Gouden mensen

Geregeerd worden door de besten die gecontroleerd worden door onze gelijken. Dat zou mijn ideale democratie zijn. Maar zijn onze vertegenwoordigers onze gelijken?

Politici zijn erg slim, of in elk geval hoogopgeleid. Zo’n 80 procent van de Tweede Kamerleden heeft een academische achtergrond, tegen 12 procent van Nederland.

Plato vond in de Klassieke Oudheid al dat enkel de besten zich mochten bemoeien met het bestuur. Plato dacht dat deze ‘gouden’ mensen hun brille erfelijk overgedragen kregen. Hij stelde dan ook voor paringsfeesten te organiseren voor de gouden mensen. De letterlijke geboorte van een kaste.

De Britse socioloog Young schreef in 1958 een satirisch stuk waarin hij de ontwikkeling van een radicale meritocratie in 2033 voorzag. In deze meritocratie bepalen testen of je een functie mag vervullen. Maar deze testen zijn ontwikkeld door de elite zelf. Ons kent ons wordt al snel ons kiest ons.

Ondertussen is het 2013 en is het geen satire meer. Volgens de Amerikaanse politicoloog is Groot-Brittannië een topzware meritocratie waarin de band tussen de burgers en de zelfreproducerende politieke beslissers vrijwel non-existent is geworden. De democratie is geen beklimbare piramide meer, met een brede basis en nauwe top. De meritocratie is als een zandloper, met twee ongelijke vaten en een dun pijpje waarin nauwelijks zand van de ene naar de andere kant kan vloeien.

Diploma’s zijn minder relevant dan het vermogen van de democratie zichzelf te verversen, qua mensen en achtergronden. Wie kijkt naar de laatste drie banen van Kamerleden ziet de kaste. In 65 procent van de gevallen vervulden ze minimaal drie politieke banen achter elkaar. Zo’n 12 procent was ook eens ambtenaar, en 4 procent werkte bij een subsidieclub. Blijft de 19 procent over met private functies, maar die blijken vrijwel allemaal publiek-politiek werk te doen. Ze waren lobbyist, interim-manager bij de overheid, politiek columnist of werkten bij een zorgverzekeraar.

Slechts drie voorbeelden, op 150, wist ik te vinden van buitenstaanders. Maar ook daar was de kaste dichtbij. Zoals bij oud-zakenman en VVD-Kamerlid Pieter Duisenberg. Zijn vader is oud-PvdA minister Wim Duisenberg.

Vaak wordt niet ver gekeken. Oud-staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten was een goede bekende van Maxime Verhagen. PvdA-Kamerlid Nijboer is de vriend van de campagneleider van Diederik Samsom. En D66-Kamerlid Paul van Meenen was de buurman van Alexander Pechtold.

Er is geen reden te twijfelen aan deze personen, maar wel om te twijfelen aan de democratie. Het is de armoede van de selectie: ziet men iemand dichtbij, dan kijkt men niet verder. De besten die regeren worden zo gecontroleerd door soortgelijken.

In een wekelijkse serie in nrc.next onderzoekt Sywert van Lienden de achterkant van politiek Den Haag en probeert hij politieke structuren bloot te leggen. Wie doen (nog) mee aan de democratie, en hoe? Wat bepaalt de verhoudingen, hoe ziet de macht eruit? Neemt de kiezer, een politicus of juist een derde de belangrijkste besluiten. Is de stembus nog wel effectief om als kiezer politici af te rekenen en keuzes te maken? En hoe kunnen wij, de zwijgende supermeerderheid, weer meedoen. Iedereen kan helpen, met tips, cijfers en ervaringen.