Een verhuizing van 8 miljoen euro. Foutje van de gemeente

Waar 400.000 euro werd begroot, heeft de verhuizing van dertig gezinnen uit een woonwagenkamp in Eindhoven de gemeente nu

al bijna 8 miljoen euro gekost. Kroniek van een hoofdpijndossier.

Dick Wittenberg & Esther Wittenberg

Verslaggevers

Nederland, Einshoven, 15-01-2013 Bewoners van het woonwagenkamp aan het orgelplein vieren een verjaardag. Vanaf het moment dat zij hier 3 jaar geleden kwamen wonen hebben zij problemen met verzakkingen van hun woonwagens. Foto: Joyce van Belkom Joyce van Belkom

Dit is het verhaal van de verplaatsing van een klein woonwagenkamp. Een verhuizing van een dertigtal gezinnen, over 400 meter. Die heeft de gemeente Eindhoven tot nu toe bijna 8 miljoen euro gekost, veel meer dan geraamd. Voor 2,2 miljoen euro ontbreekt zelfs de onderbouwing.

Het is het verhaal van bestuurlijk falen, van een gemeente waar een parttime inhuurkracht zijn eigen beleid kon bepalen, omdat ambtenaren en bestuurders geen zin hadden om hun vingers te branden aan een lastig dossier, met lastige woonwagenbewoners.

Een verhaal ook dat niet op zichzelf staat: in veel gemeenten, zo blijkt, weten ze zich geen raad met woonwagenbewoners, met vele missers tot gevolg.

Treurspel in vijf bedrijven. Gebaseerd op zeven rapporten die de gemeente Eindhoven liet opstellen, en gesprekken met betrokkenen.

Eerste bedrijf, 2004

Het woonwagenkamp met 31 standplaatsen aan de Eindhovense Joost de Momperstraat moet weg. Dat besluit het bestuurscollege van de gemeente (B&W) begin 2004. Het kamp moet wijken voor nieuwbouwproject ‘Tongelresche Akkers’, 900 woningen in de wijk Tongelre. Voor de bewoners van twintig woonwagens worden in het plan woningen gebouwd. De rest kan naar woonwagenlocaties elders in de stad. Verwachte verhuiskosten: 400.000 euro.

De bewoners willen helemaal niet weg, en zeker niet naar woningen. Gemeenteambtenaren weten dit. Maar de bestuurders luisteren niet. Het advies om voorzichtig te werk te gaan en woonwagenbewoners afzonderlijk te informeren over de opheffing van het kamp wordt genegeerd. Op 19 maart 2004 nodigt het bestuurscollege de bewoners uit op het stadhuis. Die bijeenkomst loopt volledig uit de hand, met beledigingen en bedreigingen.

In de weken daarna draait het gemeentebestuur om als een blad aan een boom. Om „verdere sociale onrust” te voorkomen wordt besloten dat in dezelfde wijk, 400 meter verderop, een nieuw kamp zal verrijzen. Aan het Orgelplein. Ruim twee jaar later stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast waarin het nieuwe woonwagenkamp is opgenomen. Verwachte verhuiskosten: 3 miljoen euro.

Tweede bedrijf, 2007

In 2007 stapt de ambtenaar die met de woonwagenbewoners overlegt over de verhuizing, onverwacht op. Niemand binnen de gemeente wil zijn functie overnemen. Staf Depla, sinds april 2010 wethouder Financiën in Eindhoven, heeft daar achteraf wel een verklaring voor. „Er zijn projecten waar iedereen graag bij wil horen om het lint door te knippen”, zegt hij. „Hier stonden mensen niet voor in de rij.” Woonwagenbewoners staan bekend als een moeilijke groep.

Maar op dat moment is nieuwbouwproject ‘Tongelresche Akkers’ al in volle gang. Uit nood wordt van buiten een uitvoerend projectleider aangetrokken: Marco. Zijn achternaam blijft ongenoemd, omdat de gemeente vorige maand aangifte tegen hem heeft gedaan wegens valsheid in geschrifte.

Destijds lijkt deze Marco de ideale man voor het project: hij heeft vaker met woonwagenbewoners voor gemeenten gewerkt, onder meer in Weert en Breda. En hij wil tenminste. Marco krijgt carte blanche. Hij onderhandelt met de woonwagenbewoners over verhuiskosten en over vergoedingen voor bouwsels die ze moeten achterlaten, zoals garages.

Uitgangspunt voor de onderhandelingen zijn taxatierapporten van de firma Viveka. In verreweg de meeste gevallen adviseert Marco vergoedingen die boven de taxatiewaarde liggen. Omdat de woonwagenbewoners goed hebben onderhandeld? Marco licht de hogere bedragen niet toe. En niemand stelt vragen.

Derde bedrijf, 2010

Begin 2010, een jaar later dan gepland, verhuizen de eerste woonwagens naar het Orgelplein. Prompt krijgen de bewoners te maken met verzakkingen die tot schade leiden: vloeren bollen op, laminaat en tegels gaan kapot. „Ze hebben ons te snel willen wegjagen”, zegt kampbewoner Chris Jansen (57). „Dan zeg je ‘ja’, omdat je een paar centen krijgt.” Zijn vrouw vult aan: „Ze lieten tekeningen zien van hoe mooi het zou worden. Het leek wel Dallas.”

In de meeste gevallen neemt Marco zelf de schade op. De rapporten die hij opstelt, wekken de indruk te zijn gemaakt door een erkend schadebedrijf. Dat gebeurt, zegt Marco ter verdediging, onder tijdsdruk. De gemeente wil dat hij opschiet, de woonwagenbewoners willen niet dat hij moeilijk doet.

Sommige erkende schadeclaims roepen vragen op. Ruim 20.000 euro voor het schoonmaken van een dak, bijna 10.000 euro voor inbraakschade waarvoor de gemeente niet verantwoordelijk was, 5.850 euro voor een kroonluchter en een tv, die door trillingen van bouwverkeer onherstelbaar zouden zijn beschadigd. Aan één huishouden betaalt de gemeente in totaal 226.000 euro aan vergoedingen: 68.500 verhuiskosten, 157.700 euro schadevergoeding.

De ambtenaren die de eindverantwoordelijkheid droegen, de superieuren van Marco, tekenen telkens voor akkoord. Zonder controleren. Zonder naar rapporten te vragen. Eén van hen: „Ik tekende wekelijks soms wel honderd stukken, dus dan moet je op het projectteam vertrouwen.”

Vierde bedrijf, 2011

In mei 2011 komt bij het Meldpunt Integriteit van de gemeente Eindhoven een melding binnen. De projectleider van de verhuizing van het woonwagenkamp in Tongelresche Akkers zou „exorbitant hoge” vergoedingen toekennen aan woonwagenbewoners. Hoffman Bedrijfsrecherche stelt een onderzoek in.

„Zelfverrijking als motief kan niet bewezen worden”, is een van de conclusies. Die uitkomst stelt het gemeentebestuur in eerste instantie gerust. Marco heeft geen gemeenschapsgeld verduisterd. Hij maakt zich volgens het onderzoek wel schuldig aan belangenverstrengeling. Op zijn advies werkt de gemeente met bedrijven waarmee hij zakelijke banden heeft.

Ook stuit Hoffman Bedrijfsrecherche op „opmerkelijke betalingen”. Zoals aan een woonwagenbewoner die de gemeente aansprakelijk stelde voor schade – volgens de taxateur van de verzekering ten onrechte. Op advies van Marco keert de gemeente toch uit.

In de zomer van 2011 beëindigt de gemeente het contract met de projectleider omdat hij de gedragsregels heeft geschonden. Marco ziet zichzelf als zondebok. „Ik krijg het gevoel dat aan het einde van de rit de laagste in rangorde alle schuld naar zich toegeschoven krijgt.”

Wethouder Depla twijfelt er niet aan dat er destijds te veel is uitgekeerd, hij zou best wel geld willen terugvorderen. Maar juridisch is dat lastig, temeer daar de woonwagenbewoners zelf weinig te verwijten valt. „De fout ligt bij ons. Wij hadden de bedrijfsvoering niet op orde.”

Vijfde bedrijf, 2012

Met het vertrek van Marco lijkt de kwestie voorbij, maar het onderzoek van Hoffman Bedrijfsrecherche werpt meer vragen op dan verwacht. Hoe betrouwbaar waren de taxatierapporten op basis waarvan de gemeente forse vergoedingen aan woonwagenbewoners had betaald? Bestonden er adequate ambtelijke procedures om de rechtmatigheid van dergelijke uitkeringen te controleren?

Verbijzonderde Interne Controle, een afdeling van de gemeente die nu vier jaar bestaat, licht de procedures door. Het bureau Grant Thornton & Investigation Services (GT) onderzoekt de deugdelijkheid van de taxaties. Hun conclusies zijn ontluisterend. De taxatierapporten zijn „niet betrouwbaar”. Hertaxatie is niet meer mogelijk. De ambtelijke controle op de uitgaven heeft „niet goed gefunctioneerd”.

In het voorjaar van 2012 beseft het gemeentebestuur dat de kwestie het hart van de gemeentelijke organisatie raakt. Als ambtenaren bij het ene project hebben zitten slapen of hun plicht hebben verzuimd, hoe zit het dan bij al die andere projecten? Als de financiële controle bij de verhuizing van het woonwagenkamp heeft gefaald, welke onheilstijdingen staan het gemeentebestuur dan nog te wachten?

Epiloog, gisteravond

Gisteravond lichtte wethouder Depla de gemeenteraad in over de hele affaire. De gemeente Eindhoven neemt disciplinaire maatregelen tegen ambtenaren wegens plichtverzuim – het is niet bekend om hoeveel ambtenaren het gaat. Er zullen geen wethouders opstappen. „Wij hebben die afweging gemaakt”, zegt Depla daarover. „Wij vinden dat de stad er niet mee gediend is als een van de wethouders opstapt, alleen om een gebaar te maken naar de gemeenschap.”

De gemeente heeft de bedrijfsvoering intussen verbeterd en de financiële controle verscherpt. Zo’n opeenstapeling van fouten als bij de verhuizing van het woonwagenkamp heeft zich bij andere gemeentelijke projecten niet voorgedaan, blijkt uit later onderzoek.

Drie jaar na het begin van de verhuizing, klagen bewoners van het Orgelplein nog steeds over verzakking van hun wagens. Eerder kregen twee wagens een betonnen ondergrond. Bij de overige 21 huishoudens werd de grond onder de wagens geïnjecteerd met kunsthars, wat moest zorgen voor stabiliteit. Half november kondigt de gemeente aan dat er nog eens grondig onderzoek wordt gedaan naar de oorzaak van de verzakkingen.

Bij het nieuwe kamp aan het Orgelplein hangt nog steeds geen straatnaambord.

    • Esther Wittenberg
    • Dick Wittenberg