Het leek Dallas, het bleek een bouwput

Gerrit wooont nu in een keet en de familie Jansen blijft verzakken. De verhuizing van hun woonwagens was geen goed idee. Wat nu?

Van het oude naar het nieuwe woonwagenkamp in de Eindhovense wijk Tongelre is het 400 meter. Het nieuwe kamp ligt aan het Orgelplein, ingeklemd tussen kanaal, spoorlijn en voetbalvelden.

Kampbewoner Chris Jansen (57) kijkt uit over het driehoekige plein waaromheen alle woonwagens liggen. Er wonen 22 gezinnen. Het plein heeft geen straatnaambord.

Jansen gaat zijn woonwagen binnen voor een kop koffie. Ook zijn broer schuift aan, van een paar wagens verderop, en zijn nicht, van schuin tegenover. Zijn vrouw schenkt in. „Ze hebben ons te snel willen wegjagen”, vertelt Jansen. „Dan zeg je ‘ja’. Omdat je een paar centen krijgt.” Zijn vrouw vult aan. „Ze lieten tekeningen zien van hoe mooi het worden. Het leek wel Dallas.”

Van het geld knapten ze hun woonwagen op. Nieuwe platen op het plafond, nieuw laminaat. Nu kunnen ze wel huilen. De grond onder hun woonwagen verzakt al zolang ze hier wonen. Ze hebben het laminaat al twee keer moeten vervangen, zeggen ze, de tegels in de badkamer vier keer. Ze wijzen naar de kier tussen keukenkastjes en plafond, de bollingen in de vloer. Ze staan op smerige moerasgrond, zeggen ze.

Kijk naar al het water in de bouwput hiernaast. Daar stond de wagen van Gerrit. Hij had een nieuwe gekocht van de vergoeding die hij kreeg. Een maatje groter. Maar die nieuwe wagen is finaal doormidden gebroken. Het hars dat de gemeente in de grond liet injecteren om de grond te verstevigen, is snot geworden. Dat hebben ze zelf onder Gerrits wagen gezien. Nu woont Gerrit al vier maanden in een bouwkeet.

Groot of klein, één of twee verdiepingen: alle woonwagens zitten hetzelfde in elkaar. Ze zijn van hout en staan op wielen. Van buiten zijn ze afgewerkt met kunststof in een motief van witte baksteen. Makkelijk schoon te houden, zeggen de bewoners.

De eerste schade door verzakkingen is vergoed. Maar de grond blijft zakken. Bewoners vragen zich af hoe dat weer wordt opgelost.

„Steeds krijgen we te maken met iemand anders van de gemeente”, zegt Betsie van Boxtel (34). „Een maand geleden is er weer een nieuwe begonnen. Hij belooft van alles. Hij zet niets op papier.”

Buiten wijst Ton de Rooij (47) naar de kolossale, niet afgebouwde woonwagen op de hoek. De bouw is stilgelegd omdat de wagen groter werd dan mag. Nu slapen er ’s nachts zwervers in, vertelt hij. Die maken vuurtjes. Hij is bang voor brand. „Kijk hoe dicht de woonwagens op elkaar staan. Sommigen leunen door de verzakkingen tegen elkaar. De gemeente handhaaft de brandveiligheidsvoorschriften hier niet.”

Tijden zijn veranderd. „Vroeger, toen Eindhoven nog een groot kamp had met wel 400 wagens, kwamen gemeente en politie met tanks als ze wilden controleren. Toen hadden ze nog respect. Nu fietst de wijkagent zeven keer per dag over het kamp. Dat is toch niet normaal.”