatziekten. Ze betalen ook gemiddeld minder zorgpremie dan mensen met een hoger inkomen, omdat ze gemiddeld minder verdienen. Ze zijn de ‘nettogebruikers’ van de alsmaar groeiende zorgmarkt.

Pien rookte vanaf haar elfde, later wel twee pakjes sigaretten per dag. Bob heeft zo vaak gezegd: meid, doe het niet. Maar toen men erachter kwam dat het zo schadelijk is, was zij al lang verslaafd. Zelf rookt hij niet. Pien stond ermee op en ze ging ermee naar bed. Tot dat herseninfarct. Bob: „Opeens was ze uitgerookt.” Ze zijn bij elkaar sinds zij 15 was en hij 18.

De meeste zorgkosten, schreef het CPB, zitten in de langdurige opname van al die zieke mensen. In het verpleeghuis, het ziekenhuis en de gehandicaptenzorg. Een maand in het verpleeghuis kost per persoon meer dan 5.000 euro. De bewoner betaalt een eigen bijdrage die lager is naarmate hij minder verdient of bezit. Wel heeft die bewoner, zoals iedereen, jarenlang een inkomensafhankelijke AWBZ-premie betaald. In zijn geheel zijn de AWBZ-uitgaven tussen 2002 en 2012 gestegen van 18 miljard euro tot 25 miljard euro.

Eén manier om kosten te drukken, is mensen zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Daarvoor zijn wijkverpleegkundigen nodig, zoals Rinkje Sorgdrager, die twee keer per dag bij Pien en Bob komt. ’s Ochtends wast ze Pien. Ze legt haar op haar zij, maakt alles schoon en geeft haar een schone luier. ’s Middags komt ze om de luier te vervangen en om een oogje in het zeil te houden. Voorheen kwam ze ook ’s avonds om de sonde aan te sluiten voor voeding. Maar Bob heeft zijn vrouw weer leren eten.

Mantelzorgers zoals Bob zijn uitzonderlijk, zegt Sorgdrager. „Het is zwaar wat hij doet. Dag en nacht klaarstaan.” Als je dat aan Bob vraagt, kijkt hij dromerig en zegt: „Zo zie ik dat niet.” Maar met iets minder mantelzorg en iets meer wijkverpleegkundige hulp kunnen andere ouderen ook langer thuis wonen. Wijkverpleegkundigen zijn dag en nacht oproepbaar en kennen, bij de betere bedrijven, elke patiënt.

Het kabinet ziet dat zitten. Het gaat vanaf 2015 investeren in nieuwe banen, vanaf 2017 structureel een kwart miljard extra per jaar. Wel verandert de volksverzekering AWBZ van een (verzekerd) ‘recht’ in een voorziening. Het is denkbaar dat zo’n voorziening ‘op’ raakt, wat onmogelijk is bij een verzekering.

Pien belandde na het infarct in een verpleeghuis. Ze heeft ‘zorgzwaartepakket vijf’, AWBZ-jargon voor: zo afhankelijk dat ze wel opgenomen móét worden. Maar Bob nam haar na een half jaar terug naar huis. „Ik miste haar zo.” Een keer per week krijgt hij drie uur huishoudelijke hulp, wat wordt bekostigd uit de Wet maatschappelijke ondersteuning. Hij kookt zelf. Hij geeft haar elke dag zestien pillen (acht types medicatie) en verschoont ook luiers.

Bob begon op zijn dertiende te werken, als liftjongen. Daarna was hij 25 jaar etaleur en werkte hij dertig jaar op de Dappermarkt met Pien. Ze verkochten lampen. Ze wonen al 58 jaar in deze huurwoning van 65 vierkante meter. Elke dag zet hij Pien, met de ‘til-lift’, een uur naast het raam aan de voorkant. Soms lopen er kennissen langs die zwaaien.

Vlakbij woont Sien de Jong (77), een kleine vrouw die een pet draagt. „Ik heb er dertig, want ik heb geen haar meer. Het valt uit van de medicijnen.” De Jong ging op haar 14de werken, in het atelier van de Bonneterie. Sinds haar man overleed, komt haar zoon twee keer per week voor haar koken. Sorgdrager, of een collega uit haar team, komt elke dag haar steunkousen aan- en uittrekken. Dat kan ze niet zelf met haar reumavingers. De steunkousen zijn nodig om de bloedsomloop te stimuleren. Haar bloedvaten zijn niet meer zo goed, waardoor ze opgezwollen benen krijgt.

De Jong is geen klager. „Ik kom overal en heb veel vrienden.” Ze doet elk jaar de ‘rollatorloop’ van Buurtzorg, een soort marathon voor ouderen.