Opinie

De norm

‘Ze denken”, snoof Carolien Boender (23), „dat ik geen kind van mijn tijd ben.”

Ik vond haar via de reformatorische studentenvereniging Depositum Custodi (‘Bewaar het Pand’), waarvan SGP-fractieleider Kees van der Staaij nog praeses was. Door alle sneeuwvertraging spraken we telefonisch. Andere gereformeerde studentes waren op hun hoede, maar Carolien Boender praatte ruim anderhalf uur lang vrijuit. Over haar studie geschiedenis in Leiden, waar ze een tweejarige onderzoeksmaster politieke cultuur en identiteit voltooit. Over haar gereformeerde gemeente, haar hospita in Katwijk. Ze is de dochter van een tuinder uit Nieuw-Beijerland. Drie broers, iedereen gelovig. Daar groeide haar overtuiging dat vrouwen een andere rol hebben dan mannen, maar dat ongelijk „niet ongelijkwaardig hoeft te zijn”.

Zelfs ambitieuze, hoogopgeleide SGP-vrouwen vinden het volkomen verkeerd dat hun partij nu door mensen „van buiten” wordt gedwongen vrouwen niet langer van de kieslijst te weren. Niet het idee van vrouwen in de politiek is zozeer het probleem – daarvan bestaan ook binnen de SGP voorstanders, zoals senator Gerrit Holdijk. Het gaat om de dwang van buitenaf. Ook Carolien voelt zich daardoor beledigd en beknot.

Ik verbaasde me er hardop over dat ik me beter kon verplaatsen in een moslimmeisje met een hoofddoek. Dit hoorde ze vaker. Vervelend vond ze de vergelijking niet. „Behalve als ze ons ‘polder-Talibaan’ noemen. Alsof ik een onderdrukte vrouw ben!”

Ze heeft geen tv, maar wel internet, waar ze alsnog gewoon het Journaal en Pauw & Witteman bekijkt: „Ik ben geïnteresseerd in politiek.” Een filter met de naam ‘kliksafe’, geliefd in refo-kringen, houdt ongewenste websites buiten de deur. Daarom zit ze ook met een gerust hart op Twitter. „Als iemand bijvoorbeeld een linkje stuurt naar GeenStijl, dan kan ik daar toch niet op.”

Ze heeft een GroenLinks stemmende seculiere vriendin („ook nog vegetarisch”). Verder kan ze aan de universiteit goed opschieten met „alternatieve, anarchistische types”, die ook vinden dat de overheid niet mag dwingen. De meeste anderen willen het alleen hebben over „de dingetjes” zei ze, geïrriteerd: of ze haar haren mag knippen (ja). Hoe lang haar rok moet zijn („nou: eerbaar”). „Maar niemand vraagt hoe ik in het leven sta.”

Hoe dan?

Ze begon over „de joods-christelijke traditie”. Over humanisme, liberalisme, en hoe dat allemaal „een blauwdruk” kon bieden voor de toekomst. „Vrijheid gaat tegenwoordig alleen nog maar over het nu.” Over hoogstpersoonlijke rechten moest het nu gaan, en wel meteen. „Er zit geen gedachte meer achter. Niets over waar we vandaan komen of naartoe willen.”

Seculier zijn is de norm, zei ze. Dus niet haar eigen partij kleineerde haar: „Het zijn de mensen met wie ik steeds vaker dit gesprek moet voeren. Dat reduceert me tot vrouw. Maar ik ben veel meer.”

Margriet Oostveen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Arjen van Veelen.