OM in het nauw met fraudezaak

Het leek een solide zaak, er werd 3,5 jaar aan gewerkt. Maar nu lijkt het OM de eerste strafzaak met een nieuwe aanpak te verliezen. Hoe kon dit?

Het ging om een van de grootste inbeslagnames van onroerend goed ooit in Nederland. Zo’n tweehonderd opsporingsambtenaren legden zomer 2009 beslag op 134 panden van de nu 61-jarige vastgoedhandelaar uit Kerkrade Johannes – Joep voor vrienden – Janssen. Er werden hennepplantages aangetroffen en de politie nam schilderijen, vuurwapens, zeldzame munten en twintig klassieke auto’s in beslag. De rode Chevrolet Corvette convertible 1990 en een veertig jaar oude Rolls-Royce Silver Shadow werden ’s avonds in de tv-journaals getoond.

Morgen, bijna 3,5 jaar later, dreigt de rechtbank van Maastricht het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging van Janssen en tien medeverdachten. Janssen wordt verdacht van het faciliteren van hennepteelt, valsheid in geschrifte, belastingfraude en het witwassen van crimineel geld. De zaak lijkt te mislukken omdat het vermoeden bestaat dat het OM heeft gejokt over zijn opsporingsmethodes, een doodzonde. Er zijn aanwijzingen dat het OM informatie heeft gekregen van een kroongetuige. Tot nu toe heeft officier van justitie Bas Janssen beweringen van advocaat Theo Hiddema dat met een kroongetuige is gewerkt altijd ten stelligste ontkend. Het ging volgens de aanklager om „door de media opgeblazen” geruchten.

Eind vorig jaar heeft de rechtbank Maastricht het OM evenwel opgedragen verklaringen van de kroongetuige, de 37-jarige Pascal H., aan de rechtbank over te leggen. Het gaat om getuigenissen die tot nu toe in een kluis liggen omdat het OM geen overeenstemming met hem wist te bereiken over een regeling zoals een getuigenbeschermingsprogramma. Vorige week liet de officier van justitie de rechtbank weten dat de ‘kluisverklaringen’ niet worden verstrekt omdat ze in het onderzoek niet zijn gebruikt. Volgens justitie heeft Janssens advocaat Hiddema „het belang onvoldoende kenbaar gemaakt” om die stukken wel te verstrekken. Die weigering kan justitie nu opbreken.

Justitie noemt het onderzoek tegen de voormalige autohandelaar en pandjesbaas Janssen „een nieuwe aanpak van ondermijnende criminaliteit”, onderdeel van een grootscheeps onderzoek naar vermenging van onder- en bovenwereld in Zuid-Limburg. Justitie wil een eind maken aan „fraude en witwassen rondom de vastgoedbranche”, zei aanklager Janssen in zijn requisitoir in december. Voor de bestuurlijke aanpak van de criminaliteit hebben Heerlen, Kerkrade, Maastricht, Sittard-Geleen en Valkenburg samengewerkt. De Limburgse methode is nu in het hele land ingevoerd, gecoördineerd door tien zogeheten regionale informatie- en expertisecentra.

Aanvankelijk wees de rechtbank verzoeken van Hiddema af om de ‘kluisverklaringen’ aan het dossier toe te voegen. De rechters wijzigden hun standpunt toen Hiddema eind vorig jaar met geheime informatie kwam die hij van opsporingsambtenaren had gekregen. Hiddema ontving drie mails van anonieme, goed ingevoerde bronnen die beschreven dat het OM bezig was doelbewust „tactische informatie” achter te houden voor verdediging en rechters. In de mails staat welke rechercheurs, belast met het onderzoek naar de pandjesbaas, informatie vergaarden bij Pascal H. Op grond van die inlichtingen kreeg het OM alsnog het bevel opening van zaken te geven.

Justitie is ontstemd. Op de laatste zitting van 21 december kreeg de aanklager tot zijn grote ongenoegen niet de gelegenheid een standpunt kenbaar te maken. „De Maastrichtse rechtbank kijkt onbegrijpelijk wantrouwend naar ons handelen. We hebben de laatste tijd vaker strafzaken in Maastricht verloren die in hoger beroep alsnog in ons voordeel werden beslecht. Dat geeft al aan dat er vraagtekens zijn te plaatsen bij de opstelling van de rechtbank”, zegt een hoge functionaris van het OM. Justitie hoopt de rechtbank morgen te kunnen overtuigen dat de rechters onnodig kritisch zijn over het onderzoek, maar vreest het ergste.

De hoofdverdachte, tegen wie justitie een celstraf eiste van 2,5 jaar, zegt geen idee te hebben hoe zijn strafzaak afloopt. „Ik heb in ieder geval niets verkeerds gedaan”, zegt hij. Om die reden heeft hij ook geen bezwaar tegen vermelding van zijn volledige naam. De gang van zaken bewijst volgens hem dat de echte misdadiger in deze de aanklager is. „Dat hele justitiegebeuren is één criminele organisatie. Ze willen me hoe dan ook pakken. In Nederland mag je kennelijk geen geld verdienen.”