‘Duitse acteurs waren mij altijd te traag’

IFFR vertoont dit jaar televisiewerk. Met een retrospectief van regisseur Dominik Graf. „Als je veel voor televisie werkt, val je niet op.”

Das Gelübde (‘De gelofte’) van Dominik Graf: over de verhouding tussen de romantische dichter Clemens Brentano en een non met stigmata.

‘Het best bewaarde geheim van de Duitstalige film”, noemt de catalogus van het Rotterdams Filmfestival regisseur Dominik Graf, aan wie het dit jaar een retrospectief wijdt. Graf (60) moet daar een beetje om lachen. „Als je veel tv-films maakt, val je in het buitenland niet op”, zegt hij, in zijn woonplaats München waar hij zijn volgende speelfilm monteert, Die geliebten Schwestern (‘De geliefde zusters’), over de achttiende-eeuwse dichter Friedrich von Schiller. Het wordt het tweede kostuumdrama van Graf, die in 2007 Das Gelübde (‘De gelofte’) maakte, over de verhouding tussen de romantische dichter Clemens Brentano en een non met stigmata.

Maar het overgrote deel van zijn werk, door de jaren heen, bestaat uit voor televisie gedraaide politie- en misdaadfilms: van afleveringen van Tatort en Polizeiruf 110 tot de monumentale serie Im Angesicht des Verbrechens (‘Oog in oog met misdaad’) uit 2010, over Russische criminelen in Berlijn. Dat is, meent de regisseur, geen recept voor bekendheid in het buitenland: „Van de Duitse cinema verwacht men auteursfilms, of drama’s over de nazitijd, de DDR en de RAF. De commerciële amusementsfilm uit Duitsland interesseert in het buitenland geen mens.”

De keuze tegen de auteursfilm en vóór het cinematografische handwerk maakte Graf al jong. Toen hij, eind jaren tachtig, afstudeerde aan de Hochschule für Fernsehen und Film in München was hij zo’n tien jaar jonger dan de grote auteurs van de Duitse naoorlogse film (Fassbinder, Herzog, Schlöndorff). Met zijn vrienden uit die tijd zette hij zich af tegen de „Langweilerei” van de auteursfilm. De Amerikaanse en Franse publiekscinema, dat waren hun voorbeelden. Al heeft hij altijd een zwak gehad voor Rainer Werner Fassbinder: „Dat is wel niet mijn manier, maar Fassbinder was een hyperintelligente filmmaker: grappig, boosaardig, vrolijk.”

Maar hoe leer je films maken als de Amerikanen? Knowhow op dat gebied was in Duitsland met een lantaarntje te zoeken. „Ik zocht kennis van het handwerk – hoe zorg je ervoor dat scènes zo functioneren als ze in het scenario staan?”

Graf had het geluk dat hij bij de Bavaria filmstudio’s in München terechtkwam, eigenlijk de enige plek in Duitsland waar toen op industriële basis films werden gemaakt. Wolfgang Petersen, de latere Hollywoodregisseur, draaide daar in 1981 Das Boot, een spannend spektakel over een duikbootbemanning in de Tweede Wereldoorlog. Zo’n film voor groot publiek met special effects was in de naoorlogse Bondsrepubliek nog niet gemaakt. „Das Boot sloeg in als een bom.”

Bij Bavaria kon Graf uitgebreid ervaring opdoen met het draaien van grote en kleine tv-films, zoals de ook in Nederland uitgezonden serie Der Fahnder (‘De speurder’). Het was hard werken: altijd te weinig tijd, maar aan de andere kant de mogelijkheid om eens te falen zonder dat dit onmiddellijk tot beëindiging van zijn carrière leidde. In 1987 kwam Grafs doorbraak in de bioscoop: Die Katze, een actiefilm over een bankgijzeling in Düsseldorf, die in de bioscoop 1,5 miljoen toeschouwers trok.

Als je Die Katze nu terugziet, valt het on-Duitse hoge tempo op, dat tot op de huidige dag een van Grafs specialiteiten is. „Duitse acteurs waren mij altijd te traag, zowel in woord als gebaar. Mij viel op dat ze bij het nasynchroniseren van buitenlandse films wel tempo konden maken: bij een woedeaanval van Louis de Funès kwam de acteur in het Duits wél aardig mee.” Dus ging hij jachten. Zelfs de documentaires die in Rotterdam te zien zijn, blijken opmerkelijk snel gemonteerd: het uit 2000 daterende München – Geheimnisse einer Stadt (‘München, geheimen van een stad’), een gelaagd en eigenzinnig essay over de symbiose tussen een stad en haar inwoners, en Lawinen der Erinnerung (‘Lawines van herinneringen’) een invoelend portret uit 2011 van de inmiddels overleden filmregisseur en schrijver Oliver Storz.

„Storz was als tv-regisseur voor mij een soort vader”, zegt Graf. In het bijzonder bevalt hem de passage waarin Storz vertelt dat de gelukkigste periode in zijn leven onmiddellijk na de oorlog was, toen Duitsland in puin lag. „Daaruit spreekt een mentaliteit die je ook in de jaren zeventig bij de RAF aantrof: ter wille van vernieuwing moet alles eerst in de as gelegd worden. Als Duitsland te tevreden wordt met zichzelf, is het tijd de knuppel uit de zak te halen. Anders gebeuren er vreselijke dingen, zoals na de Wende in de DDR, toen het Westen het Oosten eigenlijk gekoloniseerd heeft.”

Ook het extatische katholicisme in de film Das Gelübde heeft een politieke lading: de film speelt in het katholieke Münsterland, dat door het protestante Pruisen overheerst wordt. Het wonder van de – net als Christus aan het kruis – uit wonden aan handen en voeten bloedende non is mede een daad van verzet tegen de steile Pruisische staatsraison. Een actueel thema, vindt Graf. Ook in de huidige Bondsrepubliek is immers sprake van culturele hegemonie van de steile, door het protestantisme beïnvloede mentaliteit van bijvoorbeeld bondspresident Gauck en bondskanselier Merkel, ten nadele van het minder lust-vijandige katholieke levensgevoel.

Het spijt Graf dat in het Rotterdamse retrospectief niet meer van zijn tv-werk te zien is. De publieke tv-zenders die de rechten bezitten – zoals ZDF, WDR en Bayerische Rundfunk – vragen zulke hoge prijzen dat geen festival die kan betalen, zegt hij geërgerd. Wel draait daarentegen Der Felsen ( ‘De rots’), dat op het Berlijnse filmfestival in 2002 voor ziedende toeschouwers en slaande deuren zorgde. „Kennelijk had ik daar, bijvoorbeeld door Dogma-achtige beelden te combineren met een symfonische soundtrack, heel erg tegen alle conventies en verwachtingen van toeschouwers gezondigd.”

Is hij dan toch, met al die constanten in zijn oeuvre, een auteur? Met die constatering kan Graf best tevreden zijn: „Met cinema van regisseurs die de auteursvlag planten voordat één beeld is gedraaid, heb ik altijd moeite gehad. Maar genrefilms waaruit onopzettelijk een persoonlijk handschrift naar voren komt – met zo’n auteurschap kan ik leven.”

    • Raymond van den Boogaard