Raad van State twijfelt aan strafbaar stellen illegaliteit

De Raad vindt dat bestaande regelingen al voldoende afschrikken om illegaal in Nederland te verblijven.

Den Haag. De Raad van State betwijfelt „ernstig” de toegevoegde waarde van het kabinetsvoornemen om illegaliteit strafbaar te stellen.

Eind vorig jaar presenteerde staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) het wetsvoorstel dat bepaalt dat een illegale vreemdeling een boete van maximaal 3.900 euro kan worden opgelegd. Als hij die niet betaalt, kan hij in vervangende hechtenis komen. Volgens het kabinet heeft dit algemene strafbaar stellen van illegaliteit een preventieve werking – illegaal verblijf in Nederland moet er onaantrekkelijker van worden. Maar de Raad van State ziet die afschrikkende werking al terug in de bestaande regelingen.

Vreemdelingen die nu illegaal in Nederland worden aangetroffen en niet meewerken aan terugkeer naar hun land van herkomst, krijgen al de opdracht direct terug te gaan. Dat heet een ‘terugkeerbesluit’. Daarbij krijgen ze ook een inreisverbod opgelegd. Als ze daar niet aan voldoen, en toch in Nederland blijven, zijn zij dus al strafbaar. Reden voor de Raad van State om het nut te betwijfelen van een extra, generieke strafbaarstelling van illegaliteit. Ook ziet de Raad van State negatieve bijeffecten van het wetsvoorstel. Het risico bestaat dat slachtoffers van mensenhandel of geweld zich door de nieuwe wet minder snel bij de politie zullen melden. Dat zal ‘de vervolging en opsporing van dergelijke misstanden bemoeilijken’, schrijft de raad. NRC