Tegen schoolverlaters lijkt een recept gevonden

Minder jongeren voortijdig van school – sommige roc’s lukt het. Door er bovenop te zitten bij verzuim. En door een legertje hulpverleners en coaches aan de zijlijn klaar te hebben staan.

Nederland, Rotterdam, 17 maart 2012 Skills Masters, beroepskeuze evenement voor vmbo of mbo jongeren meisjes meiden vrouwen in Ahoy Rotterdam. hier demonstratie van het Albeda College mbo-opleiding Schoonheidsspecialist vakopleiding beroepsopleidende leerweg / jong personeel. vakopleiding Schoonheidsspecialiste MBO Opleidingen Uiterlijke verzorging zorg vrouwenberoep vakonderwijs Schoonheidsverzorging sector Zorg en Welzijn / Uiterlijke verzorging gezichtsbehandeling opleiding verzorging-opleidingen zorgsector leerlingen leerling onderwijs scholing zorgonderwijs foto: Peter Hilz / HH Peter Hilz/Hollandse Hoogte

Het gaat goed, maar het moet nog beter. Het aantal jongeren dat in Nederland zonder diploma van school gaat, neemt ieder jaar af. Het afgelopen schooljaar waren het er 36.250. Maar om in 2014/2015 uit te komen op maximaal 25.000 voortijdige schoolverlaters, zoals het kabinet wil, zal de daling versterkt moeten doorzetten.

Op enkele regionale opleidingscentra (roc’s) lijken ze het recept te hebben gevonden om dat voor elkaar te krijgen. ROC Drenthe College wist tussen 2006 en 2012 een daling van 40 procent van voortijdige schoolverlaters te realiseren, ROC Leeuwenborgh uit Limburg 39,4 procent en ROC Amsterdam 36,5 procent.

De drie scholen schrijven hun succes voor een belangrijk deel toe aan samenwerking: tussen de studentenadviseurs en de gemeente, de leerplichtambtenaar en de hulpverlening. Hans Hurenkamp, coördinator zorg voor de regio Assen van het Drenthe College: „Iedere dag is er een vertegenwoordiger van die organisaties op school. Als we denken dat er een leerling is die in de problemen komt, kan die meteen een gesprek aangaan.”

Ook ROC Leeuwenborgh houdt nauw contact met instanties buiten de school, zegt Berth Wijshoff. Zij is directeur van het ‘loopbaanportaal’ van de school. Daar kunnen leerlingen terecht met vragen. Bijvoorbeeld over hun studieplanning of welke banen er voor hen zijn. „Als een leerling langer dan een week afwezig is, schakelen we de leerplichtambtenaar in”, zegt ze.

Bij het ROC Amsterdam zijn ze zeer te spreken over de betrokkenheid van de gemeente, vertelt Dirk Huiberts, manager van het programma voortijdige schoolverlaters van de school. „Nu het economisch niet goed gaat, haken jongeren niet af omdat ze ergens een baan hebben – daar kan ik redelijk goed mee leven. Nee, ze komen allemaal bij de gemeente terecht.” En die is niet van zins een uitkering te verstrekken. Terug naar school, is dus het devies.

Uitval begint vaak met periodiek verzuim, weet Huiberts. „Er is nu veel meer druk vanuit de gemeente om verzuim te melden. Als een leerling in een maand meer dan zestien uur verzuimt, moeten wij dat bij de gemeente melden.” Daardoor heeft het roc beter zicht gekregen op welke leerlingen in de gevarenzone verkeren.

De eerste die in de gaten heeft dat een leerling ongeoorloofd afwezig is, is de docent. Op de drie roc’s is de docent de afgelopen jaren veel belangrijker geworden bij het bestrijden van verzuim. Wijshoff van het Leeuwenborgh: „Als een leerling er een dag niet is zonder dat iemand weet waarom, moet de mentor meteen contact opnemen. Dat is iedereen in de organisatie duidelijk gemaakt. Het was even wennen, maar nu spreekt het vanzelf.”

Bij het ROC Drenthe College is een digitaal systeem gemaakt om leerlingen te volgen, zegt Hurenkamp. „De leraar weet of een leerling een risico is of niet. Hij registreert elke dag: als iemand niet op komt dagen, staat dat in het systeem. Dus de leraar die de leerling de volgende dag in de klas heeft, kan meteen zien of die gisteren een les gemist heeft. En de mentor bekijkt dat, iedere dag, iedere week, iedere veertien dagen. Als een leerling vijf lessen mist in twee weken, kun je al zeggen dat er iets aan de hand is.”

Maar met alleen leerlingen achter de broek zitten, ben je er natuurlijk nog niet, benadrukt Huiberts van ROC Amsterdam. „Dat is de harde kant. Je hebt ook een zachte kant nodig. Dat zijn bij ons de ‘pluscoaches’, die we betalen met geld dat we speciaal daarvoor van het ministerie krijgen. De coaches helpen met zaken als structureren, plannen en het regelen van stageplaatsen. Eerst vonden leerlingen dit niet zo leuk, maar nu is het hip geworden. Andere leerlingen vragen of zij ook een coach mogen. Leerlingen merken hoe fijn het is om wat extra begeleiding te krijgen.”

Vaak staan de problemen op school niet op zichzelf. Leerlingen die zonder diploma hun opleiding afbreken, hebben meestal thuis een probleem, zegt Wijshoff van het Limburgse ROC Leeuwenborgh. „Die moeten een baantje nemen omdat hun ouders in de financiële problemen zitten. Of ze moeten op hun kleine zusje passen, omdat beide ouders werken. Zodra we in de gaten hebben dat zoiets speelt, schakelen we het maatschappelijk werk in. Die zitten permanent bij ons op school.”

Ook in Amsterdam loopt maatschappelijk werk op het roc rond, zegt Dirk Huiberts. „Het is de vraag hoe ver we moeten gaan met de zorg, maar als we leerlingen erbij willen houden, moeten we dit doen. Zo zijn er in school ook mensen van schuldhulpverlening. Heel veel leerlingen hebben schulden, soms vrij aanzienlijk.”

Een leerling die het moeilijk heeft, moet je het gevoel geven dat hij er toe doet, zegt Hans Hurenkamp van het ROC Drenthe College. „De boodschap is altijd: we vinden je belangrijk. Daarom willen we dat je er bent.”