Hoe moet ik omgaan met gierige collega's?

Een universiteitsmedewerker (32) in het oosten van het land kampt met gierige collega’s. „Als we na het werk een biertje drinken, heeft een van mijn collega’s nooit geld bij zich. „We schieten wel voor”, zeggen we dan gul. Maar die collega komt daar vervolgens nooit meer op terug. Een andere collega bietst altijd sigaretten. Hij heeft tientallen pakjes van me opgerookt en ik krijg nooit iets terug. Een keer had ik geen brood bij me en was ik ook mijn portemonnee vergeten. Ik vroeg hem of ik geld kon lenen voor een broodje. Waarop hij zei dat hij uit principe nooit geld uitleent, omdat je maar moet zien of je dat ooit nog terugkrijgt. Wat moet ik met deze collega’s?”

„Daar moet je gelijk iets van zeggen”, aldus etiquettedeskundige Reinildis van Ditzhuyzen. „Zeker bij die collega met zijn principes moet je aangeven dat hij voortaan ook niks meer van je hoeft te verwachten. Als mensen structureel geld van je lenen, moet je daar iets van zeggen. Het gaat dan wel om de manier waarop je het zegt. Zeg altijd: ‘Ik vind het vervelend’ en begin nooit de ander verwijten te maken.”

Zijn Nederlanders gierig, vragen we aan de Belgische trendwatcher en consumentenpsycholoog Herman Konings. „De Nederlander is zuinig, maar niet gierig”, zegt hij. „Er wordt goed gelet op overbodige uitgaven, maar tegelijkertijd is Nederland samen met Canada koploper met geefgelden. Nederlanders zijn uitermate solidair.” Konings heeft een theorie over flexistentialisme, een soort gierigheid die is ontstaan door de babyboom en veranderende welvaart. Konings: „De babyboomers hadden en hebben veel meer te besteden. Ze worden niet voor niks de Ski-generatie genoemd: spending their kids inheritance. Hun kinderen, de babybusters of babydoomers, zijn in die welvaart van hun ouders opgegroeid. Maar nu zitten ze met een gebrek aan tijd, geld en ruimte.” Volgens Konings kunnen de babydoomers geen afscheid nemen van het comfort dat ze dankzij hun ouders gewend zijn. „Om die hoge kosten op te vangen, is er de calvinistische reflex om dan te gaan besparen op allerlei andere zaken.” En daar komt de gierigheid om de hoek kijken bij het uitlenen van geld of het geven van rondjes.

Dat laatste fenomeen hangt sterk af van de situatie, aldus Reinildis van Ditzhuyzen. „Wie nodigt wie uit? Ga je met een groep iets drinken of eten, vraag dan een gezamenlijke rekening en leg ieder een deel in. Als de verschillen in consumpties heel groot zijn, dan kun je onderscheid maken in wie wat bijdraagt. Je kunt wel een keer iets voorschieten voor iemand, maar niet te vaak. Je hoeft het niet te verdedigen dat je niet wilt voorschieten, maar je zou kunnen zeggen dat je ook geen zin hebt om het weer terug te moeten vragen.”

Ook een kwestie op het werk? Mail naar werk@nrc.nl. Kijk voor meer antwoorden op nrc.nl/carrière