Een man werd docent, een vrouw niet. En dus stapt zij naar de rechter

Discriminatie op grond van geslacht: het is volgens advocaten vaak lastig aan te tonen. Rechters deinzen ervoor terug vermeende slachtoffers in het gelijk te stellen. Meestal worden zaken geschikt.

De econoom Edith Kuiper (53) durfde het toch aan. Zij stapte naar de rechter omdat zij naar eigen zeggen is gepasseerd voor de functie van universitair docent op de faculteit economie en bedrijfskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Rechtszaken over discriminatie bij een wetenschappelijke benoeming komen weinig voor in Nederland.

Kuipers advocaat, Marlies Vegter, wil dat de universiteit een schadevergoeding van 10.000 euro aan Kuiper betaalt. Ook moet de top van de UvA wat haar betreft een zogeheten gender awareness training volgen om te leren wat discriminatie op grond van geslacht is en hoe dit kan worden voorkomen. De rechter doet naar verwachting eind februari uitspraak.

Kuiper solliciteerde in 2008 naar de functie van universitair docent bij de afdeling geschiedenis en methodologie van de economie. Ze werd naar eigen zeggen op het idee gebracht door hoogleraar John Davis, docent geschiedenis van het economisch denken. „Davis zei dat hij ging kijken of hij een plek als universitair docent voor me kon regelen.”

De universiteit koos voor een andere aanpak: er werd een advertentie opgesteld. Kuiper: „Ik dacht: ik red het wel met mijn ervaring en staat van dienst. Maar tien dagen na mijn sollicitatie kreeg ik een telefoontje: je bent het niet geworden.”

Volgens een woordvoerder van de de UvA is er niets vreemds gebeurd. „De sollicitatiecommissie heeft Kuipers ervaring en achtergrond beoordeeld en deze zaken vergeleken met die van de kandidaat die het is geworden [de Portugese econoom Tiago Mata]. Kuiper legde het tegen hem af. Dan kun je wel roepen dat dat discriminatie is, maar dat is echt onzin.”

Om zijn argumenten kracht bij te zetten, mailt de woordvoerder een lijstje met statistieken. Daaruit blijkt dat ruim 55 procent van de promovendi aan de UvA vrouw is. Het percentage vrouwelijke hoogleraren – bijna 18 procent – lijkt laag, maar is volgens hem iets hoger dan het landelijk gemiddelde. „Eind vorig jaar heeft het college van bestuur streefcijfers afgesproken per faculteit. Deze percentages komen in 2016 gemiddeld op 24,3 procent.”

De advocaat van Kuiper ziet het anders. Volgens haar is de keus op Mata gevallen omdat de sollicitatiecommissie uit enkel mannen bestond. Gaandeweg het sollicitatieproces werden de criteria volgens haar voortdurend aangepast, in het voordeel van de Portugees. „Waar de nadruk aanvankelijk lag op ervaring in het lesgeven, vond men het later opeens belangrijk welk onderzoek er was verricht. Was het eerst nog belangrijk dat de kandidaat in het Engels én Nederlands les kon geven, later liet men die eis vallen. Ook is het opvallend dat er in de oorspronkelijke tekst geen belang werd gehecht aan onderscheidingen” – Mata kreeg in 2010 een Award for Best Teacher van de UvA.

De zaak diende al eerder bij de Commissie Gelijke Behandeling. Die oordeelde dat er een vermoeden was van onderscheid naar geslacht. „Aantonen dat een proces onvoldoende transparant is verlopen is één ding. Aantonen dat er is gediscrimineerd op grond van geslacht een ander.”

Kuiper zelf klinkt strijdvaardig. „In Nederland vragen wij ons altijd af waarom er zo weinig vrouwen doorstromen naar hogere functies. Nou, hierom dus. Het wordt tijd dat arbeidsorganisaties wat kritischer naar zichzelf gaan kijken.”