Kamp: molens bij kust 'reële optie'

Minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) noemt windmolenparken dicht bij de kust „een reële optie”. Nu mogen windmolens alleen buiten de territoriale wateren gebouwd worden (22 kilometer buiten de kust), maar dat brengt veel meer kosten met zich mee dan dichter op de kust bouwen.

Dat kustplaatsen zich zullen verzetten tegen de molens, die vanaf het strand te zien zijn, is voor Kamp geen reden om niet over de aanleg na te denken. Zonder nieuwe windmolens kan Nederland niet voldoen aan de kabinetsdoelstelling om in 2020 16 procent van de energiebehoefte duurzaam op te wekken. „Onze ambitie is fors, de situatie is er niet naar om blokkades op te werpen”, zegt Kamp in een gesprek met deze krant.

VVD-Kamerlid René Leegte liet zich gisteravond tijdens de behandeling van de EZ-begroting in de Kamer kritisch uit over windenergie. „Wij moeten ons realiseren dat iedere extra windmolen vooral een goed gevoel oplevert.” Leegte wees gisteren vooral naar de situatie in Duitsland dat soms met een overschot aan opgewekte stroom zit en daarvan zou Nederland kunnen profiteren. Hij noemde Duitsland „het grootste experiment ter wereld” met windenergie. „Met windmolens stijgt de prijs, gaat de CO2 omhoog en neemt de betrouwbaarheid af.” Leegte vindt windmolens wel bij een toekomstige energiemix horen. „Dat moet met mate, maar zij horen erbij.”

Kamp relativeert in het interview de nadelen van windmolens bij de kust. „Sommigen vinden ze mooi, anderen vinden ze lelijk.” En veel mensen op het strand zien die molens „niet het hele jaar, maar vooral in de zomer.”

Interview Kamp: pagina 24-25

    • Erik van der Walle