Flamenco in de polder

Wapperende stippel-rokken en rauwe zang: flamenco is populair. Vrijdag begint de flamencobiënnale met twee weken lang optredens in de vier grote steden.

Rauwe flamencozang schalt door de Lutherse kerk in Groningen. Een hoogblonde flamencodanseres stampt met haar voeten en gooit de rok van haar gestipte jurk omhoog. De vingers van gitarist Edsart Udo de Haes schieten soepel over de snaren. Olé! klinkt er door de zaal. Het publiek van Grupo Masflamenco zwijgt en kijkt roerloos toe. „Dat is in Zuid-Spanje wel anders”, laat Udo de Haes na afloop weten. „Daar wordt tijdens optredens veel geroepen en geklapt.”

Toch leeft flamenco in Nederland. Vrijdag begint de vierde editie van de Nederlandse flamencobiënnale. Sinds 2006 wordt elke twee jaar de internationale flamencotop naar Nederland gehaald, met twee weken lang optredens van internationale allure. Liefhebbers zijn er in overvloed, zegt Maria Spaans, oprichter van de Nederlandse flamencostichting Terremoto. Waren er in 2011 nog tienduizend bezoekers, dit jaar verwacht de organisatie er vijftienduizend. Spaans: „Elke stad heeft inmiddels zijn eigen flamencodansschool. Zelfs in kleinere gemeentes als Dordrecht en Zutphen is er animo.”

Maar de flamencohype is in Nederland al veel eerder begonnen. In de jaren negentig werden in Amsterdam en Utrecht de eerste dansscholen opgericht. Flamencofilms uit die tijd als Carmen en Sevillanas spraken enorm tot de verbeelding. Spaans: „Het was nieuw en onbekend. Mensen staken elkaar aan.” Sindsdien is de populariteit alleen maar toegenomen. Hoe dat komt? Spaans kan er haar vinger niet opleggen. Na lang nadenken besluit ze: „Flamenco verbindt. Of je nu zingt, speelt, danst of alleen meeklapt. Iedereen kan meedoen.” En dat gebeurt ook. In cafés als Duende in Amsterdam en Elé in Utrecht komen de flamencofans samen. Niet alleen om te kijken, maar ook om zelf te spelen en te dansen.

„Er wordt in Nederland steeds meer talent gekweekt”, zegt Spaans. Vorig jaar kwam de in Spanje beroemde gitarist Tomatito naar Amsterdam om een masterclass te geven. Binnen twee weken waren alle plaatsen gevuld met deelnemers uit heel Nederland. Met de flamencogitaaropleiding aan het Rotterdamse conservatorium is Nederland het enige land buiten Spanje waar je een officiële bachelor in flamencogitaar kunt volgen.

Flamenco gaat al lang niet meer alleen over zigeuners, castagnetten en fiësta. Het is een kunstvorm die voortdurend wordt vernieuwd met invloeden uit moderne dans en jazz. En eigenlijk is dat precies wat flamenco altijd al is geweest: een mengvorm. De muziek is ooit ontstaan uit een mix van Spaanse, Arabische, Joodse en Indiase cultuur.

Dat een jeugd in de Hollandse polder en een leven als flamencoartiest prima samengaan, bewijst Udo de Haes (31). De gitarist groeide op in het Noord-Hollandse Bergen en studeerde klassieke én flamencogitaar aan het conservatorium in Amsterdam. Geen druppel Spaans bloed stroomt er door zijn aderen. Zijn ouders luisterden vooral naar klassieke muziek. Flamenco hoorde hij voor het eerst als zevenjarig jongetje. Bij toeval, op de radio. Dat moment is hij nooit vergeten. „Wist ik veel dat het flamenco was. Maar de muziek raakte me. Het kwam echt binnen.”

Inmiddels is de Zuid-Spaanse zigeunermuziek niet meer uit zijn leven weg te denken. Doorgewinterd flamencogitarist Eric Vaarzon Morel tipte hem in 2008 al als Nederlands’ nieuwste aanstormend talent. Dat hij niet in Andalusië, de bakermat van de flamenco, is opgegroeid heeft hij nooit als een gemis ervaren. „Ik zal nooit zo spelen als Spanjaarden die daar vandaan komen. Dat vind ik niet erg. Ik wil juist iets van mijn eigen klassieke achtergrond in mijn muziek leggen.”

Onder Nederlandse flamencoartiesten gold heel lang het credo: hoe traditioneler, hoe beter. Nu komt daar langzaamaan verandering in. Eigenlijk net als in Spanje, waar flamencomuzikanten al heel lang niet meer huiverig zijn om te experimenteren. Zoals Vaarzon Morel, een van de eerste flamencogitaristen in Nederland. Vorig jaar verraste hij met een opmerkelijke samenwerking, met rapper en producer Brownie Dutch (die we kennen van de T-mobile-reclame met Ali B) bracht hij een mix van flamenco en r&b in de voorstelling De wereld van Don Quichot.

Ook Udo de Haes is niet vies van vernieuwing. Volgende week brengt hij zijn eerste album uit met eigen werk, getiteld Aurora (dageraad). „Je hoort op mijn album klassieke gitaar, maar ook een jazzaltvioliste en een bansuri, een Indiaas instrument”, vertelt hij. „Dat ik die vrijheid heb, maakt flamenco voor mij uitdagend.” Net als de ruimte die hij krijgt voor improvisatie. „Mijn spel moet aansluiten bij de bewegingen van de dansers. Een paar jaar geleden mocht ik een paar workshops van de in Spanje bekende danseres Rocío Molina begeleiden. Dat was fantastisch. Elke beweging die zij maakt, inspireert me.”

Als flamencogitarist in Nederland kun je niet eeuwig doorgroeien. Daarvoor moet je toch echt naar Spanje, zegt Udo de Haes, want daar zit de top. Of hij zelf ooit zijn boeltje pakt en naar Spanje verhuist, weet hij nog niet. „De concurrentie is daar moordend. Voorlopig vind ik hier nog genoeg inspiratie.”

Flamencobiënnale, vanaf vrijdag t/m 3 februari in verschillende theaters in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag.

    • Hagar Jobse