Johan Fretz blijft steken in platitudes

Cabaret

Revolte, door De Gebroeders Fretz. Gezien: 15/1, Toneelschuur, Haarlem. Tournee t/m 11 mei. ***

Johan Fretz stelt zich kandidaat om minister-president van Nederland te worden in 2025. Vorig jaar publiceerde hij er al een roman over en met Marcel Harteveld, met wie hij De Gebroeders Fretz vormt, start hij in het theater alvast de campagne.

Hun Revolte opent met een stevige speech, een beginselverklaring waarin Fretz stelt zich niet te willen neerleggen bij de teleurstellingen van de vorige generatie. In de jaren negentig was Nederland af, maar ook lui geworden, is zijn analyse. Ter inspiratie leent hij een tekst van Obama: „One voice can change a room. And if a voice can change a room, it can change a city.” De revolutie begint hier, in Haarlem, zegt hij.

Zijn Obama-wording stelt de 27-jarige Fretz, zoon van een Surinaamse moeder en Hollandse vader, tafelheer bij De Wereld Draait Door en columnist bij de Volkskrant, nog even uit. Maar hij is serieus en deze avond wordt niet om te lachen, zegt hij. Dat de kandidaat nog moet worden getraind, blijkt als Harteveld hem tot de orde roept als het ongezelliger dreigt te worden dan „realistische politiek” verdraagt. Gitarist Harteveld toont zich de ware ironicus van de twee. Zijn geestige interventies zijn onmisbaar in het samenspel.

Fretz en Harteveld staan zelfverzekerd en met de flair van kwispelende honden op het podium, maar zodra het Fretz ernst wordt met het fileren van politiek en samenleving blijft hij steken in platitudes van de categorie ‘Zorg is geen product’ en ‘Een Partij voor de Dieren is onzin’. Al maakt hij een aardige grap over de zonnebankjes die Wilders zo goed staan: „Straks wordt hij nog de eerste bruine premier van Nederland.”

De oude ideeën zijn dood en de nieuwe nog niet geboren, stelt Fretz. In dat interbellum gaapt een leegte die Fretz niet vult. Integendeel. Tegen zijn idealisme in waagt hij zich aan grappen over bijstandmoeders, Marokkanen en asielzoekers. Leuk, maar daar stokt de vernieuwing.

Eigenlijk zit die campagnepraat maar in de weg. De beste momenten van Revolte zijn de minder rechtlijnige sketches en liedjes. Zich begeleidend door op de grond te stampen zingzegt Fretz bijvoorbeeld een prachtig, stekelig lied in Nederduits: „Ich bin die Johan, ich bin so braun, aber ich mocht hier bleiben.”

In hun element is het duo in hun nostalgie over de jaren negentig. Ze sluiten af met een vrolijke medley van nineties-hits. De slotmededeling, dat de revolutie een beest is dat onvermijdelijk op ons afkomt, maakt minder indruk.

    • Ron Rijghard